Snel zoeken:
Wie worden bedoeld met de uitdrukking 'Hen die onthoofd waren' en wie met de 'overige doden'?

Openbaringen 20:1
Betreft: Openb. 20:1-6

Vraag: Wie worden bedoeld met de uitdrukking 'hen die onthoofd waren' en wie met 'de overige doden'?

Antwoord:
Om deze teksten goed te kunnen begrijpen moeten we inzien dat het boek de Openbaring in drie delen is verdeeld, zoals aangegeven wordt in 1:19. En wel als volgt:
Wat gij gezien hebt............... vinden we in hoofdstuk 1.
Wat is.................................. ziet op hoofdstuk 2 en 3 en behandelt profetisch de geschiedenis van de Gemeente of Kerk.
Wat hierna geschieden zal... begint met 4:1 waar we deze uitdrukking tegenkomen.
Dat derde deel behandelt de na-christelijke tijd en het laatste deel daarvan heet de tijd van de Grote Verdrukking (7:14; Dan. 12:1; Matt. 24:21; Mark. 13:19). Voor deze tijd, die ook de tijd van verzoeking wordt genoemd, wordt de Gemeente bewaard (Openb. 3:10).
In die na-christelijke tijd zal er vervolging optreden en wel in twee fasen:
1. Er is een vervolging vˇˇrdat het beeld van het beest wordt opgericht. Daarvan spreekt Openb. 6:9. De martelaren uit die tijd worden vervolgd om het woord van God en het getuigenis dat ze uitdragen. Zij die gedood zijn moeten wachten totdat ook de overige van hun broeders gedood zijn.
2. Er is een vervolging nadat het beeld is opgericht. Daarvan spreekt Openb. 13:15. Zij die weigeren het beeld van het beest te aanbidden zullen gedood worden.

In Openb. 20:4 vinden we beide groepen martelaren bij elkaar. Er is namelijk sprake van:
1) De zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God en
2) en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden.
Deze martelaren staan vˇˇr het duizendjarig rijk op en ze vormen de laatsten van hen die tot de eerste opstanding behoren. Christus is daarvan de eersteling, bij de opname van de Gemeente vindt een tweede fase plaats (1 Thes. 4:15-18) en na de Grote Verdrukking vindt deze laatste fase plaats.
Over hen die behoren tot de eerste opstanding (ook genoemd 'de opstanding van de rechtvaardigen', 'de opstanding ten leven' en 'de opstanding uit de doden') heeft de tweede dood geen macht. Dit is de opstanding van de gelovigen.

Na het duizendjarig rijk vindt de opstanding van de overige doden plaats. Die behoren dus niet tot de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood dus wel macht. Het is de opstanding van de ongelovigen (ook genoemd 'de opstanding van de onrechtvaardigen' en 'de opstanding ten oordeel').

Zie voor een nadere uitwerking Toets 4 'Het vrederijk moet nog komen'.