Snel zoeken:
Bedekt zijn van de zonden

Psalmen 32:1
Betreft: Ps. 32: 1,2; Rm.4: 7,8

Vraag:
Betekent het bedekt zijn van de zonden, dat ze wel vergeven zijn, maar niet vergeten?

Antwoord:
De uitdrukking 'ik vergeef het wel, maar vergeten kan ik het niet' is een uitdrukking uit het gewone spraakgebruik, het is beslist niet een bijbelse uitdrukking. Bovendien verwart men de betekenis van 'niet gedenken' met 'niet vergeten'.
In de bovengenoemde teksten wordt als versterking in feite twee keer hetzelfde gezegd met een klein nuanceverschil. Eerst gaat het over het vergeven van de ongerechtigheden. God brengt die dus niet in rekening. Hij laat zijn hart spreken ten opzichte van ons die geloven en vergeeft ons onze overtredingen. Met de woorden 'van wie de zonden bedekt zijn' wordt dit herhaald, maar daarmee wordt ook de aandacht gevestigd op het feit dat de zonden buiten het gezichtsveld zijn geplaatst. En dat gebeurt door het bloed van Christus. Dat bloed bedekt of verzoent de zonden. God ziet ze niet meer!
Wanneer God vergeeft dan gedenkt hij het kwaad niet meer. Dat is onlosmakelijk verbonden met vergeven , maar ook met bedekken. Als God zonden vergeeft en ze bedekt met het bloed dan zijn ze weggedaan en gedenkt Hij ze niet meer.

Daarmee komen we op het tweede punt: de uitdrukking 'hun zonde (zal Ik) niet meer gedenken' (Jr. 31: 34). Dat betekent niet dat God de zonden vergeet en niet meer zou weten dat we ze gedaan hebben. 'Niet meer gedenken' betekent 'niet meer in rekening brengen' of 'niet meer toerekenen' (zie Ps. 32: 2).
Wanneer wij dus spreken over 'ik vergeef het wel, maar vergeten kan ik het niet' dan kan dat de konstatering van een heel nuchter feit zijn. Steeds wanneer we de betreffende persoon ontmoeten, moeten we weer denken aan wat er gebeurd is. Als we er echter mee bedoelen 'ik neem het hem dan nog steeds kwalijk, ik reken het hem toch nog toe', dan is onze gezindheid fout. Dan hebben we het hem in feite niet vergeven. Daar komt het dan namelijk op neer. Als we iets vergeven hebben en de gedachte van wrevel en toch weer in rekening brengen komt bij ons op als we de betreffende persoon ontmoeten of aan hem denken, dan moeten we die gedachte oordelen en wegdoen. Nogmaals: als God vergeeft en zonden bedekt dan gedenkt Hij ze niet meer, Hij brengt ze ons nooit meer in rekening.