Snel zoeken:
U zegt dat wij de wet vervullen als we de naaste liefhebben, maar wij vervullen de wet toch niet. Christus heeft toch de wet vervuld.

Galaten 5:14
Betreft: Gl 5: 14,15

Vraag:
U zegt dat wij de wet vervullen als we de naaste liefhebben, maar wij vervullen de wet toch niet. Christus heeft toch de wet vervuld.

Antwoord:
Dat Christus de wet vervuld heeft, kan op twee manieren opgevat worden en wel:
a. Christus heeft volmaakt naar de wet geleefd en dus vervuld wat de wet voorschreef. Anders gezegd: Hij hield zich aan Gods geboden. Vergelijk het woord van de rijke jongeling (Mk 10: 20) die zei dat hij alles onderhouden had wat de wet eiste.
b. Christus heeft de wet en de profeten vervuld. Hij kwam niet om te ontbinden, maar om te vervullen. Hier wordt niet alleen gesproken over de wet, maar ook over de profeten. Deze uitspraak betekent niet alleen dat Hij deed wat in de wet stond, maar veel meer dat in Hem de wet en profeten vervuld werden hun vervulling vonden. Dat laatste heeft zijn betekenis ook voor ons, want Rm 10: 4 zegt: 'Christus is het einde der wet voor een ieder die gelooft'.
De wet heeft in Christus zijn eindbestemming bereikt. Christus heeft het offer gebracht en voor ieder is er nu gerechtigheid en dat niet op grond van wetsbetrachting, maar op grond van geloof. In deze zin hebben niet wij de wet vervuld, maar Christus.

De tekst uit Gl 5 doelt echter op wat anders, namelijk op ons vervullen van de wet. Die vervulling bestaat niet in het je onderwerpen aan en voldoen aan regels van een wetsbestel, maar in het betrachten van liefde. .Zonder dat je onder de wet bent, voldoe je dan aan wat God in de wet vraagt. We vinden dat aangegeven in Rm 8: 4. Daar wordt gezegd, dat 'de eis van de wet vervuld zou worden in ons' en hoe wordt die vervuld? Doordat we niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.
Als we liefhebben dan vervullen we de wet, want dan doen we die dingen die de wet voorschrijft.

Maar we kunnen alleen liefhebben omdat God zijn liefde in onze harten heeft uitgestort (Rm 5: 5, vgl. Jh4: 7,19). We moeten dus een levende relatie met God en met Christus hebben als grondslag en we kunnen die liefde alleen late werken als we die relatie ook praktisch beleven.