Snel zoeken:
Geloof is toch een gave van God?

EfeziŽrs 2:9
Betreft: Ef 2:9

Vraag:
Geloof is toch een gave van God? Je moet dan toch afwachten tot God je die gave geeft?

Antwoord:
In Katwijk hield een evangelist een straatprediking en riep de mensen op om zich te bekeren en te geloven in de Heer Jezus Christus. Een dikke visser stond wat geŽrgerd te luisteren en riep ineens. 'Meneer, het geloof is een gave Gods'. Hij wilde daarop weglopen, maar de evangelist riep hem toe: 'Meneer, wacht even'. De man bleef staan en de evangelist bladerde vlug in zijn bijbeltje. Hij vond de plaats die hij zocht en las met luide stem: 'Ja ook dat ieder mens ete en drinke en het goede geniete van al zijn arbeid: dit is een gave Gods'. Deze uitspraak staat in Pr 3:13 (St. Vert.) en wordt in 5:18 nog eens herhaald. De evangelist sloot zijn bijbeltje en zei tegen de Katwijker: 'Ik zie dat u van deze gave Gods van eten en drinken, een goed gebruik hebt gemaakt. Een gave moet je aannemen en zo moeten wij de gave van het geloof aannemen, want God wil ons die geven'. En zo is het!
Een andere sprekende tekst in dit verband is Hd 11:18. Als de oudsten te Jeruzalem het verslag van Petrus over zijn bezoek bij Cornelius hebben gehoord, zeggen ze: 'Zo heeft dan God ook de heidenen de bekering gegeven ten leven'. Dat wil dus zeggen dat God aan de heidenen de gelegenheid gaf de prediking te horen en zich te bekeren. Zo is het ook met de gave van het geloof. God wil dat de mens gelooft. En Hij geeft de mens de mogelijkheid om te geloven. Een gave moet je aannemen. Van een gelegenheid moet je gebruikmaken, zo simpel is dat.