Snel zoeken:
Ardeid na de zondeval

Betreft: Arbeid na de zondeval

Vraag:
(1)Is arbeid na de zondeval nog wel een zegen? Het is zwoegen voor je onderhoud. Het werken uit liefde voor de Heer Jezus (Ef 2: 8-10) is wel weer een zegen.
Paulus maakte de tenten toch ook alleen voor zijn onderhoud! En hij gaf daarmee een voorbeeld voor anderen.
(2) Wat is er mis als ik zware lichamelijke arbeid als prettig ervaar.

Antwoord:
(1) Arbeid op zichzelf is niet een gevolg van de zondeval. Dat zullen we goed in het oog moeten houden. Het was en is nog steeds een zegen. Denk maar aan het feit, dat werkloosheid geen pretje is. Natuurlijk is er met de zondeval wat veranderd, namelijk dat er hard ťn onder spanning gewerkt moet worden om in je onderhoud te voorzien. Maar dat zegt niets van werken op zichzelf. Dat blijft een zegen. Het resultaat van de arbeid geeft dan ook arbeidsvreugde.
Als een huisvrouw haar huis keurig netjes op orde gebracht heeft dan heeft ze daar plezier in. Als haar man thuiskomt laat ze hem vol trots het gewassen en gestreken goed in de linnenkast zien. De man vertelt met voldoening over het werkstuk dat hij klaar gekregen heeft.
Met de zondeval zijn er om zo te zeggen 'bijverschijnselen' bij de arbeid gekomen en die zijn geen zegen, maar nogmaals dat zegt niets van de arbeid zelf.
Toen Paulus tenten maakte deed hij dat voor zijn onderhoud en om een voorbeeld te geven, maar dat sluit niet uit:
- dat hij met het leren van dat vak praktische gaven van handvaardigheid, inzicht in het 'hoe' en 'wat' heeft ontplooid.
- dat een goedgemaakte tent ook voor hem arbeidsvreugde betekende.
Niet alleen om het resultaat, maar ook eens fijn bezig zijn met je handen naast alle geestelijk werk, kan een geweldige voldoening geven.
De moeilijkheid in ons denken is, dat wij vaak in de termen van 'of'..'of' denken in plaats van in 'en.. 'en'.
Er zijn verdrietige faktoren bij de arbeid bij gekomen en toch is de arbeidszegen gebleven. Het een sluit het ander niet uit.
(2) Ten eerste moeten we opmerken, dat het niet alleen om hard werken en zweten gaat, maar ook om het feit, dat het werkresultaat niet optimaal is. De opbrengst is namelijk vermengd met 'dorens en distels' (denk aan Gn 3. 18). Wat een moeite moet een boer niet doen om het onkruid eronder te houden. Hoeveel ziekten treden er niet op, die een hele oogst soms vernietigen. Zulke uitspraken als in Gn.3: 18) moeten we in hun algemeenheid bekijken.
Er is niets mis als iemand zwaar lichamelijk werk prettig vindt. Maar als je er niets mee bereikt of maar een schamel resultaat boekt, dan is de lol er gauw af. Het woord 'zwoegen' in Gn 3: 17 t is niet hetzelfde als er eens lekker tegenaan gaan en je handen eens flink laten wapperen, maar werk doen dat je krachten haast te boven gaat. Combineer dat dan nog eens met dorens en distels, dan ziet het er anders uit dan je bijv.in het zweet trimmen. In geÔndustrialiseerde landen weten we met allerlei technische hulpmiddelen het 'zweten' te voorkomen, maar laat er maar eens een recessie komen, dan komt wel uit dat we in een door de zonde gebroken wereld leven, waar de vloek op rust.