Snel zoeken:
Geldt dit bevel ook onze omgang met ongelovigen?

2-Thessalonicenzen 3:16
Betreft: 2 Th 3: 6

Vraag:
(a) Geldt dit bevel ook onze omgang met ongelovigen?
(b) Hoe kun je zo'n broeder ooit weer in het rechte spoor brengen als je je aan hem onttrekt?

Antwoord:
a. Het bevel geldt onze verhouding tot een broeder met wie we dus tot op dat moment op broederlijke / zusterlijke wijze omgingen. Zo'n broederlijke omgang hebben we met ongelovigen niet. We kunnen ons dus ook niet op dat vlak aan een ongelovige onttrekken.
Het verschil in verhouding tussen onze verhouding ten aanzien van een broeder die zondigt en een ongelovige zie we heel duidelijk uitkomen in 1 Ko 5. We lezen daar dat we geen omgang moeten hebben met hoereerders, enz. De apostel geeft dan echter een beperking en zegt dat het geldt voor hen die een broeder genoemd worden. Er staat in dat geval zelfs dat we zulke personen uit de gemeente moeten wegdoen. De broederlijke omgang is dan dus radicaal afgesneden.

Met de ongelovige slager, bakker, buurman/vrouw, enz. mogen we wel omgaan, maar niet zo dat we met hun zondige wandel meegaan. We mogen blijkens 1Ko 10: 27 bij een ongelovige gaan eten, maar we zullen niet met hem meegaan naar de cultus in een 'afgodstempel'. In onze tijd overgebracht: niet meegaan naar een drinkgelag; naar een loge van de vrijmetselarij; naar een houseparty of iets dergelijks. Ons contact met de ongelovige geeft ons gelegenheid hem of haar het evangelie voor te houden. We onderhouden dat contact om voor zo iemand geestelijk iets te betekenen.

(b) In het geval van 2 Th 3: 6 is niet alle contact verbroken. We gaan niet bij zo'n persoon op de koffie zodat hij zou kunnen menen dat er niets aan de hand is. We kunnen hem echter wel aanspreken om hem te vermanen zijn verkeerde leefwijze op te geven.
In 1 Ko 5 moeten we het ons zo voorstellen, dat alle bemoeiingen om de man terug te brengen, hebben gefaald (denk aan Mt 18: 15-17) en als laatste tuchtmaatregel die van 'wegdoen' wordt toegepast. Die tucht is bedoeld om hem door het gemis van omgang tot inkeer te brengen.

In het geval van 2 Th. 3 is er beperkt contact en zullen we zo'n broeder 'terecht wijzen' ( vs 11).