Snel zoeken:
125 Flitsen uit het Mattheüsevangelie Mt 16:13-20 > nr. 619

Wat zeggen de mensen?

Jezus Christus vraagt aan zijn discipelen:"Wie zeggen de mensen dat de Zoon des mensen is?" Met de uitdrukking Zoon des mensen bedoelt de Heiland zichzelf.

Er zijn heel wat mensen en allemaal zijn ze nakomelingen van de eerste mens, van Adam. De Here Jezus is echter niet gewoon een nakomeling van Adam; Hij is meer dan een mensenkind. Hij is de Zoon des mensen. Hij is degene waarvan God in de Hof van Eden gezegd heeft: "Het zaad van de vrouw zal u de kop vermorzelen." Hij is dat beloofde zaad, die bijzondere nakomeling, dat unieke mensenkind, dat de macht van satan verbreken zou. Nu vraagt de Heer wat de mensen van Hem denken. Dat is geen nieuwsgierige vraag, en natuurlijk ook geen vraag die door ijdelheid wordt ingegeven, zoals dat bij ons het geval kan zijn. Wij zijn er namelijk bar gevoelig voor wat de mensen van ons vinden en hoe ze ons beschouwen. Nee, de Heer heeft een bepaalde bedoeling met zijn vraag, dat blijkt wel.

Verdeelde meningen

De discipelen weten direkt op de vraag van de Heer te antwoorden. Ze hebben hun oor goed te luisteren gelegd en antwoorden in de zin van: "Sommigen zien in u Johannes de Doper, anderen beschouwen u als Elia, weer anderen menen dat u Jeremia bent of één van de profeten." Zo hebben de mensen hun mening over Jezus van Nazareth. Dat was toen zo, dat is nu nog zo. De één vindt Jezus een goed mens, een ander beschouwt Hem als een godsgezant, een derde ziet in Hem een wereldverbeteraar enz. enz.

Maar wat zegt gij ?

Het gaat de Heer echter niet om de meningen van mensen. Die eerste vraag dient slechts als inleiding, en het antwoord er op als achtergrond voor de tweede vraag: "Maar jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?" Dat is een priemend persoonlijke vraag. Het gaat er niet om wat anderen van Jezus zeggen, het gaat er om wat ik van Hem belijd. Petrus geeft het antwoord: "U bent de Christus, de Zoon van de levende God."
Dat is maar niet een mening van Petrus, dat is niet een vrijblijvende beschouwing, nee, dat is de belijdenis van zijn hart, en daar komt het op aan. Daar komt het ook voor ons op aan. Petrus wist dat Jezus Christus meer was dan een gewoon mens; hij wist dat de Meester die hij volgde, de beloofde Messias, de beloofde Verlosser was, en hij wist dat Jezus van Nazareth de Zoon van God was. God zelf openbaarde zich in Jezus Christus. Hij is God geopenbaard in het vlees.

Zalig bent gij

Petrus had die kennis niet uit zichzelf. Hij was niet door wijsgerige beschouwing tot die conclusie gekomen. Niet door een dialoog met andere mensen van een bepaalde levensbeschouwing Nee, het was God die deze overtuiging bewerkt had in het hart van de discipel.
"O", hoor ik al iemand opmerken, "dan hangt het dus van God af. Dan kan ik rustig afwachten of God dat bij mij ook belieft te bewerken en zolang houd ik er mijn eigen mening over Jezus op na."
Die konklusie lijkt logisch, en toch klopt ze niet. Aan de belijdenis van Petrus is namelijk iets voorafgegaan. Door z'n broer Andreas heeft hij van Jezus gehoord. Met Andreas is hij naar de Heiland toegegaan en heeft hij Hem nader leren kennen. Met andere woorden: hij heeft zijn hart niet vijandig, eigenzinnig, of alleen maar onverschillig afgesloten voor de werking van God, integendeel, hij wilde Jezus van Nazareth leren kennen, en zo openbaarde God aan wie Jezus Christus werkelijk is. En daarom kan de Heiland zeggen: "Zalig ben je Simon Barjona..."

Waar vind ik Jezus nu?

Jezus Christus is niet meer op aarde. Hoe kunnen wij in de twintigste eeuw Hem dan leren kennen? Hoe kunnen wij ooit tot geloof in Hem komen en zalig worden? Wel, dat kan nu evengoed als toen. We hebben namelijk de Schrift, de bijbel. En wie eerlijk wil kennismaken met Jezus Christus, beter gezegd: wie werkelijk Jezus Christus wil leren kennen, die kan dat door de bijbel te lezen of te luisteren naar de evangelieverkondiging vanuit de Schrift. Van de bijbel zegt Jezus Christus: "Deze ( Schriften) zijn het die van Mij getuigen."
Willen we luisteren naar het getuigenis van God, dat door de bijbel tot ons komt? Willen we ons hart openstellen voor de werking van Gods Geest? Als we dat doen zullen we net als Petrus Jezus Christus leren kennen. En dan zal ook van ons gelden: "Zalig ben je...".