Snel zoeken:
Hoe moet onze praktische houding zijn t.o.v. dwaalleraars en redelozen?

2-Johannes 
Als het gaat om dwaalleraars dan geeft 2 Joh. ons een duidelijke instruktie. We mogen ze niet in huis ontvangen dat wil zeggen geen gastvrijheid verlenen. We mogen ze niet groeten, dat wil zeggen geen zegen op hun werk toewensen of hen vriendelijk als leraars bejegenen. Anders hebben we gemeenschap met hun boze werken. Als we zo iemand als buurman hebben zullen we korrekt tegenover hem zijn, maar meer ook niet.
Als hij werkelijk hulp nodig heeft zullen we die verlenen. Maar geen kameraadschappelijke omgang!

Ten aanzien van 'redelozen' hebben we in 1 Kor. 15:32-34 een aanwijzing. Ook met deze personen zullen we geen vriendschapsbanden onderhouden. We worden anders door zo'n omgang besmet. Anderzijds geldt t.o.v. hen als ze hulp nodig hebben hetzelfde als wat zoŽven van de dwaalleraars is gezegd.

Als het gaat om werk waarbij het evangelie gebracht wordt dan kunnen we dat met gebed en gaven steunen ook al zijn er wel facetten aan het werk, waar wij niet geheel achter staan, omdat we het met een bepaalde bijbeluitleg niet eens zijn.
Soms echter worden er in bepaalde kringen occulte zaken behandeld op een manier waarbij men zichzelf voor occulte invloeden openstelt en daar is voorzichtigheid geboden.
Overigens zij ieder op dit terrein in zijn eigen geweten verzekerd. We kunnen elkaar daarin geen wetten voorschrijven.