Snel zoeken:
218 jrg 123, 08-1980 De opname van de gemeente een hersenschim? 14

Mattheüs 27:52
Uit: “Bode des Heils in Christus”, jaargang 123 (1980)

Welke Gelovigen?

De vraag is nu welke opgewekte en verheerlijkte heiligen door de 24 oudsten worden voorgesteld. Er zijn er die letterlijk aan 24 gelovigen denken, die in de voorgaande tijd zijn opgewekt. Sommigen leggen een verband met Matth. 27:52 en 53. Zij menen, dat deze gelovigen hier in Openb. 4 en 5 bedoeld worden. Naar mijn overtuiging gaat het in Matth. 27 inderdaad om een opwekking tot het nieuwe leven en niet om een terugbrenging tot dit aardse bestaan, zoals b.v. met Lazarus het geval was. De uitdrukking “zij… verschenen aan velen” geeft dat aan. Lazarus verscheen niet na zijn dood, maar leefde gewoon te Bethanië waar de mensen hem konden zien.
Ondanks dat lijkt me de uitleg hiervoor gegeven niet erg aanvaardbaar. Er staat dat er velen uit de doden opstonden en dat ziet toch wel op een groter aantal dan 24 mensen. Het aantal wordt in Matth. 27 trouwens helemaal niet genoemd. Het is zuiver gissen om van 24 van deze gelovigen te spreken. Daar komt echter bij dat er niet zomaar over 24 gelovigen gesproken wordt, maar dat er sprake is van 24 oudsten. En oudsten zijn de vertegenwoordigers van een volk.

Het getal 24

Bovendien zijn het vierentwintig oudsten. Dat aantal heeft ontegenzeggelijk betekenis, net zo goed als het aantal brieven van hoofdstuk 2 en 3. Om die betekenis op te sporen moeten we het oude testament opslaan en nagaan waar en hoe dit getal daar voor komt. Welnu, in 1 Kron. 24:1-19 lezen we dat David de priesters indeelt in 24 families naar de 24 zonen van Eleazar en Ithamar. Bedenken we dat de oudsten uit het boek Openbaring priesterdienst verrichten, dan is het duidelijk dat in deze 24 personen heel het priestervolk vertegenwoordigd is.
Niet alleen de priesters werden in 24 orden ingedeeld; dit gebeurde ook met de zangers (1 Kron. 25:31). De oudsten zijn niet alleen priesters, ze zijn ook zangers, die in het nieuwe lied Gods lof verkondigen. Opnieuw wordt dus de gedachte bevestigd dat we met vertegenwoordigers van de opgewekte en verheerlijkte heiligen te doen hebben, die een volk van priesters en zangers vormen.

Meer dan de gemeente?

Blijft de vraag of we in deze oudsten alleen de gemeente moeten zien of ook de gelovigen van de oude dag. Dit hangt samen met het probleem of bij de opname alleen de gelovigen die tot de gemeente behoren de Heer tegemoet zullen gaan of dat ook de ontslapenen uit de voorafgaande bedelingen daarbij zullen zijn. Hierover zijn de meningen onder hen die de leer van de opname huldigen, altijd verdeeld geweest. Er zijn er die de gedachte voorstaan, dat onder de 24 oudsten alle gelovigen verstaan moeten worden, dus die van vóór en die van ná het kruis tot aan de opname. Men beargumenteert dit als volgt:

a. Het getal 24 laat een splitsing in twee maal twaalf toe, waarbij het ene twaalftal de gemeente en het andere twaalftal de gelovigen uit de tijd van het oude testament zou vertegenwoordigen.
b. Onder de uitdrukking “de doden in Christus” mag men ook de ontslapenen van vóór de Pinksterdag verstaan. Van Mozes wordt immers ook gezegd dat hij de smaadheid van Christus groter rijkdom achtte dan de schatten van Egypte.
c. Wanneer deze gelovigen niet in de opname begrepen zijn, is hun opstanding nergens in de rij van toekomstige gebeurtenissen te plaatsen. Openb. 20:1-4 laat er geen ruimte voor, want dat gedeelte spreekt van de opstanding van de martelaren uit de eindtijd.

Anderen brengen naar voren:

a. Het getal 24 stelt het gehele volk voor en laat zich dus niet splitsen in twee maal twaalf. Men moet er óf alleen de oudtestamentische heiligen onder verstaan óf alleen de gemeente, maar niet beide. Zij kiezen dan voor de opvatting dat we met vertegenwoordigers van de gemeente te doen hebben.
b. Tegen Daniël wordt gezegd, dat hij zal rusten in zijn lot tot aan het eind der dagen. Dat ziet op een opstanding vlak voordat de Christusregering aanbreekt (Dan. 12:13, zie ook Jes. 26:19-21).
c. Het niet vermelden van een gebeurtenis in de Openbaring betekent niet, dat deze gebeurtenis niet plaats zal vinden. Dit boek vermeldt de opname van de gelovigen immers ook nergens en toch weten we zeker dat er – wanneer dan ook – een opname zal plaatsvinden.

De opname van het openen van de zegels van Openb. 6?

Hier is het wel de plaats om nog een andere opvatting te bespreken, namelijk dat de gemeente de opening van de eerste zegels nog op aarde zal meemaken.
In het Engels noemt men dat de “mid-tribulation-rapture” of wel de opname halverwege de verdrukking, waarbij over het precieze tijdstip weer verschillende gedachten bestaan. Tegen deze gedachte is het volgende in te brengen:

- Men laat de indeling van het boek de Openbaring los. Een opname “tussen” hfdst. 3 en 4 is aannemelijker dan een opname op een willekeurig later tijdstip.
- Het feit, dat in Openb. 2 en 3 over de gemeente wordt gesproken en later niet meer zou zijn betekenis verliezen.
- Vanaf hoofdstuk 4 zien we de 24 oudsten in de hemel; na die tijd vinden we daar geen andere personen, die de gemeente zouden kunnen voorstellen.
- Uiteraard zal men dan onder de oudsten slechts 24 personen kunnen zien, die hoogstens voorlopers van b.v. de oudtestamentisch gelovigen in de hemel kunnen zijn maar niet vertegenwoordigers van verheerlijkte heiligen in de hemel.