Snel zoeken:
Waartoe hebben we vrijmoedigheid en waar slaat het toegang hebben op?

EfeziŽrs 3:12
Betreft: Ef. 3:12

Vraag:
Waartoe hebben we vrijmoedigheid en waar slaat het toegang hebben op?

Antwoord:
Adam en Eva hadden na de zondeval geen vrijmoedigheid om tot God te naderen, ze waren bevreesd en zo heeft geen enkele zondaar de vrijmoedigheid om voor God te verschijnen of tot Hem te naderen. De gelovigen hebben die vrijmoedigheid echter wel. Ze hebben de vrijheid om tot God te naderen, God heeft daarin voorzien door het offer van de Heer Jezus; ze kunnen het ook met een vrij gemoed doen, want ze weten dat het kan en dat het mag.
Zo mogen we naderen tot de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ook onze God en Vader geworden is. (Denk aan Ef 2:18).

In Hb 10: 29 en 4:14-16 vinden we een gelijksoortige uitdrukking. In de laatste tekst gaat het om het naderen ter verkrijging van hulp in onze omstandigheden als volk van God hier op aarde. In de eerstgenoemde tekst gaat het om ons naderen tot God als priesters om Hem te loven en te eren.