Snel zoeken:
002 Flitsen uit het Mattheüsevangelie Mt 01:02-17 > nr. 494

Mattheüs 1:2
‘t Is maar een geslachtsregister( 2)

Er staan verschillende geslachtsregisters in de bijbel, en heel wat mensen vinden het een saaie bezigheid om die te lezen, waarom ze ze dan ook maar netjes overslaan. Dat is erg jammer, want men mist daardoor een boodschap, die van zo’n geslachtsregister uitgaat.
In de eerste plaats toch valt het op, dat God alle namen nauwkeurig heeft genoteerd. Zo is het met de naam van elk mens. Hier op aarde is uw naam misschien onbekend, en er zijn gebieden aar de mens niet eens een officiële naam draagt. Bevolkingsregisters zijn nog niet overal ingevoerd. Maar wat de hemel betreft is uw naam niet vergeten, u staat genoteerd. Nee, natuurlijk niet met pen en inkt en in een boek van papier. God spreekt voor ons begrijpelijke taal van ,,namen geschreven in de hemelen” en van ,,boeken”. Hoe dan ook, uw naam is bij God bekend. Maar dat is niet alles. ook uw werken zijn bij God bekend en staan nauwkeurig vermeld. Want nu maken we een sprong van het eerste boek van het Nieuwe Testament, het evangelie van Mattheüs, naar het laatste, De Openbaring. In hoofdstuk 20 wordt daar het oordeel beschreven voor de Grote Witte Troon. En dan leest u in vers 12:
“En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het boek des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken”.
Dit is de les die dit geslachtsregister voor u heeft, dat God een God van nauwkeurigheid is en er Hem niets ontgaat. En het is vreselijk voor een mensdom te staan voor de Grote Troon van het eindgericht om het vonnis over al zijn zondige werken te vernemen. Want dat vonnis is niet anders als:
“Ga weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen bereid is”.
Deze tekst haken we aan uit Matth.25; daar gaat het over de levenden, die geoordeeld worden bij de verschijning van Christus; hier in Openb. 20 gaat het over de doden, maar in beide gevallen worden de veroordeelden verwezen naar de “poel des vuurs”.
Maar we zijn nog niet klaar met onze lessen uit dit register. De mogelijkheid bestaat nl. dat u juist een zeer nauwkeurig bijbellezer bent. Misschien zelfs lijke u op die man uit het noorden van Friesland, die zei: “Ik lees de bijbel om er de tegenstrijdigheden in te vinden” Er zijn van die mensen die voelen dat de bijbel tot hun hart en geweten spreekt, maar die zich achter hun verstand verschuilen om hun geweten te sussen. Ze zijn blij met elke vermeende onjuistheid in de bijbel, want dan hoeven ze dat boek tenminste niet te geloven en als Gods Woord te aanvaarden. Welnu, als u dan 1 Kron.3 opslaat , dan vindt u daar de nakomelingen van Salomo in vers 10 en van daar afloopt de lijst parallel met die uit Mattheüs. Maar tot uw verbazing zult u zien, dat er drie namen meer staan dan in het register van Mattheüs. Trouwens in dat laatste missen nog meer namen. Het is duidelijk dat deze namen met een zeker doel zijn weggelaten. Waarom nu precies: Ahazia, Joas, Amazia, Jojakim enz zijn geschrapt is moeilijk uit te maken en kan hier ook niet ter sprake komen. Maar ik wil uw aandacht vestigen op het feit dat er namen uitgewist zijn. En in plaats van in uw handen te wrijven en te zeggen: zie je wel dat de bijbel onbetrouwbaar is, moet u zich eens gaan afvragen wat God u hierdoor te zeggen heeft. De taal die hieruit spreekt, is niet zo moeilijk. Luister maar, God heeft dus twee registers: een volledig in het Oude Testament en een bijgewerkt in het Nieuwe. En dit laatste wordt als het geslacht van Christus aangeduid. Zo heeft God ook twee registers in de hemel. We zagen al , dat alle mensen boven genoteerd staan en dat al hun daden zijn opgetekend. Zo staan we allemaal als mensen die op aarde leven, genoteerd in het boek van de levenden. Daarnaast heeft God echter een register van allen die het eeuwige leven zullen ontvangen, dat is het Boek des Levens. Nu wil God dat alle mensen behouden worden en als iemands naam dus wel als een levende op aarde staat genoteerd, maar uit het Boek des Levens is weggelaten, dan is dat niet Gods schuld, maar de schuld van de mens, die zich niet heeft bekeerd. Van zulken geldt:
“Laten ze uit het Boek des Levens worden uitgedelgd, met de rechtvaardigen niet worden
opgeschreven” (Ps 69:29.
Maar allen die zich bekeerd hebben en die, omdat ze waarachtige gelovigen zijn, tot het einde toe overwinnen, geldt:
“en Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het Boek des Levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor zijn engelen” (Openb 3:5).
En opnieuw komt de dringende vraag tot u: Staat uw naam in twee registers of in één? Uw houding ten opzichte van het kruis is hier beslissend!