Snel zoeken:
183 jrg 119, 01-1976 De zeventig weken van DaniŽl 1

DaniŽl 
Een profetisch boek

Het zal bekend zijn, dat het boek DaniŽl - hoewel het vanwege de tijd van zijn ontstaan door de Joden tot de Geschriften en niet tot de Profeten werd gerekend - een profetisch boek is.

Zelfs het historische gedeelte, gevormd door hoofdstuk 1 tot en met 6, draagt dit karakter. Hierbij heb ik niet de mededelingen over het zogenaamde statenbeeld van DaniŽl 2 op het oog, want dat die een profetische schildering geven, is duidelijk genoeg.

Nee, het gaat er om, dat de historische mededelingen een profetische strekking hebben en heenwijzen naar een toekomstige tijd.

Duidelijker gezegd: DaniŽl en zijn drie vrienden zijn een beeld of type van de Godgetrouwe Joden, die in de tijd van de grote verdrukking het getuigenis voor God op aarde zullen vormen. De bijbel spreekt in dit opzicht op andere plaatsen over "een rest", of "een overblijfsel" (vergel. Jes. 10:20-22; 11:11, 16; 37:32; Jer. 8:3; 23:3; 31:7; Micha 2:12; 4:7; 5:2, 6, 7; 7:18; Zach. 8:6, 11, 12).

Zo zien we in hoofdstuk 3, in de aanbidding van het beeld, een heenwijzing naar wat in Openb. 13 wordt meegedeeld over de cultus van de antichrist. En in Darius, die gedurende dertig dagen de positie van God meent te kunnen innemen, zien we eveneens een type van de antichrist, die zich in de tempel vertoont alsof hij God is (2 Thess. 2).



Oude en moderne kritiek

Eveneens mag ik als bekend veronderstellen, dat er geen bijbelboek is, dat zo onderhevig is geweest en nog is aan de aanvallen van de bijbelkritiek, als juist het boek DaniŽl. Men stelt het voor alsof het boek geschreven is omstreeks het jaar 150 vůůr Christus, terwijl DaniŽl leefde in de 6e eeuw vůůr Christus. De schrijver, wie dat ook geweest mag zijn volgens deze heren, was dus geen profeet, maar geschiedschrijver. Hij zou zijn verhaal de vorm van profetie gegeven hebben en zich gedekt hebben met de naam van een geliefd persoon uit de Joodse geschiedenis, om zijn boek gemakkelijk ingang te doen vinden. Normaal noemen we zoiets bedrog, maar volgens deze critici was dat in die tijd gewoonte. Niemand zag er iets oneerlijks in, dus is het geen bedrog. En de vernieuwingstheologen van onze tijd rekenen het boek DaniŽl rustig tot de belangrijkste geloofstradities van het Joodse volk. Ze laten het boek netjes in de bijbel staan, in plaats van het als vervalsing aan de kant te schuiven. En ze spreken rustig over de bijbel, met DaniŽl erin, als over het Woord van God. Waarmee ze bedoelen dat God ons door de bijbel iets te zeggen heeft, blijkbaar ook door vervalsingen.

Mocht u bewijzen voor het bovenstaande willen hebben, bladert u dan het boekje voor bijbels onderwijs van uw studerende zoon of dochter eens door. Tien tegen een, dat u er in aantreft, dat de boeken van Mozes niet door Mozes zijn geschreven, maar eerst in de Babylonische tijd zijn ontstaan en dat DaniŽl op de hierboven aangegeven tijd van omstreeks 160 ŗ 150 jaar vůůr Christus wordt gedateerd.

Nu is tegen deze voorstelling heel wat in te brengen. Ik volsta echter met de volgende, bijbelse argumenten:

dat er tijdens de wegvoering een persoon DaniŽl heeft bestaan, die wat zijn trouw aan God betreft bekendheid genoot, blijkt uit Ezech. 14:14,20, en dat deze DaniŽl van God met veel wijsheid begiftigd was, blijkt uit Ezech. 28:3;

