Snel zoeken:

1:5 - Wie zijn de 'wij' die het apostelschap en de genade ontvangen hebben?
1:14 - Wie bedoelt Paulus met de wijzen en wie met de onwijzen of onwetenden?
1:15 - Paulus is toch aan niemand iets schuldig?
1:16 - Betekent de uitspraak 'eerst de Jood, dan de Griek' hetzelfde als 'zowel Joden als Grieken'?
1:17 - Graag een nadere uitleg van deze gedeelten
1:19 - Behoudenis
1:24 - Bewaart God de mensen die Hem zoeken voor dergelijke zonden?
2:5 - Duidt Rm 2: 5b en, 6 op het oordeel, dat beschreven wordt in Op 20: 11-15?
2:12 - Twee groepen onderscheiden
2:12 - Hoe zit het met het verschil in schuld tussen Joden, heidenen en naamchristenen?
2:15 - Is het geweten aangeboren of verworven door opvoeding?
2:25 - Wat heeft de besnijdenis met geloof te maken? Wordt de besnijdenis nog toegepast?
3:5 - Graag een uitleg van dit vers
3:5 - Waarom gebruikt Paulus hier de uitdrukking: Ik spreek naar de mens?
3:9 - Wat wordt er met dit vers bedoeld?
3:10 - Doe je ook niet Gods wil als je vraagt of Hij je leven wil leiden, als je de wil van God wilt doen....?
3:19 - Door de wet zien wij dat we schuldig staan aan al de geboden van God. Als de wet niet voorgelezen wordt hoe zullen we dan weten dat we gezondigd hebben?
3:19 - Door de wet zien wij dat we schuldig staan aan al de geboden van God. Als de wet niet voorgelezen wordt hoe zullen we dan weten dat we gezondigd hebben?
3:20 - Waarom staat er in dit vers 'voor Hem ' en niet 'door Hem'
3:21 - Graag een tekst voor tekst verklaring van deze verzen?
3:22 - Door het geloof van Jezus Christus
3:22 - Wordt met dit woord geloof steeds hetzelfde bedoeld?
3:23 - Wilt u eens een uitleg geven van deze verzen?
3:26 - Kunt u ons dit vers in zijn verband uitleggen?
3:26 - Waarom is hier het enkelvoud en dan ook nog wel mannelijk enkelvoud gebruikt
3:28 - Wat is het verschil tussen gerechtvaardigd zijn en niet
3:30 - Waarom wordt voor de besnedenen het woord 'uit' gebruikt en voor de onbesnedenen het woord 'door' ?
3:31 - Bevestigen wij de wet doordat wij als vernieuwde mensen in de kracht van Gods Geest de wet volbrengen?
4:1 - Om welke tegenstelling gaat het hier?
4:1 - Wat, hoe of waardoor wordt de goddeloze gerechtvaardigd?
4:3 - Geldt de gerechtigheid op grond van geloof dan niet voor Noach, Henoch, e.d.?
4:9 - Besnijdenis
4:10 - Abraham werd besneden toen hij tot geloof gekomen was.Waarom werd hij niet op de achtste dag besneden, zoals gebruikelijk was?
4:13 - Wat houdt dit vers precies in?
4:14 - Graag een nadere uitleg van deze verzen
4:16 - Gaat het hier om twee groepen mensen: Joden en heidenen?
4:17 - In vers 17 wordt God genoemd: 'God...die de doden levend maakt en het niet-zijnde tot aanzijn roept Waarom wordt Hij hier zo genoemd?
4:19 - Wat betekent het dat Abraham 'tegen hoop op hoop' geloofde, of 'tegen hoop vertrouwend ' geloofde?
4:25 - De St.Vert. heeft in dit vers staan: 'overgeleverd om onze zonden'.
4:25 - Graag uitleg van dit tweede gedeelte van het vers
5:1 - Waarom staat er in dit vers uit het geloof en niet door het geloof?
5:2 - Waarom staat in dit vers Welken met een hoofdletter?
5:5 - Hoe kan ik b.v. mijn kind een positieve levenshouding meegeven
5:9 - Is het bloed de grondslag en het geloof het middel tot recht-
5:10 - Waarom is voor de verzoening de dood van de Heer nodig en voor het behouden worden het feit dat de Heer leeft?
