Snel zoeken:
Ned. Geloofsbelijdenis - Artikel 21

Betreft: Artikel 21 van de Ned. Geloofsbelijdenis.

Vraag: In dit artikel is sprake van 'de ordening van Melchizedek'. Wat houdt dat in? Wat was er zo bijzonder aan Melchizedek?

Antwoord:
In de Schrift is sprake van twee soorten priesterschap namelijk dat van Ašron en dat van Melchizedek. Behalve Ašron zelf werd iedere priester in IsraŽl gerechtigd dit ambt uit te oefenen op grond van geboorte. Het priesterschap van Ašron is dus een erfelijk priesterschap.
Melchizedek was echter priester zonder dat zijn vader of moeder tot de priesterlijke familie behoorden en evenmin ging zijn priesterschap over op zijn nakomelingen. In die zin was hij zonder vader of moeder en zonder geslachtsrekening zoals in Hb 7 staat.
Er is nog een verschil: Melchizedek was priester en tevens koning maar onder IsraŽl was het uitgesloten, dat een koning priester was of omgekeerd. De priesters behoorden namelijk tot de stam van Levi en om koning te zijn moest je behoren tot de stam van Juda en afstammen van David.
De Heer Jezus was uit de stam van Juda en stamde af van David en Hij had dus recht op de troon, maar Hij behoorde uiteraard niet tot Levi en kon dus geen recht laten gelden op het priesterschap naar de orde van Ašron, God heeft Hem echter het priesterschap verleend naar de orde van Melchizedek, dus zonder dat Hij een voorvader had die priester was en ook zonder dat zijn priesterschap zou overgaan op een ander.