Snel zoeken:
057 jrg 105, 04-1962 Elisa, de man Gods (V)

2-Koningen 5:1
ELISA DE MAN GODS
v
Naäman, de Syrieër

Aangezien de geschiedenis van Naäman reeds meerdere malen uitvoerig in de "Bode" 'is besproken, beperken we ons tot de rol, die Elisa in dit verhaal vervult.
Naäman is op aanraden van het joodse slavinnetje naar Israël gereisd en bij de koning aangekomen. Deze zag in de komst van de generaal een poging om een oorlog uit te lokken en riep wanhopig uit:
" Ben ik God om te kunnen doden en levend maken, dat deze een boodschap tot mij zendt om een man van zijn melaatsheid te verlossen?
De koning moest een voorbeeld zijn voor zijn volk: in het kennen van God en in de dienst van God. Koning Joram, want hij was het hoogstwaarschijnlijk, faalde echter. Hij realiseerde zich niet, dat er in zijn rijk een profeet was door wie God een dode, het zoontje van de Sunamictische had opgewekt. Eerst dan lezen we van het optreden van Elisa. Pas toen gebleken was, dat de mens faalde, en de eer van God op het spel kwam te staan, greep Elisa in. Is het in feite ook niet zo met de Heer Jezus Christus? Hij kwam in de volheid des tijds, toen de mens had laten zien, dat hij in alle opzichten te kort schoot. Hij kwam om de eer van God, die op het spel stond, te verdedigen. Het zou duidelijk blijken, dat er een God is, die zondaars, die "van top tot teen melaats zijn", verlossen kan. Wij menen vaak, dat de Heer Jezus alleen gekomen is om zondaren te redden. Dat is echter onjuist. Hij kwam inderdaad om zondaren zalig te maken (1 Tim. 1 : 15), maar door dat verlossingswerk verheerlijkte Hij God. Door het kruis en de resultaten daarvan is duidelijk aangetoond, dat deze schepping God niet uit de hand gelopen is, maar dat alles verloopt volgens zijn eeuwige raadsbesluiten (Verg. Hand. 4 :28). Zo was het ook Elisa's doel: door de genezing van Naäman aan te tonen, dat er een profeet des Heren in Israël was.

Geen onderscheid
Naäman heeft op een bijzondere ontvangst en behandeling van Elisa gerekend. Hierin werd hij echter teleurgesteld. Voor Elisa was generaal Naäman niet meer of minder dan een arme profeet (2 Kon. 6 :5 ??). Wilde Naäman genezen worden, dan moest hij leren zich te vernederen en het door de bode gegeven bevel eenvoudig gehoorzamen. Dit doet ons denken aan het: "Er is geen onderscheid" van Rorneinen 3. Allen zijn schuldig, zonder onderscheid, allen kunnen gered worden, zonder onderscheid. En voor allen geldt hetzelfde middel: het bloed des kruises! Verontwaardigd vroeg eens een adellijke dame aan een evangelist of zij op dezelfde manier behouden moest worden als haar koetsier. Gelukkig hield de evangelist in dit opzicht geen rekening met wie er voor hem stond en antwoordde hij beslist: "Ja". Helaas had dit op de dame dezelfde uitwerking als Elisa's boodschap op Naäman. Ze liep weg met een "dan word ik niet behouden". Er bestaat een groot gevaar, dat wij de boodschap van het evangelie wat willen bijschuren en polijsten, wanneer we spreken met mensen uit de "hogere standen". Laten we Elisa's voorbeeld volgen en ons niet schamen voor de "dwaasheid van het kruis".

Geef het om niet
Elisa weigerde pertinent iets van Naäman te ontvangen. Nooit zou de generaal - als Gehazi de zaak niet bedorven had -- kunnen zeggen: "Ik heb mijn genezing gekocht". Het heil in Christus wordt arm en rijk alleen gratis aangeboden.
"0, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk" (Jes. 55 : l):
"En wie dorst heeft, kome: wie wil, neme het water des levens
om niet" (Openb. 22 : 17b).

Om dit mogelijk te maken hebben alle dienstknechten van God het bevel op te volgen, dat de Heer Jezus aan de twaalven gaf, toen Hij hen uitzond:
"Gij hebt om niet ontvangen, geeft om niet" (Matth. 10: 8b).
De apostel Johannes schreef aan Gajus over mensen, die dit beginsel in praktijk brachten en roemde over hen:
"want zij zijn voor de naam (des Heren) uitgegaan, niets nemende van die uit de volken" (3 Joh. : 7).
Helaas zijn er velen, die van het evangelie een handelsartikel maken met al de schadelijke gevolgen daarvan. Elisa gaf ons hier een voorbeeld ter navolging! Natuurlijk is er ook een andere zijde aan deze medaille. In hetzelfde Mattheüs 10 zei de Heer: "De arbeider is zijn voedsel waardig" (vs. 10). En in 1 Kor. 9 beriep de apostel Paulus zich op een gebod uit de wet:
"Gij zult een dorsende os niet muilbanden"
om daarvan een verordening van de Heer af te leiden voor deze tijd, nl. dat zij, die het evangelie verkondigen, van het evangelie zullen leven. De taak om de evangelisten te verzorgen rust echter niet op de ongelovigen aan wie het evangelie wordt verkondigd, maar op de gelovigen.