5:11 - Waarom is dit het hoogste in vergelijking met roemen in de hoop op de heerlijkheid Gods (vs.2) en roemen in de verdrukking (vs.3).
5:11 - Wat betekent roemen in God?
5:12 - De lijn van Adam tegenover de lijn van Christus. Kunt u dit nader uitwerken?
5:12 - Klopt het wel wat in deze tekst staat? Henoch en Elia zijn immers niet gestorven?
5:12 - De zonde is toch door Eva in de wereld gekomen, want zij at het eerst? Of telt de vrouw naar bijbelse normen niet mee?
5:12 - Klopt het wel wat in deze tekst staat? Henoch en Elia zijn immers niet gestorven?
5:12 - Niet alle mensen zondaars
5:12 - Zondedaad
5:12 - In Gn 3: 1 lezen we dat de slang de mens tot zonde verleidt. Dus was er al zonde voordat de mens zondigde. (Zie Rm 5: 12).
5:12 - Verschil tussen zonde en overtreding
5:13 - Waarom werd de eerste zonde wel toegerekend?
5:14 - Worden hier babies bedoeld. Zo ja tot hoe oud?
5:14 - Is dat dan eigenlijk niet onrechtvaardig?
5:14 - Kun je deze uitdrukkingen dan ook op de toekomst laten slaan?
5:14 - Kunt u dit vers verklaren?
5:18 - Rechtvaardiging des levens
5:18 - Gaat het in deze tekst om 'eeuwig leven'?
5:19 - Zeer velen
5:20 - Zonde en overtreding
5:20 - Is de wet gegeven opdat de mensen meer zouden zondigen?
5:21 - Kunt u een verduidelijking van dit vers geven?
6:2 - Wij leven toch nog in een wereld waar zonde en verleiding is
6:4 - U weet immers dat er andere inzichten over de doop zijn?
6:4 - Kunt u bij dit vers en het voorbeeldje dat u geeft een kleine toelichting geven?
6:4 - Wat in vers 7 staat geldt toch alleen van hen die bekeerd zijn ofwel gelovig zijn?
6:5 - Is het samengegroeid zijn met Christus door de doop de voorwaarde om ook met Hem samengegroeid te zijn in zijn opstanding
6:6 - Dat de 'oude mens' dood is, weet ik, toch zondig ik telkens
6:7 - Zonden
6:11 - Als ik geloof, dat ik met Christus gekruisigd ben, hoef ik dan niet meer te strijden tegen de zonde en te bidden om vergeving?
6:14 - De eis van de wet
6:17 - Wat moeten we verstaan onder 'het voorbeeld van de leer', die u onderwezen is.
6:22 - Hebt gij tot vrucht uw heiliging, wat houdt dat in?
6:23 - Welke drie tegenstellingen zitten in dit vers?
6:28 - Hoe weet en ervaar je dat je geroepen bent?
7:0 - Laat Paulus in dit hoofdstuk zien wat er in de mens blijft leven ook na ontvangen genade?
7:3 - Een vrouw pleegt overspel als ze tijdens het leven van haar man de vrouw van een andere man wordt. Maar hoe zit dat dan met de man met wie ze trouwt?
7:5 - Moeten we de uitdrukking 'die door de wet zijn' (St. Vert.), 'die door de wet geprikkeld worden' opvatten als 'die we ons door de wet bewust worden?'
7:6 - Wat betekent 'dienen in de nieuwe staat des Geestes en niet in de oude staat van de letter'
7:7 - Moet je werkelijk door de diepte gaan? En kun je verlossing wel aangrijpen?
7:7 - Je kunt toch niet om jezelf heen. Vaak zit je met niet verwerkte schuldgevoelens en altijd weer moet je je toch afvragen of iets mag of niet?
7:7 - Adam heeft toch door begeerte het gebod van God overtreden, hoe kan Paulus dan schrijven dat hij/wij de begeerte niet gekend zouden hebben als de wet niet gezegd zou hebben: 'Gij zult niet begeren'?
7:10 - Hoe kwam het, dat het gebod dat ten leven moest leiden, ten dode bleek te zijn?
7:12 - Wordt in dit vers onder de wet alleen de tien geboden verstaan? Of ook ook alle verdere voorschriften?
7:14 - Wat betekent het dat de wet 'geestelijk' is?
