Snel zoeken:
Dat doorsteken gebeurde toch pas nadat Hij al gestorven was?

Openbaringen 1:7
Betreft: Openb. 1:7

Vraag: Zijn met de uitdrukking 'zij die hem doorstoken hebben' niet zijn moordenaars bedoeld. Dat doorsteken gebeurde toch pas nadat Hij al gestorven was?

Antwoord:
De woorden 'doorsteken' zien op een bepaalde daad die met 'steken' te maken heeft. Het is niet hetzelfde als de spijkers door zijn handen en voeten slaan. Dat doorsteken gebeurde door een enkele soldaat en nadat de Heer al gestorven was. In Openb. 1:7 wordt echter in het meervoud gesproken en dat is in Zach. 12:10 ook het geval. Toch betekent dat niet, dat het om een andere daad gaat. In Zach. 12:10 wordt heel duidelijk van de inwoners van Jeruzalem gezegd, dat zij zullen zien op Hem die ze doorstoken hebben. Welnu, letterlijk gezien hebben de Joden de Heer niet gekruisigd en hebben ze hem ook niet doorstoken. Wat is dan de oplossing? Deze:
a. Het doorsteken was de laatste handeling vanaf de gevangenneming die door de vijanden van Jezus werd verricht. Daarmee werd 'de moord' besloten. Als de Heer al niet gestorven was, zouden ze Hem de benen hebben gebroken. Dat was nu niet meer nodig. Het steken in de zij was een zaak van voor alle zekerheid de dood vaststellen, maar vormde een geheel met alle wat men aan Hem had gedaan.
b. De Joden hebben niet met eigen handen de Heer gekruisigd, maar ze hebben Hem aan de Romeinen overgeleverd en staan dus schuldig aan alles wat deze met Hem deden. We lezen dan ook:
....'hebt gij door de handen van wetteloze mensen aan het kruis genageld en
gedood' (Hand. 2:23);
...'deze Jezus die u hebt gekruisigd' (Hand. 2:36);
...'de Leidsman ten leven hebt gij gedood' (Hand. 3:15);
...'van Wie u verraders en moordenaars geworden zijt' (Hand. 7:52).

In Hand. 4:27 worden Herodes, Pilatus, de heidenen en de volken van IsraŽl voor de dood van Jezus Christus verantwoordelijk gesteld. De uitdrukking 'zij die Hem doorstoken hebben' kan dus toegepast worden op allen die voor zijn dood verantwoordelijk staan. In Zach. 14 echter wordt er mee geduid op de Joden.