Snel zoeken:
Wie zullen er de nieuwe aarde bewonen?

Openbaringen 21:1
Betreft: Openb. 21:1-9

Vraag: Wie zullen er de nieuwe aarde bewonen?

Antwoord:
Nadat de Heer teruggekomen is om de Zijnen in het Vaderhuis op te nemen (Joh. 14:1-3; 1 Thes. 4:15-18; 1 Kor. 15:51-57 en Fil. 3:20, 21) blijken er twee groepen gelovigen op aarde te zijn:
a. 144.000 verzegelden uit alle stammen van IsraŽl;
b. Een grote schare, die niemand tellen kan uit de volken.
Van deze laatste zullen velen gedood worden, degenen die het echter overleven zullen samen met het gelovig 'overblijfsel uit IsraŽl' de aarde tijdens het duizendjarig rijk bevolken.
Zij die gestorven zijn zullen samen met de Gemeente (en de gelovigen uit de oude bedeling) met Christus heersen de duizend jaren (Openb. 20:1-4).

Na de laatste opstand van satan (na zijn loslating) vindt het oordeel voor de Grote Witte Troon plaats en vervolgens worden de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geformeerd. Ten aanzien van de toestand dan zijn er drie meningen:
a. Degenen die tijdens het duizendjarig rijk een aardse positie innamen doen dan ook in de de eeuwigheid alleen zal dan op aarde het onderscheid tussen IsraŽl en de volken zijn opgeheven;
b. Als de vorige, maar met dit verschil dat het onderscheid tussen IsraŽl en de volken ook dan zal blijven blijven bestaan;
c. Alle gelovigen wonen dan op aarde.

N.B. Mening c moeten we so-wie-so afwijzen, want de Schrift zegt duidelijk dat de Gemeente en allen die deel hebben aan de eerste opstanding een hemels deel hebben. Wat de Gemeente betreft wordt er gesproken van het Vaderhuis en dat bevindt zich beslist niet op aarde.

Kiezen tussen a en b is moeilijk. Op grond van Jes. 66:22 neigen wij tot mening b.