Snel zoeken:
631 jrg.134, blz. 250 1991 Vraag: Het lijden van de Heer na het kruis

Johannes 17:4


Vraag & Antwoord: Over het lijden den van de Heer na het kruis


VRAAG: Heeft de Heer Jezus toen hij in het graf lag nog steeds geleden en heeft hij toen de dood overwonnen en de macht van Satan gebroken? Dit ondanks de uitspraken van de Heer op het kruis: 'Heden zult gij met mij in het paradijs zijn'; 'Het is volbracht'; 'Vader in uw handen beveel ik mijn geest'? Is dit niet gebeurd tijdens de drie uren van diepe duisternis toe de Heer uitriep: 'Mijn God, mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten?'.
L.V te L.

Antwoord
Het is goed te beseffen, dat het lijden tot verzoening van onze zonden op het kruis heeft plaatsgevonden en niet eerder. Voor die tijd heeft Christus wel geleden, maar niet voor onze zonden of zonde. Het komen hier op aarde op het terrein van de zonde betekende op zichzelf al lijden voor Hem als de Heilige die uit de ongerepte hemelse heerlijkheid kwam (vgl. Joh.11:33,35). De verzoeking door Satan, de tegenspraak van de Joods leiders, het ongeloof bij zijn volk, het onbegrip van zijn volgelingen, onderging Hij als lijden. Maar dat lijden nam geen zonden weg en door dat lijden is de zondemacht niet geoordeeld. Dat gebeurde pas op het kruis toen onze Heiland onze zonden op zich nam en de straf ervoor onderging (Jes.53: 5; 1Petr.2:24) en toen de zondemacht in Hem geoordeeld werd (2Kor.5:21).

Lijden na het kruis
De vraag betreft echter niet het lijden vůůr het kruis, maar een eventueel lijden na het kruis. De mogelijkheid daarvan schijnt door de uitspraak van de Heiland: 'Het is volbracht', uitgesloten te zijn. We moeten echter bedenken, dat we bepaalde uitdrukkingen en uitspraken van de Schrift aan de hand van de Schrift zelf moeten verklaren. In dit verband wil ik wijzen op Joh. 17:4 waar we lezen: 'Ik heb u verheerlijkt op de aarde, terwijl Ik het werk heb voleindigd dat U mij te doen hebt gegeven'. Op het moment dat de Heer Jezus deze woorden sprak, had Hij het werk nog niet voleindigd. We stellen het zo, dat de Heer zich als het ware achter het werk plaatste. De vraag is nu echter op welk aspect van het werk deze uitspraak slaat. Blijkens de voorafgaande zin: 'Ik heb u verheerlijkt op de aarde' is de verheerlijking van de Vader het aspect, dat onze Heiland voor ogen stond. Met de woorden 'Het is volbracht' geeft de Heer Jezus aan, dat het werk ter verheerlijking van God is volbracht. Deze uitspraak houdt dus niet noodzakelijkerwijs in, dat de Heer daarna niets meer geleden heeft. We zullen andere Schriftplaatsen moeten nagaan om voor dat probleem een oplossing te vinden.

De dood
Welnu, het is in dat verband van belang Rom.5:10 op te slaan. Dat vers zegt, dat we verzoend zijn door de dood van de Zoon van God. Hier kan onder 'de dood' onmogelijk verstaan worden wat de Heer in de drie uren van duisternis heeft doorgemaakt. Wij zondaars hebben de dood verdiend en Christus moest voor ons de dood smaken. Het gaan in de dood was nodig om ons te verzoenen. Volledigheidshalve nemen we het vervolg van dit vers erbij. Daarin wordt gezegd, dat we behouden worden door het leven van de Zoon. Sommigen vatten deze uitspraak in dezelfde zin op als Rom.4:25 en wel zů dat het feit dat Christus leeft onze behoudenis inhoudt. Anderen beroepen zich op Hebr.7:25 en stellen dat we door het werk dat de levende Heer voor ons in de hemel verricht, de uiteindelijke behoudenis zullen beŽrven. Hoe dat ook zij, leven staat hier tegenover de dood, het sterven, en niet tegenover het ondergaan van oordeel op het kruis.

Satan
In Hebr.5:7 staat, dat de Heer 'met sterk geroep en tranen zowel gebeden en smekingen geofferd heeft aan Hem die Hem uit de dood kon verlossen en Hij is verhoord om zijn godsvrucht'. Deze tekst kun je moeilijk anders lezen, dan dat Jezus Christus uit de dood verlost moest worden. Hetzelfde volgt uit Hebr.2:14. Dat vers geeft aan, dat Christus door de dood te niet gedaan heeft hem die de macht over de dood had, dat is de duivel, en dat hij allen verlossen zou, die uit vrees voor de dood hun hele leven door aan de slavernij onderworpen waren. Dit 'door de dood' ziet niet op het lijden dat de Heer in de drie uren van duisternis onderging. Het begrip 'dood' kan hier de eerste keer niet wat anders inhouden dan de tweede keer. Satan had de macht over de dood en Christus ging door de dood het dodenrijk binnen. Als de grote overwinnaar verliet Hij daarop het dodenrijk en daarmee onttroonde Hij de satan. Trouwens, in vs.9 vinden wij de uitdrukking 'het lijden van de dood', hetgeen inhoudt dat de dood zelf ook lijden voor de Heer betekende. Dat volgt ook al uit de uitdrukking 'de dood smaken'.

WeeŽn
De gedachte, dat het ingaan in de dood voor de Heer ook lijden betekende, wordt nog versterkt door het woord van Petrus, dat luidt: 'Hem heeft God opgewekt door de weeŽn van de dood te ontbinden, aangezien het niet mogelijk was dat Hij door deze werd vastgehouden' (Hand.2:24). Er is sprake van weeŽn of smarten van de dood en dat geeft aan, dat hier verlossing nodig was. Die verlossing was zeker, de dood kon Christus niet houden, maar in die dood is Christus dus wel gegaan. Hij is in het dodenrijk geweest en dat heeft lijden betekend, anders kon er niet van weeŽn gesproken worden.

Overwinning
Bij het voorgaande sluit Ef.4:8-10 aan. We lezen daar dat Jezus Christus neergedaald is in de lagere delen van de aarde. Die uitdrukking slaat er niet alleen op dat Hij op aarde is gekomen, ook niet slechts daarop dat zijn lichaam in het graf gelegd is, maar dat Hij in het dodenrijk is geweest. Verder staat er dat Hij de gevangenschap gevangen genomen heeft. Dat ziet onmiskenbaar op zijn overwinning op Satan en het feit dat hij de doden aan diens macht ontrukt heeft. Daarop heeft ook Rom.14:9 betrek-
king waar we lezen: 'Want daartoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij zou heersen zowel over doden als levenden'. Door zijn dood en opstanding is ook het dodenrijk machtsgebied van Christus geworden.

Geheimen
De uitspraak: 'Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest' is hiermee niet in strijd. Christus geeft zich aan God over en deze leidt Hem door de dood heen en via opstanding en hemelvaart in de heerlijkheid. Moeilijker ligt het met de uitspraak: 'Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn'. Dit kruiswoord van de Heer is voor ons niet te rijmen met zijn gevangenschap in de weeŽn van de dood. Wij hebben hier te maken met geheimen die voor ons verstand ondoorgrondelijk zijn, en die de Schrift voor ons ook verder niet
ontsluit.