Snel zoeken:
Hen die in aanzien (achting) waren

Galaten 2:2
Betreft: Gl 2: 2

Vraag:
Wie worden bedoeld met 'hen die in aanzien (achting) waren'? De beter gesitueerden? Of zij die zeggenschap hadden in de gemeente vanwege hun kennis wat het geloof betreft?

Antwoord:
In de Gemeente mag het bezit van geld, van maatschappelijke positie, van een scherp verstand geen rol spelen wat onze beoordeling betreft. In die zin zijn er geen vooraanstaanden of aanzienlijken.
In de Gemeente is iemand alleen in aanzien of geacht om zijn geestelijke kwaliteiten. Daarbij speelt het bezit van een gave minder een rol dat het uitoefenen ervan. We achten iemand niet omdat hij veel bijbelkennis bezit, maar omdat hij met deze kennis op een ootmoedige wijze andere gelovigen wil dienen. Daarbij zal hij een wandel moeten hebben die met die kennis in overeenstemming is, denk aan Ea 7: 10. Anders gezegd: aanzien of achting hangt af van een wandel in het geloof waarbij iemand de gaven die hij heeft in afhankelijkheid van de Heer en tot eer van Zijn naam gebruikt.
Het is aannemelijk dat Paulus hier mannen als Petrus, Jakobus en de oudsten van Jeruzalem op het oog had.