Snel zoeken:
Het lot van de ongelovigen

1-Johannes 1:5
Betreft 1 Joh. 1:5

Vraag:
Het wil er bij mij niet in, dat een God van liefde de ongelovigen eerst opwekt en een nieuw lichaam geeft om hen dan voor eeuwig te pijnigen. Alleen als niet God, maar satan de macht had, zou ik dit kunnen aannemen.

Antwoord:
De opmerking betreft een kwestie, die tegen ons gevoel indruist. Het lot van de ongelovigen is - en we beseffen dat eigenlijk maar half - een vreselijk lot. Als het gaat om uitleg van en aanvaarden van wat de Bijbel zegt, dan hebben we zowel ons menselijk denken als ons gevoelen gewonnen te geven aan het Woord van God, want zo wel ons denken als ons gevoelen is door de zonde aangetast en geeft dus geen zuivere norm, alleen Gods Woord doet dat.

We zullen dan in de eerste plaats moeten beseffen, dat God niet alleen liefde is, maar ook licht en dat er in Hem totaal geen duisternis is. Evenmin kan Hij met het kwaad ook maar iets van doen hebben. Hij moet het oordelen. Lees o.a. 1 Joh. 1:5. Gelukkig heeft de Heer Jezus het oordeel voor zondaars zoals wij zijn willen ondergaan op het kruis van Golgotha. Zo ernstig is het kwaad in Gods oog, dat Hij Zijn eigen Zoon moest verlaten toen Deze onze plaats innam. Als iemand dan ook dit offer afwijst dan is er voor hem of haar geen redding mogelijk. Zo iemand maakt zich het eeuwig oordeel van God waard.

Anderzijds verwijst het rechtvaardig oordeel van God de goddelozen naar de plaats van het verderf. Christus verwijst hen naar het verderf. (Matt. 25:41). En dit verderf is niet maar een noodlot, niet een meegesleept worden door satan, maar een straf van God (zie 2 Thes. 1:8, 9). Dit zijn duidelijke bijbelse gegevens en geen uitleggingen van mensen.
Gods liefde blijkt op het kruis, maar ook Zijn gerechtigheid. Die gerechtigheid komt eveneens openbaar in de redding van hen die zich bekeren en in het oordeel over hen die zich verharden. Een ernstige, maar volop bijbelse zaak.