Snel zoeken:
Maar wordt onze schuld het nageslacht wel toegerekend?

Exodus 34:7
Betreft: Ex.34: 7

Vraag:
Onze zonden worden ons vergeven, maar wordt onze schuld het nageslacht wel toegerekend?
Zo niet, wat betekent dan 'de ongerechtigheid der vaderen bezoekende aan kinderen en kindskinderen' (zie Ex.20: 5; 34: 7) Hoe is dit vers te rijmen met Ez. 18: 20?

Antwoord:
In de Schrift vinden we heel duidelijk het beginsel, dat de vaders niet gedood mogen worden om de zonde van de kinderen en de kinderen niet om de zonde van de vaders (zie: Dt.24: 16; lees heel Ez.18;en zie ook 2 Kr.25: 4). God wilde van de rechters onder IsraŽl, dat ze niet een kind straften om de zonde, die de vader bedreef. Je ziet dat koning Joas zich aan dit wetsvoorschrift houdt. God zelf doet dat in zijn regeringswegen ook (Ez. 18). Het betreft dan het toerekenen van een zondige daad op zichzelf.
Als de vaders een zondige levenswandel gevoerd hebben en de kinderen treden in hun spoor dan gaat op wat er in Ex 34 staat
Als we Ex.34 vergelijken met Ex.20 zien we dat het hier twee groepen mensen Betreft:
- de eerste groep zijn zij die niets van de Here God willen weten, het betreft hen die Hem haten. Hun worden de zonden toegerekend en dat gebeurt ook met hun kinderen als ze zich niet bekeren, maar in hun voetspoor treden en dus de Heer haten. Het hele navolgende geslacht staat dan schuldig en ondervindt Gods kastijding en oordeel. We zien dat verklaart in Mt.23: 30-36, lees vooral vers 32 en 35!! En bedenk dat de FarizeeŽn geen letterlijke nakomelingen van KaÔn waren. Ze waren echter wel 'geestelijke' kinderen van hem, omdat ze precies zo handelden als hij. Omdat de kinderen in het voetspoor van de ouders treden erven zij als het ware mee de schuld van de ouders. De vaderen, zowel als hun goddeloos nageslacht treft het eeuwig oordeel.
- de tweede groep zijn zij die de Here God liefhebben en Zijn geboden onderhouden. Over hen is de Heer barmhartig.Hij vergeeft hun hun zonden (als ze erkennen gezondigd te hebben) en doet hun schuld weg.Hij legt die niet op hun nageslacht. Wel hebben ze te maken met de gevolgen van hun zonde in de regering van God.Er zijn morele wetten in het universum die bij overtreding gevolgen met zich meebrengen. Ook kan er zijn een direct ingrijpen van God.
Adam en Eva hebben gezondigd.We mogen gezien het vervolg aannemen dat God hun die zonde vergeven heeft, maar de gevolgen blijven. Ze worden sterflijk, ze worden uit de hof gezet. Hetzelfde zien we bij David. Zijn zonde wordt hem vergeven, maar het zwaard zal niet wijken van zijn huis en we zien dat later in zijn geschiedenis ook bewaarheid worden. Zie voor dat beginsel ook: Ps.99: 8; Jer.46: 28; Sp.11: 31. Am 3: 2.

De eerste groep houdt Hij echter niet onschuldig, Hij rekent hun hun schuld toe en als hun kinderen in hun voetspoor treden, dan wordt de schuld van de vaders als het ware bij hun eigen zonde opgeteld.