Snel zoeken:
Wedergeboorte

Johannes 3:5
Betreft: Jh. 3: 5

Vraag:
Wat betekent geboren worden uit water en Geest?
Is wedergeboorte Gods antwoord op onze bekering?
Waarom kan iemand die niet wedergeboren is het Koninkrijk Gods niet binnengaan? Als je uit / in het vlees geboren bent, maar je leeft volgens de Geest (de Heilige Geest) kan het dan wel?

Antwoord:
Met 'Geest' is hier de Heilige Geest bedoeld. Deze moet werken aan het hart van een zondaar om hem tot inkeer te brengen en hem nieuw leven te schenken. Met 'water' is hier het woord van God bedoeld. Deze symbolische betekenis van 'water' kunnen we afleiden uit teksten als Jh. 13: 5 in vergelijking met Jh. 15: 3 en Ef. 5: 26. Bovendien spreekt 1 Pt 1: 23 over wedergeboorte door het woord van God (vgl. ook Jk. 1: 18).
De Geest werkt door het Woord. Bij de werking van het Woord, voorgesteld door 'water' denken we aan de reiniging van de zondaar. Bij de werking van de Geest denken we aan het wekken van nieuw leven. De twee zijn echter nauw verbonden en dit is slechts een onderscheiding in aspect.

De wedergeboorte is niet een antwoord op de bekering, maar:
- bekering duidt op de verantwoordelijkheid van de mens. De mens moet zich bekeren.
- wedergeboorte ziet op wat God doet. Een mens 'doet' zich in het gewone leven niet geboren worden, hij doet dat ook niet wat de wedergeboorte betreft.
De bekering gaat echter niet buiten de werking van de Geest en van het woord om. Het zijn eigenlijk twee aspecten van dezelfde zaak, waarbij de wedergeboorte de bekering insluit.

De mens moet wederom geboren worden omdat hij met zijn oude, zondige natuur niet geschikt is om in de tegenwoordigheid van de heilige God te verkeren. De man in de gelijkenis van Mt 22: 1-14 kon zonder bruiloftskleed de bruiloft van de Zoon van de koning niet meemaken. Zo kunnen wij zonder door het geloof gerechtvaardigd te zijn en een nieuwe natuur ontvangen te hebben het koninkrijk Gods niet ingaan.
Iemand die niet wederom geboren is, bezit de Heilige Geest niet en kan ook niet volgens de Geest leven.Hij kan proberen goed te doen en niet te zondigen, maar dat lukt hem niet. Er is geen mens die niet zondigt en die zonden moet uitgedelgd worden wil iemand behouden kunnen worden. Zelfs al zou het iemand lukken nooit iets verkeerds te doen dan zou zijn zondige aard hem nog buitensluiten van het Koninkrijk van God.