Snel zoeken:
c Jezus Christus - 04. De Koning

Betekenis:
Het woord Christus is de Griekse vertaling van het woord Messias, dat Gezalfde betekent. Denk aan de zalving van koningen in het OT Joh. 1:42; 4:25; Hand. 2:36. Christus is de Gezalfde koning. Hand. 10:38 (Matt. 3:16).

Eerste aankondiging
De eerste aankondiging in type nl. als Melchizedek de priester-koning Gen. 14:18-20 uitgewerkt met twee belangrijke kenmerken:
- Koning der gerechtigheid naar de betekenis van zijn naam Melchizedek Hebr. 5 en 7;
- Koning des vredes als koning van Salem dat is vrede.

Profetisch in funktie van priester-koning aangekondigd in Zach. 6:12,13.

Algemene belofte
Aan Abraham: Koningen zullen uit u voortkomen Gen. 17:6.

Direkte aanwijzing
In zegen van Jakob over Juda: De Schepter zal van Juda niet wijken noch de heersersstaf van tussen zijn voeten totdat Silo komt... Gen. 49:10.

In profetie van Bileam o.a. aangekondigd als de Ster Num. 23:21; 24:7, 17.

Prachtige aankondiging in de Psalmen, te weten in: Ps 2:2, 6; 24:7; 45:7; 72:1, 11. In Jesaja: Eindeloos de vrede, gegrondvest met recht en gerechtigheid. Jes. 9:4-6. Een koning zal regeren in gerechtigheid Jes. 32:1,16. Uw ogen zullen de Koning in zijn schoonheid aanschouwen Jes. 33:17.

Bij Jeremia en EzechiŽl
Zij zullen David dienen hun koning Jer. 30:8, 9. Aan David een Spruit der gerechtigheid doen ontspruiten Jer. 33:14-26. Een koning zal over hen allen koning zijn Ezech. 37:20-26.

In verband met de vier wereldrijken: in DaniŽl Dan. 2 en 7; vgl. 9:26. In Openbaring als het 'duizendjarig rijk' Openb. 20:1-6 'totdat' Hij al zijn vijanden gezet heeft als een voetbank voor zijn voeten de laatste vijand is de dood 1 Kor. 15:20-28; Openb. 20:11-15. Aankondiging N.T. Hij zal over het huis van Jakob koning zijn Luk. 1:31-33. De wijzen erkennen Hem als Koning der Joden Matt. 2:2. Zo ook erkend door NathanaŽl als de Koning IsraŽls Joh. 1:50. Toegejuicht op 'Palmzondag': Zie uw koning komt tot u...' Matt. 21:5; Mark. 11:9, 10; Luk. 19:38; Joh. 12:13-16. Het opschrift op het kruis luidde ondanks de tegenstand van de Joodse leidslieden: de Koning van de Joden Matt. 27:37, 42.

Prediking van Het Koninkrijk. Hoe?
a. In het begin: als nabij gekomen Matt. 3:2;
b. Na verwerping, na de lastering van de Geest een verborgenheid Matt. 13:11, 35;
c. 'Zichtbaar' in verheerlijking op de berg; dit is een type van de toekomst Matt. 16:28; 1 Petr. 1:16;
d. Uitstel is geen afstel; koning tijdelijk weg; onderdanen hebben taak Matt. 25:34; Luk. 19:11, 12.

Het koninkrijk komt
Na opstanding aangekondigd op vraag van de discipelen Hand. 1:6-8. vgl. Openb. 3:21; Luk. 22:29; 21:31.

Hij komt als Koning der koningen. Openb. 17:14; 18; 19:16 (1:5).