Snel zoeken:
368 jrg 135, 05-1992 Het probleem van Handelingen 7:16

Handelingen 7:16
Het probleem van Handelingen 7:16

In Hand.7:16 staat, dat Jakob en de vaderen van het volk Israël (de zoons van Jakob) stierven (in Egypte) en dat zij overgebracht werden naar Sichem en gelegd werden in het graf dat Abraham voor een bedrag aan zilver had gekocht van de zonen van Hemor in Sichem ( of: van Hemor de vader van Sichem).

Dit vers plaatst ons voor twee problemen. Ten eerste is Jakob niet begraven te Sichem, maar te Hebron in de spelonk van Machpela, waar Abraham, Sara, Isaäk, Rebekka en Lea al eerder te ruste gelegd waren
(zie Gen.23:12-20; 25:9-10; 47:30; 49:13,29-32; 50:13). Ten tweede heeft volgens het boek Genesis niet Abraham een stuk land te Sichem van Hemor gekocht, maar heeft Jakob dat gedaan (zie Joz.24:32). Abraham kocht het veld van Efron de Hethiet met daarin de spelonk van Machpela en dat lag niet bij Sichem, maar bij Hebron.

Het eerste probleem is niet moeilijk op te lossen. Stefanus vermeldt in één zin, dat Jakob en de vaderen in Egypte zijn gestorven, dat ze overgebracht zijn naar Sichem en daar begraven zijn. Nu geldt van allen dat ze in Egypte gestorven zijn en dat ze overgebracht zijn uit Egypte naar Kanaän. Van de broers van Jozef weten we dat niet uit het Oude Testament, maar het is kennelijk wel gebeurd. Al geldt het van allen ,zo is er toch een onderscheid. Jakob is namelijk veel eerder naar Kanaän gebracht en daar begraven dan Jozef en diens broers. Stefanus vindt het kennelijk niet nodig dit verschil in tijd naar voren te brengen.
Daarbij is het trouwens mogelijk dat Stefanus met de uitdrukking ‘zij werden overgebracht naar Sichem’ alleen aan de zonen van Jakob heeft gedacht, aangezien de overbrenging van Jakob al veel eerder had plaatsgevonden. Het ‘zij’ van vers 16 slaat dan alleen terug op ‘onze vaderen’ en daarmee is het hele probleem van de baan.

Het tweede vraagstuk is moeilijker op te lossen. De volgende oplossingen zijn er voor aangedragen:

(1) Het stuk land te Sichem dat Jakob kocht is eerder door Abraham in eigendom verworven. Vanwege zijn nomadenbestaan zijn de rechten van deze aartsvader later niet meer erkend. Nu koopt Jakob terug wat zijn grootvader eertijds in eigendom had. Iets dergelijks is ook gebeurd met de put te Berseba. We lezen in Gen.21:22-34 dat Abraham zijn rechten op deze put veilig stelt door Abimelech zeven lammeren te geven.. In later tijd werden zijn rechten echter niet meer erkend en is de put door de Filistijnen dicht gegooid. Isaäk graaft in zijn tijd de put weer uit en maakt hem tot zijn eigendom (Gen.26:15-33).
Tegen deze uitleg kan men inbrengen dat we nergens in het boek Genesis lezen dat Abraham een stuk land te Sichem gekocht heeft. We weten echter wel, dat Sichem de eerste plaats was waar Abraham zich ophield toen hij in Kanaän kwam. Hij richtte daar een altaar op en God bevestigde hem in een visioen dat Hij hem het land zou geven. Bij deze gelegenheid zou de door Stefanus bedoelde aankoop hebben kunnen plaatsvinden. Stefanus kan daar via (mondelinge) overlevering van op de hoogte zijn geweest.

(2) In Hand. 7:16 heeft oorspronkelijk gestaan: ‘dat hij (dat is dan Jakob) voor een bedrag aan zilver had gekocht van de zonen van Hemor’ Een latere overschrijver heeft gemeend dat het hier om Abraham moest gaan, want alleen van hem staat in Genesis dat hij een stuk land als begraafplaats heeft gekocht. Deze overschrijver heeft toen ‘hij’ vervangen door ‘Abraham’ en daarmee het probleem veroorzaakt. Deze oplossing kunnen we niet uitsluiten, maar we moeten heel voorzichtig zijn met het aannemen van een tekstverandering,omdat dat een verlegenheidsoplossing is.

(3) Het gaat om het kopen van twee stukken land en om twee begraafplaatsen. Het kan zijn dat in de tekst bij het overschrijven woorden zijn weggevallen waardoor het probleem is ontstaan. Of dat Stefanus het aankopen en gebruiken als begraafplaats welbewust gecomprimeerd heeft weergegeven. We moeten namelijk rekening houden met een weergave die ons westerlingen vreemd is omdat ze naar onze opvatting niet ‘wetenschappelijk exact’ is. Wij ‘vangen elkaar’ op woorden! De oosterling kijkt niet vreemd tegen zo iets aan. Voor hem komt het op de bedoeling aan. Wel de toehoorders van Stefanus begrepen die bedoeling best.