Snel zoeken:
Wat is zonde tot de dood?

1-Johannes 5:16
Betreft: 1 Joh. 5:16, 17

Vraag: Wat is zonde tot de dood? Is dat wat de R.K.Kerk 'doodzonde' noemt? Zijn er dan twee soorten zonde? Waartussen wordt dan onderscheid gemaakt en waarom?

Antwoord:
Over de vraag wat zonde tot de dood is, zijn de meningen zeer verdeeld. Deze verzen uit 1 Joh. 5 zijn ook erg moeilijk om uit te leggen. De volgende vragen rijzen op:
(a) Gaat het om twee verschillende soorten zonden of gaat het erom dat zonden voor bepaalde mensen zonden tot de dood zijn en voor anderen niet?;
(b) Gaat het om de eeuwige dood of de lichamelijke dood?;
(c) Betekent 'het leven geven' dat men eeuwig leven ontvangt, het eeuwige leven hier en nu beleeft of lichamelijke genezing ontvangt en dus in leven blijft?

Vrij algemeen is aangenomen dat het om twee soorten zonden gaat. Men ging onderscheid maken tussen de gewone 'dagelijkse' vergrijpen en de zwaardere zonden, die men doodzonde noemde.
De Roomskatholieke kerk heeft daar een hele leer opgebouwd, die hierop neerkomt:
- Doodzonde is een zonde in een ernstige zaak die men met vrije wil en met vol besef doet;
- Door een doodzonde verlies je de heiligmakende genade en verspeel je het recht op de hemel. Ook raak je de verdiensten van de voorafgaande goede werken kwijt. Je bent dus in feite verloren;
- De doodzonden kunnen wel vergeven worden, maar dan alleen door de biecht en een volmaakt berouw. Als je met onbeleden doodzonde sterft ga je verloren.

Het is duidelijk dat volgens deze leer geen mens zeker kan weten behouden te zijn, want je kunt dan altijd nog een doodzonde doen en die niet belijden of geen kans meer hebben om die te belijden door de biecht. Ook kun je nooit zeker weten dat al je zonden vergeven zijn. De Schrift zegt echter dat de zonden van de gelovigen vergeven zijn (Ef. 1:7; 1 Joh. 2:12). Ook zegt de Bijbel dat de gelovigen behouden zijn. (Ef. 2:8, 9). Deze opvatting laten we dan ook voor wat ze is.

In protestantse kringen gaan velen uit van de gedachte dat zonde tot de dood ziet op een zonde die de eeuwige dood met zich meebrengt omdat er voor die zonde geen vergeving mogelijk is. Men verwijst daarvoor naar Matt. 12:32 en Hebr. 6:4-6. Het gaat dan om mensen, die nooit echt tot geloof zijn gekomen en die op een bepaald moment hun hart totaal verharden en zo hun ondergang tegemoet gaan. Het betreft dan de zonde van ongeloof en verharding. Daarnaast zijn er de zonden van overtreding. Als die worden gepleegd is er na bekering en belijdenis vergeving mogelijk en ontvangt zo iemand eeuwig leven.

Anderen menen, dat met 'dood' hier niet de eeuwige dood, maar de lichamelijke dood is bedoeld. Het zou dan gaan om een zonde die in de regering van God de lichamelijke dood als een kastijding met zich meebrengt. Is er een zonde niet tot de dood gepleegd en is daarop lichamelijke kastijding van ziekte gevolgd, dan zal men voor zo iemand bidden en het gebed zal zo iemand 'het leven geven', d.w.z. hij zal genezen en in leven blijven. Dit stemt overeen met wat in Jak. 5:14-16 geschreven staat. Daar wordt kennelijk ook tussen zonde en ziekte een relatie gelegd, vooral in vers 16 namelijk.
Is er echter een zonde tot de dood gepleegd dan zal men niet voor zo iemand bidden. Hij zal dan door de dood worden weggenomen. Dat betekent echter niet vanzelfsprekend, dat zo iemand verloren is. Als het een waar kind van God betreft, dan is hij behouden. Hij wordt echter wel als getuige hier op aarde weggenomen. Men stelt daarbij Ananias en Safira als voorbeeld. Hun huichelarij was voor hen in die omstandigheden een zonde tot de dood.

Weer anderen maken geen onderscheid tussen de zonden, maar enkel tussen de personen die zondigen. Zij verstaan onder 'dood' de eeuwige dood en onder 'leven' het eeuwige leven. De uitleg is dan dat ongelovigen altijd zondigen tot de dood, d.w.z. hun zonde brengt hen in de eeuwige dood. Zij die niet tot de dood zondigen zijn de gelovigen, hun zonde wordt hen vergeven als ze die belijden en dan ontvangen ze het genot van het eeuwige leven weer.

Voor deze meningen zijn allerlei argumenten pro en contra in te brengen. Ik geef deze meningen maar ter overweging.