dat de schrijver van het boek DaniŽl een profeet is, zal zelfs de criticus, die hem omstreeks 150 v. Chr. plaatst, moeten erkennen, want de inhoud van het boek reikt verder dan de gebeurtenissen, die tot op dat ogenblik hebben plaats gevonden. Met dat jaartal zitten we nog in de Griekse overheersing. DaniŽl profeteert echter over een vierde rijk, dat het Griekse zou opvolgen en zijn macht in ImmanuŽls land zou uitoefenen. Dat hiermee het Romeinse rijk is bedoeld, heb ik in een vorige artikelenserie al aangetoond;

dat het nieuwe testament naar het boek DaniŽl terugwijst, blijkt uit Matth. 26:64 en Hebr. 11:33. Daarmee wordt de betrouwbaarheid van het boek, voor ieder die gelooft in de inspiratie van de bijbel, bewezen;

dat Jezus Christus in Matth. 24:15 een profetische uitspraak van DaniŽl citeert en spreekt over DANIEL DE PROFEET. Voor de Zoon van God is het boek DaniŽl dus wat het voorgeeft te zijn.

De leeuwen in de kuil hebben het niet gewaagd hun tanden te zetten in DaniŽls vlees, maar de leeuwen van de kritiek schromen niet hun tanden te zetten in zijn boek. Hoe verschillend de behandeling ook mag zijn, het boek komt uiteindelijk even ongeschonden uit hun muil, als zijn schrijver uit de kuil.



Alles is vervuld??

Ten slotte mag ik als bekend veronderstellen, dat veel orthodoxe schriftuitleggers, die onvoorwaardelijk het boek DaniŽl als profetie aannemen, van mening zijn dat de profetische mededelingen die het bevat, alle of bijna alle zijn vervuld.

Een uitzondering maakt men daarbij voor de aanwijzingen betreffende de wederkomst van Jezus Christus, zoals bijvoorbeeld DaniŽl 7 die geeft.

Sommigen ook laten de profetie over het vierde dier uit DaniŽl 7 doorlopen. Ze beschouwen dan dat dier niet meer als ťťn bepaald rijk, te weten het Romeinse rijk, maar vervagen de voorstelling tot het begrip "wereldmachten".

In feite komt het er echter op neer dat men de profetie van DaniŽl in het verleden afsluit met de verwoesting van Jeruzalem door Titus, waarmee Matth. 24 in vervulling zou zijn gegaan, en daarna overspringt naar de wederkomst van Christus.

Nu is tegen dit overspringen op zichzelf geen bezwaar in te brengen. De profetie stapt heel vaak van een gebeurtenis, die vlak voor de deur staat, over op een gebeurtenis in de eindtijd.

Terecht is de vergelijking getrokken met iemand in het bergland, die een paar bergtoppen achter elkaar ziet verrijzen zonder het dal te aanschouwen, dat tussen deze beide gelegen is.

De profetie vertoont dus hiaten. Ik vestig hier extra de aandacht op. Van kerkelijk theologische zijde doet men het namelijk wel eens voorkomen alsof wij, chiliasten, van die onmogelijke sprongen maken van een geschiedenis van IsraŽl in het verleden naar een profetie aangaande IsraŽl in de toekomst. De zaak is echter, dat de calvinist bij zijn bijbelverklaring net zo goed een sprong moet maken. Naar onze overtuiging maakt hij zijn sprong echter te groot. Hij springt van het verleden direkt over op de eeuwigheid en slaat daarbij de Messiaanse regering, die te maken heeft met IsraŽls plaats in deze wereld, volkomen over. Die sprong is ons te groot. En DaniŽl 9 is ťťn van de profetieŽn, die het duidelijk laat zien.



De omstandigheden waaronder ...

Voordat we de profetie over de zeventig weken nader bezien, om de hierboven gegeven stelling te bewijzen, is het goed na te gaan onder welke omstandigheden DaniŽl dit profetisch woord heeft ontvangen. De profetie staat namelijk nooit los van de omstandigheden waaronder ze wordt gegeven. Profetie is nooit zomaar toekomst voorzeggen. Dan zou ze alleen de nieuwsgierigheid bevredigen. Nee, profetie heeft een morele waarde. Ze wordt gegeven in verband met de situatie waarin Gods volk op dat ogenblik verkeert en met het doel tot richtsnoer te dienen voor onze levenswandel.

Dan valt ten eerste op, dat DaniŽl op een keerpunt der tijden bezig is met het profetisch woord.

