Snel zoeken:
002 jrg 98, 01-1955 Našman, de SyriŽr

2-Koningen 5:1
Zijn betekenis voor onze tijd.

De betekenis van Našmans geschiedenis is uitgedrukt in het woord
van de Heer Jezus: "En er waren vele melaatsen in IsraŽl ten tijde
van de profeet Elisa: en geen van hen werd gereinigd, dan Našman, de SyriŽr" (Luk. 4 : 2 7). De joden zouden de Heer Jezus verwerpen. Geen profeet is aangenaam in zijn vaderland. Het heil zou tot de heidenen gaan en Našman, de SyriŽr is reeds een bewijs uit de oude dag, dat God Zijn evangelieboodschap tot de volken zenden zou. We zien ook, dat Našmans geschiedenis een illustratie geeft van de bekering van een zondaar. Bovendien bevat dit verhaal vele gegevens, die ons tot lering kunnen strekken. leder der optredende personen: Našman, het joodse meisje. de koning van IsraŽl, Elisa en Gehazi hebben ons iets te zeggen.

Našmans melaatsheid
Zijn persoonsbeschrijving in 2 Kon. 5 laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Een groot man en van hoog aanzien. De manier waarop zijn knechten hem aanspreken en het feit, dat een slavin zich zo maar met zijn privť aangelegenheden durft bemoeien, doen uitkomen hoe bemind hij is. Našman is niet de eerste de beste. Een goed mens zou de wereld zeggen. Er- volgt echter in het eerste vers een fatale toevoeging: "Hij was melaats". Melaatsheid is een beeld van de zonde. Iemand genezen van deze ziekte staat gelijk met doden opwekken (zie vers 7).
Vanzelfsprekend denken we aan Pred. 7 :20 en Rom. 3 : 1,0 en 6 : 23:
"Want niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen".
"Er is geen rechtvaardige, ook niet ťťn".
"De bezoldiging der zonde is de dood".
Wie we ook zijn mogen, hoe goed ook aangeschreven, achter onze persoonsbeschrijving als mens, zet God: "doch zondig". Dus ten dode gedoemd.

Našmans pogingen
Našman hoort de boodschap van het heil. Hij is bezorgd over zijn toestand, luistert naar goede raad en gaat genezing voor zijn ziekte zoeken. leder, die bezorgd is over zijn zonde en die de evangelieboodschap hoort, wordt een zoeker.
Jammer genoeg zoeken velen de redding bij de verkeerde personen en op de verkeerde manier. Našman doet dat ook. leder, die niet absoluut de boodschap aanvaardt,en eigen gedachten over zijn ver-
lossing op zij zet, kan slechts langs een kronkelig pad aan de voet
van het kruis komen.
Met een brief van zijn vorst gaat de krijgsoverste naar de koning van IsraŽl. Daar was hij echter aan het verkeerde adres, hij moest bij de profeet zijn. Geen koning of paus, geen Mohammed of Confucius, geen dominee of pastoor kunnen een zondaar verlossen.
In de tweede plaats wil Našman zijn gezondheid kopen. Hij heeft echter de verkeerde prijs. Zijn zilver en goud kunnen hem niet helpen. Psalm 49 : 8 zegt het zo duidelijk: "Niemand kan ooit een broeder loskopen, noch Gode zijn losprijs betalen".
Geen gift in de collecte en geen testamentaire beschikking voor een z.g. christelijk doel kunnen zonden wegwassen. "Niet verlost door vergankelijke dingen, zilver of goud, maar door het kostbaar bloed van Christus" (1 Petr. 1 : 18 en 19).
Tenslotte komt deze veldheer bij Elisa. Zijn wagen staat voor de deur. Nu moet Elisa maar naar buiten komen en met zijn genezingsceremoniŽn beginnen. Maar hij stond op de verkeerde plaats. Er zijn vele zoekers, die verwachten, dat het kruis bij hen komt in plaats van andersom.
Jezus komt niet aan de voet van de zondaar, maar de zondaar moet knielen aan Zijn voet.
Našman houdt er nog steeds zijn eigen meningen op na en die zijn
lijnrecht in strijd met Gods gedachten. "Hij dacht bij zichzelf" (vs.
11) en wilde zijn melaatse vlees gekoesterd en bestreeld hebben.
Wellicht is er nog wat aan op te knappen. En hij is de enige niet.

Wat zijn er een zondaars bezig, de oude zondige natuur te strelen en te koesteren. Zondaars alleen? Wel neen, zelfs gelovigen, zoals een broeder die beweerde nog ťťn zonde te hebben, als hij die nu ook nog had overwonnen, was hij volmaakt!
Het middel van God is Našman een dwaasheid en een ergernis tegelijk. Als hii zich dan toch wassen moet, zijn Abana en Parpar wel zo best. Als Jeremia hem onderweg was tegen gekomen zou hij gezegd hebben: "Al zoudt gij u wassen met loog en veel zeep gebruiken, dan blijft toch uw ongerechtigheid als een onuitwisbare vlek voor mijn oog, luidt het woord van de Here Here" (Jer. 2 :22).
Terug naar SyriŽ is nu het parool en de verkeerde gezindheid van de ongelukkige man blijkt wel uit de woorden: "Daarop wendde hij zich om en ging heen in grimmigheid".

