Snel zoeken:
022 jrg 101, 08-1958 Overzicht van de geschiedenis van Abraham 08

Sara's dood (Gen. 23)

Toen Sara stierf bezat Abraham in Kanašn nog geen stuk grond. Hij had alleen de beloften van God, dat zijn nageslacht het land zou bezitten.

Tegenover de zonen van Heth erkende Abraham zijn vreemdelingschap en beriep hij zich niet op de beloften van God. Zij zouden die toch niet begrepen hebben.

Dat Abraham de spelonk van Machpťla wilde kopen, getuigde van:

zijn geloof in de vervulling van de beloften van God ten aanzien van het land Kanašn;

zijn geloof in de opstanding;

zijn wens om geen schuldenaar te zijn van mensen.

In de hoofdstukken 22, 23 en 24 van Genesis kunnen we de volgende lijn opmerken:

dood van Christus (Gen. 22); offer van Isašk;

terzijdestelling van IsraŽl (Gen. 23); dood van Sara
roeping van de gemeente als de vrouw des Lams (Gen. 24). Rebekka.


Isašks huwelijk (Gen. 24)

In dit hoofdstuk is Abraham een beeld van God, die de knecht (beeld van de Heilige Geest) uitzendt om voor zijn enige zoon, Isašk (type van de Heer Jezus) een bruid te zoeken, nl. Rebekka, die de gemeente voorstelt en die de plaats inneemt van Sara (beeld van IsraŽl).

Praktische lessen in Genesis 24:
de huwelijkspartner moet uit Gods hand verwacht worden;

het huwelijk is een zaak van gebed (vs. 12 en 63);

het antwoord komt voordat we het verwachten (vs. 15);
als we niet op ons gebed vooruitlopen, maar rustig wachten (vs. 21);

het huwelijk moet door liefde worden gekenmerkt (vs. 67).
De knecht vroeg niet om een zinloos teken. Hij bad verstandig (1 Kor. 14 : 15) om een vrouw die bereid was de kemelen te drenken. Een bewijs dat ze hulpvaardig en niet lui was.

Vergelijk de hebzuchtige Laban met de man die zijn omgekeerde naam droeg: Nabal.

Rebekka aarzelde niet, maar nam de beslissing in Gods kracht, evenals later Ruth.

Abrahams levenseinde

Abraham zond alle zonen van Ketura weg, zodat Isašk ongestoord in het land Kanašn kon leven, in afzondering.

Abrahams leven was niet zonder fouten, zoals we in de behandelde hoofdstukken hebben opgemerkt. Maar als de Heilige Geest zijn geschiedenis vermeldt in Hebr. 11, wordt die van boven af gezien en lezen we alleen van het geloof van Abraham. Hoewel hij de belofte niet verkregen heeft, maar in het geloof stierf, is toch op hem van toepassing het woord uit Spreuken 11 : 31: "de rechtvaardige wordt vergolden op de aarde". In zijn leven heeft Abraham de beloning voor zijn geloof ontvangen.

In Hebr. 11 wordt het lachen van Sara (Gen. 18 : 12) niet veroordeeld. Er wordt alleen gesproken van haar geloof. Dat is Gods wijze van geschiedenisbeschrijving. God memoreert in het nieuwe testament alleen de goede daden van de oudtestamentische gelovigen. Een uitzondering op deze regel is Elia, wiens wankelmoedigheid in Rom. 11 :2-4 zijdelings wordt aangehaald. Abraham heeft altijd in tenten geleefd met zijn lichaam, maar zijn geest zag uit naar de stad die fundamenten heeft, waarvan God de bouwmeester en kunstenaar is.
Geve God dat we hem hierin mogen navolgen!