Snel zoeken:
164 Flitsen uit het Mattheüsevangelie Mt 26:26-30

Mattheüs 26:26
Dit is Mijn lichaam
(Mattheüs 26:26-30)

Het Christendom kent twee belangrijke handelingen, namelijk de doop en het avondmaal. Beide hebben een symbolische betekenis en wijzen heen naar dezelfde zaak, namelijk naar het offer dat Jezus Christus gebracht heeft op het kruis.
Toen Jezus Christus met zijn volgelingen aan de Paschamaaltijd zat heeft Hij het avondmaal ingesteld. Hij nam brood, brak het en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden: ‘Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.’
De evangelist Lukas heeft nog enkele woorden die de Heer erbij gezegd heeft, opgetekend; hij zegt het zo: “Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt, doe dit tot mijn gedachtenis”. (Lukas 22:19) Deze woorden maken duidelijk dat het om een symbolische zaak gaat. Het brood stelt het lichaam van de Heer voor, dat Hij overgeven zou in de dood. Eveneens blijkt uit ‘doe dit tot mijn gedachtenis’ dat het om een ‘herdenking’ gaat.
Het avondmaal is maar niet een liefdadige maaltijd, hoe goed die ook kan zijn. Het is ook niet een maaltijd waar God de onbekeerde zondaar nodigt om het heil in Christus te ontvangen. Zelfs is het niet een handeling die verricht wordt door gelovigen met het doel hun geloof te versterken. Het avondmaal is naar het woord van de Heer een gedachtenismaal.
En wie worden daar aan tafel verwacht? Zij, die erkend hebben dat Jezus Christus zijn lichaam moest geven en zijn bloed moest storten, wilden zij gered kunnen worden. Hoe zou iemand, die het offer door Christus op het kruis gebracht niet voor zichzelf heeft aanvaard, iets tot gedachtenis van Hem en van zijn sterven kunnen doen?
Het avondmaal is een maaltijd voor Christenen, en ieder die zich tot God bekeert, wordt er uitgenodigd. ‘Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt’, zegt de Heer. ‘Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt’, voegt Hij er aan toe.
Wilt u erkennen, dat het voor u nodig was dat Christus zich overgaf en zijn bloed stortte. In Zijn lichaam wilde Hij de zonden dragen, Zijn bloed vergoot Hij, opdat mensen met God verzoend konden worden.
Van onze kant vraagt dat om aanvaarding. Wie dat aanvaard heeft, wie de grote liefde van God en Christus heeft leren kennen, die zal ook graag hegoor geven aan de vriendelijke uitnodiging: ‘Neemt, eet’, ‘neemt, drinkt’, en ‘doet dit tot mijn gedachtenis’.

J.G.F.