Snel zoeken:
Eindtijd - Kenmerken

Betreft: Kenmerken van de 'eindtijd'

Vraag: a. Wat zijn de tekenen die bewijzen dat we in de eindtijd leven?
b. Is er een bewijs dat de Grote Verdrukking aan het duizendjarig vrederijk voorafgaat?
c. Moet de Gemeente van God door de Grote Verdrukking gaan of worden we van te voren weggenomen?
d. Wat is de positie van de Gemeente en van IsraŽl in het duizendjarig rijk?


Antwoord:
Hier volgt een beknopte beantwoording van bovengestelde vragen
a. Tekenen van de eidntijd zijn::
- het verval in de Christenheid (zie 2 Tm 3:1-9),
- toenemende belangstelling voor occulte zaken als voorbereiding op het optreden van de Antichrist met de daarmee gepaard gaande bovennatuurlijke verschijnselen (zie Op 13),
- ťťnwording van Europa als voorbereiding op het herstel van het vierde rijk van Dn 2,7 en het 'beest' van Op13 en 17
- ťťnwording van kerken en secten als voorbereiding voor het optreden van het Grote Babylon, het afvallige godsdienstige getuigenis (Op17).
- de terugkeer van IsraŽl in het land der vaderen als voorbereiding op de situatie zoals die in de profetie van Zacharia wordt beschreven. Deze profetie gaat uit van het feit, dat er Joden in het land Kanašn wonen, die een zware tijd zullen doormaken voordat ze verlost worden.

b. Zie Mt 24: 21. Het daar beschrevene gaat vooraf aan de verschijning van de Heer (vs. 29) waarbij zijn koninkrijk wordt opgericht (25:34). Ook Op 7:14 bewijst het. Dit visioen staat tussen het zesde en zevende zegel in. De verschijning van Christus vindt plaats nadat alle gerichten over de aarde zijn gekomen (zie Op19)

c., Uit Op 7 volgt dat er tijdens de Gr.Verdr. twee groepen gelovigen op aarde zijn, die van elkaar worden onderscheiden, namelijk: 144000 IsraŽlieten en een grote schare uit de volken. In de tijd van de Gemeente is er maar ťťn soort gelovigen, het onderscheid tussen Jood en Griek is in de Gemeente opgeheven. De Gemeente is dan dus niet meer op aarde. Zie ook Op11 en 12 die handelen over het volk IsraŽl en de stad Jeruzalem.

d. Allen die behoren tot de 'eerste' opstanding zullen met Christus heersen in het duizendjarig rijk. Dat betreft dus niet alleen de Gemeente, maar o.a. ook de martelaren ui de tijd van Grote Verdrukking (zie Op 20:1-6). De onderdanen in het koninkrijk zijn de IsraŽlieten die de Verdrukkingstijd op aarde doorkomen en de heidenen die zich bij hen aangesloten hebben en zich aan Christus onderwerpen. Zie daarvoor o.a. Zc14 en Js 60-66.