Gehoorzaamheid en genezing
Het is echter moeilijk om verloren te gaan. God laat een zondaar maar niet zo ten verderve trekken. De Heer komt de veldheer tegen, nu in de persoon van zijn knechten. Gelukkig, Našman luistert en verhardt zijn hart niet. Nadat hij het woord van God volmaakt heeft opgevolgd (zevenmaal), is hij gered.
Nu is deze ten dode gedoemde man een beeld geworden van een wedergeboren zondaar. Zijn oude vlees is niet wat opgeknapt en genezen, neen, hij heeft vlees gekregen als van een pasgeboren kind. Zo krijgt de bekeerde zondaar een nieuwe uit God geboren natuur. Een natuur, die niet meer zondigen kan, want er staat: "en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is" (1 Joh. 3 : 9 b).
Našman moet nog veel leren na zijn verlossing. Nu wil hij toch met zijn geld te voorschijn komen. Hij wil wat voor zijn genezing betalen. Die God waarvan hij nu erkent: "Zie, nu weet ik, dat er op de gehele aarde geen God is behalve in IsraŽl", wil echter genade bewijzen om niet. Daar zal Našman nog wel eens aan moeten wennen, het is ook zo heel anders, als met de Rimmons en Astartes, Als mens zou hij zich beter in de tijd van Tetzel met zijn aflaten e.d. thuis gevoeld hebben. En er zijn heden nog heel wat christenen, die God met geld "bedanken" willen. De Heer vraagt evenwel geen materiŽle dank in de eerste plaats, maar geestelijke. Natuurlijk zijn geldelijke offers aangenaam voor God, als ze met een goede bedoeling worden gegeven. Zodra ze echter de vorm krijgen van betaling voor de verlossing, kan de Heer ze niet accepteren. Als zijn geld wordt afgeslagen, opent Našman zijn hart, hij komt met aanbidding en daar is het God om te doen. Een last aarde van een juk muildieren wordt door hem meegevoerd naar SyriŽ, Op IsraŽls grond heeft hij genezing gevonden, wel, op diezelfde grond wil hij zijn offers brengen. Volgen wij zijn voorbeeld? Wij hebben in de Schrift de grond van ons heilgevonden, willen we op, dezelfde schriftuurlijke grond aanbidden? Is 't niet beschamend te zien, hoe deze juist bekeerde helden het gaan in Rimmons tempel bezwaart? Hij gevoelt het
tweeslachtige, waartoe hij door z'n positie gedwongen is. Hoe velen knielen vrijwillig in de afgodstempels van deze eeuw. In cinema, bioscoop en theater, zonder enige wroeging.

Het IsraŽlietische meisje
Weggevoerd uit IsraŽl heeft dit kind ongetwijfeld tot God gesmeekt om, uit de macht der SyriŽrs verlost te worden. Wat is haar geloof op de proef gesteld! En toch houdt ze vast aan God. Haar geloof wankelt niet. Ze wordt door God gebruikt als verkondigster van een blijde boodschap. Toen ze weggevoerd werd heeft ze zich zeker afgevraagd, waarom dit nu wel was. En ze tastte in het duister. Ook wij vragen ons zo dikwijls af, waarom God dit of dat toelaat over ons. We willen zo graag zelf onze weg uitstippelen. ja, dan willen we ook wel ons leven God wijden, maar... op onze manier, We willen wel graag Grahams en Nightingales zijn, maar om slavin te worden, terwille van het heil van de Našinans van onze tijd, dat lokt ons niet zo aan, Voor de grote dingen in de dienst van God zijn we
wel bereid, maar de kleine laten we liever aan anderen over. En
toch, hoe. belangrijk zijn die kleine dingen? "Wie veracht de dag der kleine dingen?" (Zach 4:10). En hoe vaak zijn we juist in die
kleine dingen ontrouw! Hoe gemakkelijk had dit meisje zich kunnen
schamen tegenover haar meesteres. Hoe licht had ze ook uit haat
kunnen zwijgen! Gelukkig, ze laat zich niet beheersen door men-,
selijke gevoelens, maar draagt de boodschap uit. Zij weet in praktijk
te brengen: "Hebt uw vijanden lief" en ze toont een geloof om
jaloers op te wezen. Geen spoor van twijfel: "Hij zou hem genezen!"

De koning van IsraŽl
Dit is nu de man, die zijn volk moest voorgaan in de dienst van God. In SyriŽ zit een meisje gevangen, dat overtuigd is van de macht van God, tentoongespreid door Elisa, en hier in het land zelf een leidsman zonder geloof, "Ben ik dan God om levend te maken?" Had hij dan niet gehoord van de opwekking van de zoon van de Sunamietische? (2 Kon. 4 :35), Ging hij zo aan Gods daden in zijn land voorbij? Helaas lijken vele geestelijke leiders op deze koning. Zelf kennen ze het heil niet en nog minder weten ze een zondaar bij de Jordaan te brengen.

Elisa
Een pracht-voorbeeld voor een evangelist. Geen woord te veel. Een regelrechte heenwijzing naar de Jordaan, de doodsrivier. De zondaar moet zijn doodswaardige toestand zien bij het kruis en ingaan in de dood van Christus. En dan een prediking, waarbij Matth 10 :8 en 3 Joh. :7 in praktijk gebracht worden:
"Gij hebt om niet ontvangen, geeft om niet".
"Voor de Naam uitgegaan, niets nemende van die uit de volken"

Gehazi
Een somber beeld. De mammonevangelist kunnen we hem noemen. De vernieler van het prachtige schilderij van Gods genade. Eťn handeling bederft het beeld. Wat hebben wij mensen toch veel bedorven. Hoeveel gedachten Gods uitgedrukt in woord en symbool zijn door ons vernield! Waar worden het avondmaal en de doop, deze twee tekenen, nog zo uitgebeeld, dat Gods gedachten er door tot uitdrukking komen? Gehazi, ťťn van de mensen, die de godzaligheid een gewin achten.