Snel zoeken:
135 jrg 115, 02-1972 Het IsraŽlprobleem 13

Deuteronomium 30:1
Een keer in het lot van IsraŽl

Op de periode van grote verdrukking volgt de periode van herstel. Karakteristiek voor de profetieŽn die spreken over dit herstel, is de uitdrukking dat de Here ďin het lot van IsraŽl een keer zal brengenĒ. 1) Andere kenmerkende uitdrukkingen in verband met de voorzeggingen over IsraŽls herstel zijn:

ďZie de dagen komenÖĒ
ďHet zal geschieden in het laatst der dagenÖĒ
ďTe dien dageÖĒ
ďIn die dagenÖĒ

en dergelijke.
Het is vanwege het vele Schriftmateriaal ondoenlijk hiervan tekstverwijzingen te geven. Bij de gedetailleerde behandeling komen veel van deze teksten ter sprake.

Drie facetten

Als we de profetieŽn nagaan waarin gesproken wordt over het herstel van IsraŽl, dan blijkt dat zich daarbij drie facetten laten onderscheiden, namelijk:

1. De bekering van het volk, gevolgd door de terugkeer van de twee en de tien
stammen uit alle landstreken waarheen ze verdreven waren, waarbij de
volken IsraŽl behulpzaam zullen zijn.
2. Oordeel over de afvalligen onder IsraŽl en over de volken die IsraŽl
vijandig hebben behandeld of nog zullen behandelen, te onderscheiden in:
a. de verdelging van de legers die zich in Palestina rond Jeruzalem hebben
geconcentreerd;
b. de verdelging van de koning van het Noorden (Assur);
c. de tuchtiging van de omliggende volken, die hun haat aan IsraŽl hebben
gekoeld;
d. de ondergang van Gog en Magog, omdat zij het teruggekeerde volk hebben
benauwd.
3. Herstel en herbouw van land, stad, eredienst, koningschap enz.

We zullen deze drie facetten stuk voor stuk nagaan, maar beperken ons in dit artikel tot het eerste punt.

Eerst bekering Ė dan terugkeer

Dat aan het herstel van IsraŽl in zijn land bekering vooraf moet gaan, blijkt heel duidelijk uit Deuteronomium 30:1-10. Vers 2 spreekt over de bekering van het volk in de toekomst en daarop volgt in vers 3: ďDan zal de Here uw God in uw lot een keer brengenĒ.
Dezelfde gedachte vinden we ook in Deut. 4:27-29. er zijn voor dit punt nog veel meer bewijsteksten aan te voeren, waarvan we slechts enkele noemen. 2)
Deze bekering geldt niet alleen de IsraŽlieten, die dan buiten Palestina wonen, maar ook hen die zich in Jeruzalem en in het land bevinden. Op hen zal God de geest van genade en gebeden uitgieten en zodra ze de Messias zien verschijnen als Hij komt om hen te verlossen, zullen ze over Hem weeklagen. (Zach. 12:10; 13:9b).

Terugkeer en herstel van de twee en de tien stammen

Het herstel betreft zowel het huis van Juda (de twee stammen), als het huis van IsraŽl (de tien stammen). Jesaja spreekt hierover met de woorden: ďHij zal een banier opheffen voor de volken en de verdrevenen van Israťl verzamelen en de verstrooide dochter van Juda vergaderen van de vier einden der aardeĒ (Jes. 11:12).
Sterk sprekend in dit verband is EzechiŽl 37:18-23, waarin zoveel nadruk wordt gelegd op het ťťn worden van beide rijken. 3)

Uit alle landstreken

De profetie laat er ook geen twijfel over bestaan, dat deze terugkeer alle IsraŽlieten betreft, waarheen ze ook verdreven zijn.
In Jesaja 11:11 wordt een opsomming gegeven van de landen die de IsraŽlieten zullen verlaten. In vers 12 wordt dit uitgebreid tot ďalle einden van de aardeĒ. Trouwens in Deuteronomium 30:4 is ook al sprake van de ďeinden des hemelsĒ.
Ja, ďťťn voor ťťnĒ zullen ze ingezameld worden ďuit Assur en EgypteĒ (Jes. 27:12, 13) zonder dat iemand achterblijft (Ezech. 39:28). 4)

Geholpen door de volken

Bij deze definitieve terugkeer zullen de volken een totaal andere gezindheid aan de dag leggen dan ze tevoren deden. De volken zullen IsraŽl helpen terug te keren en het volk daarna dienstbaar zijn.
Jesaja geeft dit als volgt aan: ďDan zal de vreemdeling zich bij hen aansluiten en men zal zich voegen bij het huis van Jakob. En de volken zullen het met zich nemen en het naar zijn eigen plaats brengen en het huis van IsraŽl zal ze als erfelijk bezit verkrijgen op de grond van de Here, tot slaven en tot slavinnenĒ (Jes. 14:1, 2).
Nog sterker staat dit in Jesaja 49:22, 23. 5)
Hiermee hebben we het eerste facet voldoende belicht, zodat we de volgende keer over kunnen gaan tot de bespreking van de beide andere punten.

1) Zie: Jeremia 29:14; 30:3, 18; 31:23; 32:44; 33:7, 11, 29; Deuteronomium
30:3; EzechiŽl 39:25; Hosea 6:11; JoŽl 3:1; Amos 9:14; Zefanja 2:7; 3:20;
2) Zie: Jesaja 1:27; 10:21, 22; 59:20; Jeremia 3:14-18, 22; 29:14; Hosea 3:4,
5; 5:15;
3) Zie ook: Jeremia 23:6; 30:3; 31:27, 31; 33:7, 14 en 3:18;
4) Zie: Jesaja 43:6; 49:12; Jeremia 16:15; 29:14; 31:8; Hosea 11:10, 11;
Zefanja 3:10; Zacharia 8:7; 10:10;
5) Zie: Jesaja 60:9, 10, 12, 14; 61:5.