Snel zoeken:
245 jrg 124, 11-1981 Het Woord en zijn werking 02

1-Petrus 1:23
Uit: “Bode des Heils in Christus”, jaargang 124 (1981)

Zaad

Dat het Woord ook betrokken is bij het wekken van leven noemde ik al. We zagen dat in 1 Petr. 1:23: “Gij die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad”. Om reiniging aan te duiden moest voor het Woord het beeld van water worden gebruikt. Levend maken vereist echter een andere voorstelling. Zaad is daarvoor uitermate geschikt. Het Woord van God is zaad, en dan geen verwelkt uitgedroogd, levenloos zaad, nee, het is onvergankelijk, levend en blijvend (vergelijk Lukas 8:11). Het Woord van God verliest zijn kracht nooit. Het blijft tot in eeuwigheid (1 Petr. 1:25).

Melk

Geboorte is één ding, voeding is een tweede. Zoals een kind na de geboorte voeding nodig heeft (voor de geboorte ook al trouwens) zo moet de wedergeboren mens gevoed worden. We moeten ons daarnaar “uitstrekken”. Met een baby gaat het met de voeding niet altijd even vlot. Het wil niet drinken of het spuwt alles er weer uit. Christenen vertonen soms in geestelijk opzicht dezelfde kwalen. Niet voor niets roept Petrus ons op: “Weest als pasgeboren kinderen zeer begerig naar de onvervalste redelijke melk (van het Woord), opdat gij daardoor opgroeit tot behoudenis, als gij inderdaad gesmaakt hebt dat de Heer goedertieren is” (1 Petr. 2:2, 3). Hier wordt een vergelijking getrokken. Zoals pasgeboren kinderen zeer begerig zijn naar de moedermelk (dat is tenminste normaal), zo moeten wij begerig zijn naar de onvervalste redelijke melk van het Woord. Zijn we dat niet, dan stagneert onze groei. Moet je eens zien wat een zorgen een jonge moeder zich maakt als de baby niet goed wil drinken of als de weegschaal niet voldoende meer-gewicht aangeeft. Zijn wij voor onze geestelijke groei wel zo bezorgd? En voor de groei van hen die God aan ons heeft toevertrouwd?...

Vast voedsel

Een moeder blijft een baby niet alleen maar melk geven. Na verloop van tijd (liefst zo vlug mogelijk) gaat ze over op vast voedsel. Als een kind alleen maar melk zou willen drinken dan wordt het geen sterke kleuter, tiener en volwassene. Dit geldt ook voor de baby in het geloof. 1) Ook hierop wijst de Schrift. Aan de Korinthiërs schrijft Paulus dat ze nog kleine kinderen in Christus zijn. Hij voedt ze nog steeds met melk, want vast voedsel verdragen ze nog niet (1 Kor. 3:1, 2). Bij de gelovige is er in zo’n geval iets mis met zijn geestelijke smaakzin. Hij is dan niet geestelijk op God gericht, maar vleselijk op deze wereld afgestemd. Dat is goed fout!

Ook de Hebreeën krijgen te horen dat het met hun “eetgewoonte” niet in orde is. Ook zij kunnen vast voedsel niet verdragen, hoewel ze al lange tijd bekeerd zijn (Hebr. 5:12-14). Ze zijn kinderen gebleven, en zijn niet tot de volwassen staat opgegroeid. Een ietwat diepere uitleg van Gods Woord kunnen ze niet waarderen niet vatten. De typologische betekenis van Melchizedek is aan hen niet besteed. Helaas zijn er vandaag ook heel wat christenen die de vaste spijze niet lusten. Ze willen alleen de melk van een evangelie-toespraak (en soms liefst nog één van taptemelk). Jammer! Maar gelukkig… er is verbetering mogelijk! Anderzijds zijn er ook christenen die een beker geestelijke melk bij de geestelijke boterham niet meer kunnen waarderen; als vast voedsel willen ze alleen de belegde broodjes en conferenties en bijbelbesprekingen. Ook voor hen zou verandering van eetgewoonte niet slecht zijn.

1) Petrus en Paulus bekijken het “melk drinken” vanuit een verschillend gezichtspunt. Petrus zegt: Melk (moedermelk natuurlijk) is zuiver en goed voor de groei. Zoals baby’s daarnaar verlangen, zo moeten wij begerig zijn naar het zielenvoedsel van het Woord. Hij maakt niet zozeer een tegenstelling tussen melk en vast voedsel, ook niet tussen kleine kinderen en volwassenen. Natuurlijk zegt en bedoelt Petrus niet dat wij zuigelingen zouden moeten blijven. Hij stelt alleen hun begerig-zijn naar de melk ons tot voorbeeld.

Bij Paulus vinden wij de genoemde tegenstellingen wel. Melk is goed voor kleine kinderen, vast voedsel is voor volwassenen. Het is niet normaal dat volwassenen nog met melk gevoed worden. Zij moeten al lang aan vast voedsel toe zijn.

Petrus heeft dus uitsluitend dit aspect voor ogen: Wees altijd begerig naar het Woord. Paulus gaat er dieper op in: Blijf niet staan bij de eenvoudige waarheden, maar neem ook diepere waarheden in je op.