Samenvattend kunnen we zeggen, dat Elisa ons hier drie lessen geeft:
1. hij kwam op het juiste moment op voor de eer van God;
2. bij hem was"geen aanneming des persoons";
3. hij was geen "broodprofeet".

De drijvende bijl
Elisa ging om met koningen en groten der aarde, maar eveneens met de eenvoudigen en geringen. Niemand klopte bij hem tevergeefs aan. Geen werk was hem te groot of te gering. Hij wekte een dode op en genas een melaatse, maar hij hield zich ook bezig met het kappen van bomen en het bouwen van een huis.
Hetzelfde vinden we bij een andere dienstknecht van God: Paulus. Hij predikte het evangelie, wierp duivelen uit en verrichtte vele wonderen, maar hij zat ook in de werkplaats bij Aquila en Priscilla en dreef een naald door het tentdoek. Hij was het middel in Gods hand om een honderdtal mensen van de verdrinkingsdood te redden, maar hij raapte eveneens hout bij elkaar om het op het vuur te werpen (Hand. 28 :3).

Beide dienstknechten waren slechts een zwak voorbeeld van Hem, die wonende in de schoot van de Vader, tegelijk op aarde wilde verkeren onder vissers. Hij die Lazarus na vier dagen opriep uit het graf, bereidde ook een maaltijd aan de oever van het meer. Hij, de Zoon van God en tevens de zoon van de timmennan. Hij was op de berg der verheerlijking met zijn discipelen en sloot kinderen in zijn armen. Hetzelfde merken we op bij de schepping. God maakte de grote hemellichamen: zon, maan, sterren, enz. maar uit zijn hand kwam ook voort de fijngeaderde vleugel van een insekt. Hij deed de kolossale bomen voortkomen uit de aarde, maar eveneens het mosplantje.
Ook de wet getuigt hiervan. Mozes kreeg duidelijke voorschriften aangaande de tabernakel en de dienst daarin. Maar God gaf ook een voorschrift, dat op de platte daken een ballustrade gemaakt moest worden, opdat niemand er af zou vallen en er bloed zou vloeien.

De boodschap van het evangelie behelst dezelfde les. Het ontvouwt de raadsbesluiten van God aangaande de gemeente, de bruid des Lams en het geeft voorschriften voor het daqeliiks leven van ouders en kinderen, slaven en heren. We vinden er de vermaning om uit te zien naar de komst des Heren en we lezen van een raadgeving om in verband met maagklachten een weinig wijn te gebruiken.
Straks in de grote verdrukking is het al niet anders. Terwijl de verschrikkelijke oordelen van God deze aarde treffen, is zijn oor geopend voor de roepstem van de heiligen op aarde, die bidden "dat hun vlucht niet des winters geschiede".

De zorg van de Heer wordt gezien in de meest alledaagse dingen van het leven. Het feit, dat de bijl geleend was, legde een druk op de gemoedsgesteldheid van de gebruiker en het geeft tevens aan, dat de man zelf arm was. Welnu, dit is God niet ontgaan en het ging niet aan zijn dienstkriecht Elisa voorbij!

Het middel
Er bestaat geen natuurlijk verband tussen het werpen van een stuk hout in het water en het bovendrijven van de bijl. Evenmin tussen het aanbrengen van een kleilaag op de ogen van een blindgeborene en zijn genezing. We zouden hier vele andere voorbeelden bij kunnen aanhalen. Hieruit zien we, dat het niet ligt in de geschiktheid van de werkman, noch in de uitmuntendheid van het instrument; het is slechts de macht van God! Anderzijds blijkt, dat God middelen en personen wil gebruiken, en voor ons ligt er de vraag of wij ons als middel willen laten gebruiken. Zoals we al zagen hadden deze middelen een symbolische betekenis. Met eerbied gezegd: God gebruikt ze niet voor de aardigheid. Zo vinden we dat een stuk hout aan de Jordaan zijn prooi ontrukte. En is het resultaat van het kruishout niet, dat de dood te niet gedaan is en dat dode zondaren leven ontvangen door geloof in het offer op het kruis gebracht?