Snel zoeken:
122 Flitsen uit het MattheŁsevangelie Mt 15:29-39 > nr. 611

Christus, de Heiland

De IsraŽlieten komen van alle kanten met hun zieken, verlamden, blinden enz. naar Jezus Christus toe, en Hij geneest ze allemaal.
Waarvoor dienden toch die wonderen van genezing? Ten eerste waren ze het bewijs dat God zijn volk lief had en het wilde helpen. Ten tweede en eigenlijk moest dit nummer ťťn staan, toonde Jezus van Nazareth daardoor, dat Hij werkelijk de Messias was.
De mensen verheerlijken God om de uitredding die ze hebben ontvangen en blijven om Christus staan. Ze kunnen niet besluiten weg te gaan. Ze zijn reeds drie dagen bij de Heer; het eten is op; zo komen ze van de ene nood in de andere. Het is de Heer echter niet ontgaan. Hij roept zijn discipelen en zegt: "Ik heb medelijden met de schare...." De discipelen weten er echter ook geen raad mee: "Hoe komen we in een eenzame streek aan zoveel broden, dat we zoín grote menigte verzadigen kunnen? Dat is de taal van het verstandelijk overleg, maar niet de taal van het geloof. Het geloof schakelt altijd God en Christus in, dat deden zij niet.

De Heer vraagt daarop hoeveel broden ze hebben; dat blijken er zeven te zijn, met een paar visjes. Voor de Here is dat echter genoeg. Hij gebiedt de mensen te gaan zitten, neemt de broden en de visjes, dankt en begint te breken. Hij breekt maar door, breekt maar door.... Alle mensen krijgen voldoende te eten, ja, er is zelfs een overschot van zeven manden vol.

Door dit wonder laat Jezus Christus zien, dat Hij werkelijk God is. Zoals God zijn volk met manna in de woestijn verzadigde, zo doet Hij het hier.
Maar deze dingen hebben een diepere betekenis. Niet de ziekte van ons lichaam is het belangrijkst en ook niet de behoefte aan brood. Veel belangrijker is de ziekte van ons hart en de verzadiging van onze ziel. In het evangelie van Johannes wordt ons dat duidelijk voorgesteld, want daar zegt de Heer dat niet Mozes aan IsraŽl het ware brood gaf, Maar dat Hijzelf het ware brood is dat uit de hemel is neergedaald en dat alleen dŠt brood aan de wereld het leven geeft.
Willen we werkelijk leven uit God hebben, dan is dat alleen te verkrijgen door te geloven in Christus, die hier op aarde kwam om voor ons te sterven, opdat wij het leven zou kunnen ontvangen.