Een lamp

In verband met de reiniging is het woord wandel gevallen. Om te weten hoe we moeten wandelen en waar we onze voet moeten neerzetten, hebben we ook de Schrift nodig. Omdat deze wereld in de duisternis van de zonde ligt hebben we licht nodig. Het Woord van God wordt dan ook met een lamp vergeleken. We vinden dat in Psalm 119. Deze psalm 119. Deze psalm is een doorlopende lofzegging op het Woord van God. De werking van het Woord wordt op allerlei manieren belicht. In vers 105 lezen we: “Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”. Voor elke stap (“voor mijn voet”) en voor de richting (“op mijn pad”) geeft het Woord licht. “Het openen van Uw woorden verspreidt licht, het geeft de onverstandigen inzicht” (vs. 130). Willen we weten hoe we ons in deze wereld hebben te gedragen? – Het Woord vertelt het ons! Vers 9 zegt het zo mooi:
“Waarmee zal de jongeling zijn pad rein bewaren? Als hij dat houdt naar uw woord”. Hebben we vragen ten aanzien van de Gemeente en het gemeenteleven? Het antwoord vinden we in de Schrift! Krijgen we te maken met evolutie-leer, abortus, euthanasie, crematie enz.? Het Woord laat ons niet in het ongewisse hoe we daar tegenover hebben te staan! Ook andere Schriftplaatsen gebruiken het beeld van de lamp. Zo staat in Spr. 6:23: “Want het gebod is een lamp en de onderwijzing een licht”. Dit slaat op het onderwijs dat de ouders de kinderen geven. Als het goed is heeft dat onderwijs immers de Schrift tot norm. De apostel Petrus noemt het profetische woord een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in onze harten (2 Petr. 1:19).
Temidden van de ontwikkelingen in deze wereld hebben we het profetische woord broodnodig. Het wijst ons op de naderende tijd van de wederkomst van Christus. Het laat de afval in de christenheid zien en waarschuwt ons voor de opkomst van een afvallig godsdienstig systeem als het Grote Babylon, waarvan we de kenmerken in de ontwikkeling rond de wereldraad van kerken kunnen herkennen. Hoevelen raken niet verstrikt in tegenwoordige moderne stromingen, omdat ze het licht van het profetische Woord verwachten of veronachtzamen.

Een zwaard

We hebben niet alleen te maken met deze wereld, maar ook met de overste ervan en zijn trawanten. Dit betekent dat we niet alleen ons pad moeten zoeken in deze duistere wereld, maar ook strijd moeten leveren. Ook daarvoor staat het Woord ons ten dienste. Om dit duidelijk te maken wordt weer een ander beeld gebruikt, namelijk dat van een zwaard. Hierover spreekt Efeze 6. In dat hoofdstuk roept Paulus ons op de hele wapenrusting van God aan te doen om stand te houden tegen de listen van de duivel (vers 11). Verkeerde leraars mogen ons belagen, zedeloze leringen mogen ons door mensen voorgesteld worden – uiteindelijk zijn het niet de menen met wie we te doen hebben maar de satan. Om tegen hem stand te houden hebben we de hele wapenrusting van God nodig. Van die wapenrusting is “het zwaard van de Geest” een onderdeel, en, zo zegt vers 17: “dat is het Woord van God”. We zien hoe de Heer Jezus het zwaard van het Woord gebruikte toen Hij in de woestijn door Satan verzocht werd. Hoewel Hij met zijn eigen woorden Satan had kunnen weerstaan, deed Hij dat niet. Hij haalde de Schrift aan. Met de woorden: “Er staat geschreven”, versloeg Hij de satan. Wat een voorbeeld voor ons! Maar om een zwaard te kunnen hanteren heb je oefening nodig. Zo is het ook met het Woord. We moeten de Schrift kennen en weten wat de zin van elk Schriftwoord is om dit zwaard juist te kunnen hanteren. Hoe nodig is het dus de Schrift te lezen en te onderzoeken! Andere plaatsen waar het Woord een zwaard genoemd wordt of als zwaard wordt voorgesteld vermeld ik slechts terloops: Hebr. 4:12, Openb. 19:15, 21.

Een spiegel

De apostel Jakobus trekt een vergelijking tussen het kijken in een spiegel en het horen van het Woord (Jak. 1:23, 24). Er zijn mensen die zichzelf in een spiegel bekijken, maar als ze zich omgekeerd hebben, weten ze niet meer hoe ze eruit zagen. Zo zijn er mensen die het Woord horen, maar geen daders van het Woord zijn. Ze vergeten wat god hen voorhoudt. Een artikel over het Woord kan o.i. moeilijk een passender slot hebben dan dit. Gods Woord wil niet slechts bestudeerd, maar vooral gedaan worden. Laten we geen vergeetachtige hoorders zijn. Laten we het Woord zijn werk in ons laten doen. Van de gelovigen te Thessalonika lezen we: “En daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat gij, toen gij van ons het woord van de prediking Gods hebt ontvangen, het hebt aangenomen, niet als een woord van mensen, maar, wat het in waarheid is, als Gods woord, dat ook werkt in u die gelooft” (1 Thess. 2:13). Het woord aannemen is één. Het in ons laten werken is twee!!