Snel zoeken:
749 Drie vragen over behouden worden

In de bijbel staan drie belangrijke vragen over de kwestie van het “behouden worden”. Als eerste noem ik de nieuwsgierige vraag. Die luidt:

"Here, zijn het weinigen, die behouden worden?

Het verband waarin die vraag voorkomt, is als volgt:

“En Hij (dat is Jezus) trok verder langs steden en dorpen, predikende en reizende naar Jeruzalem. En iemand zei tot Hem: Here, zijn het weinigen, die behouden worden…..” (Lucas 13 vers 22)

Terwijl de Here Jezus op weg was naar Jeruzalem, waar Hij zou sterven, wordt Hem onderweg deze vraag gesteld Echt een nieuwsgierige vraag, want wat heb je er nu aan of je daar het antwoord op weet, als je er zelf niet bij hoort? De Here zegt dan ook:

“Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen zeg ik u zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen.”

Er moet dus strijd geleverd worden om behouden te worden. Moet je er dan zoveel voor doen? Moet je onmogelijke geestelijke prestaties leveren om de hemel te mogen binnengaan? Nee, dat bedoelt de Heer niet. Het gaat om de bekering, en daar moet je strijd voor leveren. Kappen met je vroegere leven, waar God buiten stond, dat kost strijd. Christen worden terwijl je man of je vrouw je uitlacht, dat kost strijd. Alle pogingen om de hemel te verdienen, opgeven en alleen vertrouwen op het offer dat Jezus Christus op Golgotha heeft volbracht, dat ligt ons niet. Het is echt een ingaan door een nauwe poort. Je kunt er alleen maar zelf door en je moet er heel wat “bagage” voor afleggen.

Maar hoe zit het dan met die mensen, die zullen trachten in te gaan en het niet kunnen? Wat bedoelt de Heer daarmee? Wel, dat blijkt uit het vervolg:

“Van het ogenblik af dat de Heer van het huis is opgestaan en de deur gesloten heeft, zullen jullie beginnen buiten te staan en aan de deur te kloppen…..”

Nu is het nog de gelegenheid dat iemand binnen kan komen, straks wordt de deur gesloten. Dan kan men wel proberen binnen te gaan, maar dan kan het niet meer. Dan is het te laat. Het is dus echt van belang nu te luisteren naar de oproep om het heil in Christus te aanvaarden.

Als nummer twee komt de ongelovige vraag. Een rijke jonge man is bij de Heer geweest en vroeg Hem wat hij moest doen om behouden te worden. Het leek of hij oprecht alles wilde doen om het heil te beërven. Toen de Heer hem echter voor de keus stelde: Hem te volgen of voor zijn rijkdom te kiezen, koos hij het laatste.
Daarop zei de Heiland, dat het voor een rijke heel erg moeilijk is het koninkrijk van God binnen te gaan. Hij vergeleek dat met het gaan van een kameel door het oog van een naald. Daarop vragen de discipelen verbaasd:

“Wie kan dan behouden worden?”

De Here Jezus geeft daarop het volgende antwoord:

“Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; bij God zijn alle dingen mogelijk” (Markus 10 vers 27).

Voor zondaars is het menselijkerwijs onmogelijk de hemel binnen te gaan, maar God heeft het onmogelijke mogelijk gemaakt door Zijn Zoon te zenden. Harde harten van zondaars te vermurwen is menselijkerwijs onmogelijk maar God kan het door Zijn Woord en Zijn Geest. Hij kan van een fanatieke christenvervolger als Saulus van Tarsen een verdediger van het geloof maken. Hij kan ook u met schuldbesef doen neerknielen aan de voet van het kruis.

Tenslotte dan de derde vraag, dat is de vraag van het hart. Hij werd uitgesproken door een man, die even te voren zich zelf het leven wilde benemen. Deze vraag kwam namelijk over de lippen van de cipier van de gevangenis te Filippi en luidde:

“Heren, wat moet ik doen om behouden te worden?”

Simpele vraag, recht uit het hart. Deze man ziet zijn hopeloze toestand voor God in. Hij wil gered worden. En het antwoord is even eenvoudig als de vraag.

“En zij (dat zijn de apostel Paulus en Silas) zeiden: “Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en u zult behouden worden, u en uw huis”. (Handelingen 16 vers 31).

God heeft in alles voorzien. Christus heeft het werk volbracht. Het enige vereiste om gered te worden is: bekering en geloof.