b De dood en de komst van de Heer |
1 De dood is een straf of een gevolg van de zonde. De komst van de Heer betekent een bevrijding van de zonde 2 De dood is pijnlijk, verdrietig. De komst van de Heer betekent blijdschap 3 De dood buigt je wenend neer. De komst van de Heer heft je ogen omhoog en geeft vreugde 4 De dood betekent scheiding. De komst van de Heer is een blijde hereniging 5 De dood is de grote vijand. Hij die komt is onze grootste vriend 6 Bij de dood gaat de gelovige naar Christus toe. Bij de komst van de Heer komt Hij naar ons toe |
![]() |
||
|
||
|
||
|
||