Snel zoeken:
Heeft dit vers met de uitverkiezing te maken? Is die er?

1-Johannes 3:15
Betreft: 1 Joh. 3:15 (2)

Vraag: Heeft dit vers met de uitverkiezing te maken? Is die er?

Antwoord: Er is inderdaad een uitverkiezing en bij God staan alle dingen vast. Maar tot op zekere hoogte geeft God de mens 'speelruimte'. De mens is volledig zelf verantwoordelijk en God roept hem op zich te bekeren.
Nooit kan men zeggen dat kan ik niet, want ik ben niet uitverkoren. Die twee dingen: de Almacht, alwetendheid en absolute soevereiniteit van God aan de ene kant en de volledige verantwoordelijkheid van de mens aan de andere kant moeten we elk op zijn plaats laten staan. We kunnen die twee niet in een logisch denksysteem vatten.
Het is vaak vergeleken met een huis waar boven de deur staat: 'Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt' en als je aan die oproep gehoor geeft en de deur binnengaat lees je aan de binnenkant: 'Uitverkoren van voor de grondlegging der wereld'.
Nog een kleine aanwijzing:
a. De broers hebben Jozef verkocht naar Egypte, niet waar? Zij stonden volledig verantwoordelijk daarvoor.
b. Als de broers bij Jozef zijn voor de tweede keer, zegt Jozef: Zo hebt gij het niet gedaan, maar God.
God gebruikte de daad van de broers voor zijn doel. Daarin zie je hoe het handelen van de mens-in-volle-verantwoordelijkheid en de volvoering van Gods plannen hand in hand gaan, zo is het ook met bekering en uitverkiezing. Hoe is 1 Joh. 3:15 te rijmen met het feit, dat de moordenaar op het kruis toch gered werd.
Heeft dat te maken met de leer van de uitverkiezing, die vele mensen zo moedeloos gemaakt heeft?

In 1 Joh. 3:15 gaat het om iemand, die zijn broeder haat in tegenstelling tot degene, die in vers 14 genoemd wordt, die de broeder liefheeft. Daarmee is uitgedrukt, dat de eerste liefde van God niet kent en die verwerpt net als KaÔn. Als een moordenaar echter tot bekering komt is er ook voor hem eeuwig leven, Voor de verstokte moordenaar, voor hem die van de liefde van God niets weten wil geldt echter, dat hij het eeuwig leven niet heeft.

Met de leer van de uitverkiezing heeft dit in zoverre te maken dat degenen, die tot inkeer komen uitverkoren zijn. De leer van de uitverkiezing doet nooit de menselijke verantwoordelijkheid te niet om zich te bekeren. Deze leer is niet gegeven om er mensen moedeloos mee te maken, maar is tot versterking van de gelovigen, dat hun eeuwig heil zeker in God verankerd ligt.