Het Babylonische rijk is te gronde gegaan. Belsazar is van het toneel verdwenen. De Meden en Perzen hebben hun wereldrijk gevestigd en Darius de Meder voert de scepter.

Deze omwenteling zal er zeker toe hebben bijgedragen dat DaniŽl met bijzondere belangstelling het Woord van God onderzocht met het oog op de tijd, waarin hij leefde. Hij deed dat niet uit sensatiezucht, maar omdat het lot van zijn volk, dat het volk van God was, hem ter harte ging. In dit opzicht is hij een voorbeeld voor ons. We klagen soms over het gebrek aan belangstelling voor het profetisch woord in de christenheid om ons heen. En dat mankement laat zich maar al te duidelijk konstateren. Anderzijds valt er echter in chiliastische kring een ongezonde belangstelling voor de profetie op te merken. Men wil met alle geweld wat nieuws ontdekken. In allerlei merkwaardige zaken ziet men vervullingen van het profetisch woord. Het boek de Openbaring en het boek DaniŽl schijnen voor zulke christenen de hele bijbel te vormen. Aan een onderzoek van de brief aan de Romeinen of de brief aan Efeze komt men niet toe. In dat geval is er net zo goed iets mis. DaniŽl onderzocht de profetie omdat hij met het lot van zijn volk bewogen was. Bovenal deed hij het, omdat hij God eerde, wiens Woord hij absoluut vertrouwde.



Zeventig jaren

Welnu, de opmerkzaamheid van DaniŽl werd getroffen door een woord van Jeremia, dat God over de puinhopen van Jeruzalem zeventig jaar zou doen verlopen. De teksten, die deze tijdsduur aangeven zijn de volgende:

"Deze volken nu zullen de koning van Babel dienstbaar zijn zeventig jaren, maar na verloop van zeventig jaren zal Ik aan de koning van Babel en dit volk, luidt het woord des Heren, hun ongerechtigheid bezoeken..." (Jer. 25:11, 12).

"Nee, als voor Babel zeventig jaren voorbij zullen zijn, dan zal Ik naar u omzien en mijn heilrijk woord aan u in vervulling doen gaan door u naar deze plaats terug te brengen" (Jer. 29:10).

Een vagere aanduiding, maar voor tijdgenoten toch veelzeggend genoeg, luidt:

"en alle volken zullen hem, zijn zoon en zijn zoons zoon dienstbaar zijn" (Jer. 27:7).

DaniŽl had dus belangstelling voor het profetisch woord en hij hield er rekening mee in die zin, dat het hem op de knieŽn bracht. De zeventig jaren spraken van de trouw van God, maar anderzijds van de ontrouw van het volk. Nu zegt DaniŽl niet:

"de zeventig jaar zijn verlopen, dus zal God zijn volk wel terugbrengen, afwachten maar".

Nee, de profeet beseft, dat een andere houding dan deze moet worden ingenomen. Hij gaat, hoewel hij zelf geen schuld had aan de afdwaling, de zonden van het volk voor God belijden. Daarbij zegt hij niet: "Zij hebben misdrevenÖ", nee hij maakt zich ťťn met zijn volk en spreekt: "Wij hebben misdrevenÖ". Dat is ware ootmoed en dat is ware priesterdienst.

Wanneer wij als christenen de toestand van de kerk of gemeente zien en we bedenken hoe die in het oog van God behoorde te zijn, dan is er ook voor ons alle reden om ons te verootmoedigen. En eerst als we dat doen, zijn we in de juiste gezindheid om ons met de profetie bezig te houden en ... om er inzicht in te ontvangen. Zo gaat het tenminste DaniŽl. De engel GabriŽl komt en geeft de profeet meer te kennen dan wat Jeremia heeft geprofeteerd. Jeremia profeteerde over herstel uit de Babylonische ballingschap.

GabriŽl geeft DaniŽl te kennen wat er in de eindtijd met Jeruzalem en met zijn volk gebeuren zal.

Het herstel van toen neemt God als uitgangspunt om te spreken over het glorierijk herstel dat IsraŽl wacht onder zijn Messias.

Een volgende keer hoop ik de profetie van de zeventig weken zelf te bezien.