Snel zoeken:
Bijbel - Nieuwe testament = schrift?

Betreft: Nieuwe Testament = Schrift?

Vraag: Op grond waarvan worden de geschriften van het N.T. tot 'de Schrift' gerekend?

Antwoord:
Onder de joden werden de geschriften, die wij kennen als het Oude Testament aanvaard als 'De Schrift', dat wil zeggen als het gezaghebbend woord van God. Dat gebeurde op dezelfde gronden als waarop b.v. onder IsraŽl in de dagen van SamuŽl erkend werd dat SamuŽl een profeet van God was (zie 1 Sm 3: 19, 20).
Wij hebben daarnaast nog het getuigenis van Jezus Christus en zijn apostelen. Zij hebben het Oude Testament namelijk ook altijd als 'De Schrift' erkend. Op die gronden aanvaarden wij dus het O.T. als het geÔnspireerde en dus gezaghebbende Woord van God.

Maar hoe zit het met het N.T.? Wel daarmee is het in feite net zo gesteld. In de Gemeente van God (denk weer aan SamuŽl) is het besef gewerkt dat de geschriften zoals wij die nu kennen ook 'Het Woord van God' zijn. Daarnaast hebben we echter- wat enkele geschriften betreft- nog een aanwijzing in het N.T. zelf.
Dat betreft dan aanwijzingen in:
a. het evangelie naar Lukas;
b. de brieven van Paulus.

a) In 1 Tm 5: 13 lezen we namelijk de uitspraak 'want de Schrift zegt: 'Een dorsende os zult gij niet muilbanden', en 'De arbeider in zijn loon waard''. De eerste van deze beide gezegden is een aanhaling uit Dt 25: 4. Dat bewijst wat hierboven gezegd werd, dat de apostelen (in dit geval Paulus) het O.T. tot 'Schrift' rekenden. De tweede uitspraak staat echter nergens met die woorden in het O.T. We treffen hem echter wel aan in het evangelie naar Lukas hoofdstuk 10 vers 7. Dat kan dus als een aanwijzing
beschouwd worden dat het evangelie naar Lukas toen al geschreven was en Paulus daaruit citeert. Als dat juist is heeft Paulus het evangelie naar Lukas dus tot Schrift gerekend.
b) Sterker is het getuigenis betreffende de brieven van Paulus. Daar hebben we namelijk een uitspraak van de apostel Petrus over. Hij schrijft dat de brieven van Paulus moeilijke dingen bevatten, die onstandvastige mensen verdraaien zoals ze ook doen met 'de overige Schriften' (2 Pt .3: 15,16). Hieruit volgt onmiskenbaar dat Petrus de brieven van Paulus op ťťn lijn stelde met de geschriften die hij 'overige Schriften' noemt. Daaronder zal hij het O.T. verstaan hebben, maar ook al is dat niet zo en doelt hij op nog andere geschriften van het N.T. (b.v. de evangeliŽn, het boek de Handelingen, de brieven van Jacobus of Judas e.d.) dan blijkt er toch uit dat hij de brieven van Paulus tot de Schrift rekent. De term Schriften, die hij gebruikt is namelijk gelijkwaardig aan de term 'Schrift' en beide uitdrukkingen staan gelijk met het 'Woord Gods'.
Ten overvloede kan nog gewezen worden op Rm 16: 25 waar Paulus schrijft dat zijn evangelie en wat hij als verborgenheid gepredikt heeft door 'profetische Schriften' op bevel van God bekend gemaakt is. Daar doelt hij kennelijk op zijn eigen brieven en misschien op enkele van de vier evangeliŽn die toen al bekend waren.