Snel zoeken:
Brief van JGF naar aanleiding van bepaalde publicaties

Brief van JGF aan de vergaderingen in Nederland gedateerd 20 mei 1996

Geliefde broeders,

Wilt u dit schrijven alstublieft niet beschouwen als een verdediging van mijzelf. Dat is namelijk absoluut mijn bedoeling niet. De kwestie is echter deze: door bepaalde publikaties en mondelinge bediening heb ik een verantwoordelijkheid op mij geladen wat betreft de gang van zaken in ons midden. Aan die verantwoord gegeven wordt van dat wat ik leer en van wat er in Heiloo en Aalten aan de hand is, en dat mede aangevoerd wordt om een scheuring te rechtvaardigen, voel ik mij genoodzaakt u het bijgaande te zenden. Ik zou namelijk niet graag zien dat vergaderingen of personen individueel op grond van onjuiste voorstellingen bepaalde beslissingen gaan nemen, die men misschien later zou betreuren. Tot dit doel schrijf ik u het volgende:

Op 25-11-1995 werd door de brs. en zrs. te Den Helder een brief geschreven aan alle vergaderingen in ons land waarin zij stelden de praktische gemeenschap te verbreken met de verg. te Apeldoorn, Heiloo, Leeuwarden, Nijverdal, Sneek en Utrecht omdat men aldaar de grondslag van het vergaderen zou hebben verlaten door ‘open’ beginselen aangenomen te hebben. Zij verzochten binnen drie maanden reacties te ontvangen en zouden deze landelijk bekend maken

Op deze brief is veel kritiek geweest en dat ook van die broeders die de bezwaren van Den Helder deelden. Dit vanwege de inkonsekwente inhoud en de termijnstelling.

Op 4-1-1966 schreven 26 brs. een brief waarin ze aangaven dat de door Den Helder genoemde zaken geen grond waren voor een scheuring..

Van Den Helder is na drie maanden geen reactie gekomen, maar er is wel

op 30-3-1996 een duitstalige brief vanuit Oude Haske verzonden aan de vergaderingen in het buitenland. Deze brief is mede ondertekend namens de verg. te Den Helder. Verder ondertekenden 12 broeders die stellen in 6 plaatsen samen te komen op de grondslag van Matt. 18:20.

In sommige gevallen gaat het om een paar brs. en zrs. die uit omliggende plaatsen bij elkaar komen. N.B. Wat Leeuwarden betreft heeft alleen een broeder die een paar jaar geleden vanuit het Westen bij ons gekomen is, samen met zijn vrouw, de vergadering verlaten.

In Duitsland is op de brief van de 26 gereageerd door o.a. de vergadering te Oberhausen-Osterfeld. Hun reactie is in Nederlandse vertaling
d.d. 9-4-1966 door br. H. Wijnholds verspreid aan de brs. ‘in het werk des Heren’ en aan belangstellenden. Bijgevoegd was een commentaar op een Open Brief van mij gericht aan ,b>‘hen die ons verlieten’.

Op grond van de brief uit Oude Haske hebben enkele vergaderingen in Duitsland geschreven alleen praktische gemeenschap te willen oefenen met verg. in Nederland die achter de brief uit Den Helder staan.

Op 18-4-96 is er door Aalten-School een brief verzonden aan de vergaderingen te Apeldoorn, Leeuwarden, Nijverdal, Sneek en Utrecht om zich bezig te houden en te handelen met resp. de brs. HPM, JGF, DS, JPhF en WJO. Deze vijf broeders ontvingen een copie van dit schrijven plus een bijgaande brief gericht aan hen zelf met een oproep tot inkeer.

Naar aanleiding van hun schrijven aan mij (en de andere vier broeders), heb ik de brs. in Aalten

,b>op 8 mei 1996 het gedeelte van mijn ‘Verklaring’ toegestuurd dat slaat op mijn leeropvatting en hen een begeleidende brief geschreven waarin ik ze o.a.oproep terug te keren van de schreden die ze blijkens hun schrijven gezet hebben op de weg naar scheuring.

Per 9-5-96 is er door Aalten-School eveneens een brief verzonden naar de vier vergaderingen in de Achterhoek met betrekking tot de brs. die de verg. Aalten-Meiberg aanbevolen hebben. Deze brief is van dezelfde strekking als de bovenstaande van 18-4-96 en als die uit Den Helder van 25-11-95.

In de hierboven genoemde brieven en reacties wordt een onvolledige en onjuiste weergave gegeven van wat ik leer, en van wat er in Heiloo en Aalten gaande is. Om u breder in te lichten zend ik u bij deze brief de volgende bijlagen:
- mijn open brief aan hen die ons verlieten;
- mijn ‘Verklaring’ waarin ik mijn standpunt verduidelijk en de kwestie Heiloo en Aalten mijnerzijds belicht. Om dit stuk gaat het hoofdzakelijk;
.
Moge de Heer dit alles gebruiken om verdergaande verdeeldheid in ons land te voorkomen en moge Hij ons in zijn genade nog een herstel schenken. De uwe in Hem,