Snel zoeken:
485 jrg 150, 08-2007 Vriendendienst: twee oudredacteuren aan het woord

Vriendendienst In de rubriek Vriendendienst laten wij ons dienen door geestelijke ouderen/jongeren die een bediening hebben in de breedte van het Lichaam van Christus

Zegenrijke herinneringen

De BODE bestaat anderhalve eeuw! Van de vroegere redacteuren van ons blad zijn er nog maar twee in leven: de beide evangelisten uit Friesland, Johan Ph. Fijnvandraat (1923) en Jaap G. Fijnvandraat (1925). Wij hebben hun gevraagd een kleine bijdrage te leveren aan dit jubileumnummer, en met name in te gaan op deze beide vragen:

- Wat zijn jullie meest zegenrijke herinneringen aan de Bode.?

- Wat voor zegen zouden jullie de toekomstige generaties toewensen?


We plaatsen onze bijdrage in het kader van een paar historische feiten. Voor Johan Fijnvandraat geldt dat zijn medewerking aan publicaties van artikelen in de Bode voortvloeide uit een belofte, gedaan aan de zogenaamde Lectuurcommissie, die destijds de verantwoordelijkheid droeg voor de uitgave van de BODE. Vanuit die commissie had men hem gevraagd of hij de leiding van de uitgeverij op zich wilde nemen, Zijn antwoord daarop was: nee, daartoe voelde hij zich beslist niet geroepen. Hij beloofde echter wel met een toekomstige uitgever en redacteur van de BODE samen te zullen werken in het schrijven van artikelen. Daartoe behoorden in de begintijd o.a. vertalingen van werkjes van C.H. Mackintosh.
De persoonlijke contacten met de toen nog maar net aangetreden redacteur, wijlen Mans Medema heeft hij nog altijd in dankbare herinnering. In later tijd trad hij toe tot de redactie van de BODE en hij bekleedde die functie tot in het jaar 2003.

Jaap Fijnvandraat schreef zijn eerste artikel in jaargang 97, jaar 1954, en dat droeg als titel: 'Voorgangers'. Zijn laatste bijdrage was het slotartikel van de serie 'Op stap in het eerste boek van SamuŽl'. Hij gaf daarin een samenvatting van hoofdstuk 13-31waarbij kort Saul, David en Jonathan voor het voetlicht gebracht werden. Dit artikel werd geplaatst in het oktobernummer van jaargang 146.
Jaap Fijnvandraat trad in 1974 toe tot de redactie en verrichtte die taak tot in het jaar 2000. Het afscheid droeg het karakter van een dankbaar hart wat het verleden betreft maar van zorg wat de toekomst van het blad aangaat.

Voor ons beiden geldt dat we de meest zegenrijke herinneringen hebben aan de redaktievergaderingen toen de broeders Harm Wilts en Jo Kleinhaneveld nog in de redaktie zaten. In die tijd werden alle artikelen die ingezonden waren regel voor regel , bijna woord voor woord door de hele redaktie besproken. Dat was zeer leerrijk Droog of saai waren die besprekingen allerminst, vooral toen de redactie werd uigebreid met Willem Ouweneel en Henk Medema- de humor die toen rijkelijk over de tafel stroomde, kan helaas niet gepubliceerd worden...

Hoe komt een auteur ertoe een bepaald artikel te schrijven? Zoiets wordt altijd geboren vanuit een bepaalde aanleiding. Je hebt bijvoorbeeld een contact met je ongelovige buurman of met je ongelovige collega op het werk. Na het gesprek met zo iemand komt de gedachte bij je op om eens iets op papier te zetten over God en wat de Bijbel zegt over de schepping en dan vloeit er een evangelisch getint artikel uit je pen. Op onderwerpen als de eenheid van de gelovigen, over het wandelen in de liefde , enzovoorts, kwam je door de contacten met medechristenen bij wie deze onderwerpen niet onbekend waren, maar soms erg vaag. Zo kwamen we ook te schrijven over de toekomst, omdat het nodig bleek te belichten dat gelovigen de Heer Jezus Christus niet verwachten als hun Rechter, maar als hun Redder (Jh 14:1-3 en ! Ts 4:13-18). Dit was destijds totaal nieuwe kost voor veel christenen, evenals de kwestie van het duizendjarig rijk en de toekomst van het volk IsraŽl. Wij zelf zijn als schrijvers op deze noodzaak gekomen door de ontwikkelingen rond de oprichting van de staat IsraŽl in het jaar 1948. Over de visie dat de Kerk de plaats van IsraŽl ingenomen zou hebbenen dat IsraŽl als volk geen geestelijke toekomst meer had (de ' zogenaamde vervangingstheologie') begon in de christelijke pers steeds meer discussie te ontstaan. Voor ons (en anderen) werd dit aanleiding een reeks artikelen te schrijven (en lezingen te houden) over IsraŽl en de gemeente, die daartoe leiden dat er ook brochures en boeken over deze onderwerpen verschenen
De opbouw van een artikel gaat niet altijd even gemakkelijk. Je vraagt de Heer om je te helpen om een goed lopend artikel te schrijven. Maar naast gebed is het ook nodig dat je het artikel rustig voor jezelf doorneemt en God vraagt hoe je het nu verder moet ontwikkelen.

Wat zal de toekomst brengen? We denken aan de nog komende generaties en wensen hun toe dat ze zullen worden opgebouwd door lectuur die goed gefundeerd is op de Schrift, zowel op leerstellig als pastoraal gebied Het gevoel moet daarbij zeker ook aangesproken worden, maar de bediening van het woord moet beslist niet puur gevoelsmatig zijn. We wensen hun toe dat ze meer belangstelling mogen krijgen voor bijbelstudielectuur waardoor ze houvast krijgen voor hun geestelijk leven. We hopen dat de redactie ze dit onderwijs zal geven. Verder wensen we alle lezers een krachtige voorbereiding toe op de terugkomst van Hem die gezegd heeft: "Ik kom spoedig, houd wat u hebt, opdat niemand uw kroon neemt" (Op. 3:11).