Snel zoeken:
Schilderkunst en De Bijbel

Betreft: De schilderkunst en De Bijbel

Vraag: Hoe denkt Gods Woord over de schilderkunst?

Antwoord:
Het woord schilderen komt voor in Ez 23:14 en dat tweemaal. Het gaat daar om afbeeldingen van ChaldeeŽn die op de muur getekend waren en die Jeruzalem in contact brachten met Babel en afval van God. Zo lezen we in Ez 8: 9 zelfs van afbeeldingen van dieren aan de wand waarvoor mannen uit het huis IsraŽl wierook branden en dus afgoderij plegen. De vermelding van schilderen is hier - om zo te zeggen - niet in zo'n gunstig kader geplaatst. Het gaat echter niet aan om daarmee alle schilderkunst af te keuren.

Het woord schilderen komen we namelijk ook tegen in Gl.3:1. Paulus zegt daar dat hij de Galaten Christus als onder hen gekruisigd voor ogen geschilderd had. Dat is natuurlijk figuurlijk bedoeld, maar als 'schilderen' een verkeerde bezigheid was zou Paulus het woord toch ook niet figuurlijk zo gebruikt hebben.
Bovendien hebben we in de tabernakel ook met kunstwerken te maken, o.a. ook geborduurde afbeeldingen van cherubs. Het is er mee als met zoveel andere dingen: je kunt ze gebruiken ten kwade of ten goede.
Met zang en muziek kun je God eren, maar je kunt het ook doen om je eigen eer en in heel wereldse zin.
Jubal heeft zijn muziekinstrumenten denkelijk alleen maar gebruikt om het leven hier op aarde te veraangenamen, onder IsraŽl deden muziekinstrumenten echter dienst tot eer van God.

De bijbel zegt dus niets afkeurends over de schilderkunst zelf. Per slot van rekening is een muzikale gave een scheppingsgave van de Schepper en dat geldt ook van het vermogen om te schilderen.
Wat anders is of je alles mag schilderen. Ik doel dan speciaal op afbeeldingen van God. Van de Heer Jezus geldt dat Hij in menselijke gedaante kwam. Als God aan mensen vergunde om Zijn Zoon in die gedaante te aanschouwen dan zie ik niet in waarom men Christus niet zou mogen af beelden. Maar of dat met God mag is een andere zaak. Van Hem staat dat geen mens Hem gezien heeft, van Hem heeft IsraŽl geen gedaante aanschouwd (Dt 4:15). en dat feit vermeldt Mozes om IsraŽl te verbieden van God een afbeelding te maken. De nadruk ligt dan wel op het verbod om zo'n afbeelding te aanbidden, maar de vermelding dat IsraŽl God niet heeft aanschouwd staat er niet voor niets bij. Ik ben overtuigd dat we - op grond van dat feit - geen afbeelding of schildering van God mogen maken, ook al gebruikt men het niet om het te aanbidden.