7:19 - Hoewel ik probeer tegen de zonden te strijden moet ik
7:22 - Wat betekent dit vers?
7:24 - Hoe zijn deze twee teksten met elkaar te rijmen. De eerste spreekt over verlossing 'uit' het lichaam en de twee over verlossing van het lichaam.
8:11 - Moeten we uit dit vers afleiden, dat de Heilige Geest levend
8:12 - Wat houdt dit voorschrift praktisch gezien in?
8:13 - Als je opnieuw geboren bent, kun je toch niet meer sterven?
8:15 - Hoe moeten we 'Abba, Vader' opvatten?
8:16 - Wat is het verschil tussen de St. Vert. en de NBG weergave wat betreft het woord kinderen?
8:16 - Wat verstaat u onder het getuigenis van de Geest?
8:17 - Wat is bedoeld met 'deelhebben aan het lijden van Christus'?
8:19 - Hoe moeten we 'met reikhalzend verlangen' opvatten?
8:19 - Op grond waarvan stelt u, dat dit vers in vervulling gaat op het moment dat de gelovigen met Christus in heerlijkheid verschijnen?
8:20 - Met Hem (hoofdletter) wordt in dit vers toch God bedoeld?
8:21 - Wat is de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid?
8:23 - Hebben we nu wel of niet de Geest ontvangen en zijn we nu zonen of niet?
8:24 - Waarom is er sprake van hoop?
8:26 - Is er letterlijk 'onuitspreekbaar' bedoeld?
8:29 - Is het een kwestie van hoogmoed als je wat in deze tekst
8:31 - Bedoelt Paulus dat aan deze boodschap van God door ons mensen niets meer toe te voegen en geen verdere uitleg aan te geven is?
8:33 - Gods uitverkorenen gaan toch ook nog wel eens in de fout en zijn dan toch te beschuldigen?
8:35 - Waarom wordt in het ene vers gesproken over de liefde van Christus, waarbij bepaalde 'gevaren' opgesomd worden, en in het andere vers over de liefde van God, nadat er dan andere 'gevaren' zijn genoemd?
9:1 - Kunt u de negenvoudige van IsraŽl nader toelichten?
9:4 - 'Hunner is de aanneming tot zonen', wil dat zeggen dat IsraŽl Gods 'lievelingetje' is. Dat IsraŽl als een zoon is?
9:4 - Wat is met 'de dienst' bedoeld?
9:13 - Waaruit leidt u af, dat deze profetie niet Jacob en Ezau persoonlijk betreft, maar het volk Edom en het volk IsraŽl?
9:16 - Waarop slaat het woord 'loopt' in deze tekst?
9:17 - Wat voor verbinding is er tussen deze twee teksten?
9:21 - Wordt bij vaten tot eer of oneer gedacht aan bijv. een bloempot tegenover een wc-pot? Die zijn op hun eigen plaats toch wel bruikbaar.
9:22 - Graag een nadere toelichting met betrekking tot het onderscheid tussen deze verzen
9:25 - Wij stammen als 'heidenen' toch allen af van KaÔn of van Noach, die zich van God afgekeerd hebben, maar toch vůůr die tijd tot Gods volk behoorden?
9:33 - Volgens de voetnoot haalt Paulus bij vers 11 Js 28: 16 aan, daar gaat het echter over een 'steen'. Hoe zit dat eigenlijk?
10:4 - Wat betekent het dat Jezus Christus 'het einde van de wet is'
10:5 - beide soorten rechtvaardigheid
10:6 - Gerechtigheid
10:7 - Wie zal in de afgrond neerdalen
10:14 - Wat moet er achtereenvolgens gebeuren wil een zondaar gered worden?
10:15 - Hoe zit het met de toepassing van Js 52: 7 in dit vers?
10:19 - Jaloersheid
10:19 - Kunt u voorbeelden uit de geschiedenis noemen, dat het de gemeente gelukt is IsraŽl jaloers te maken?
10:19 - Behouden
11:11 - Wat was er dan van de bekering van de heidenen terecht gekomen?
11:12 - IsraŽl gestruikeld
11:14 - Gaat het niet meer om een waarschuwing dan om een realiteit?
11:16 - Wat zijn eerstelingen?
11:16 - Gebeurde dat in de dagen van Paulus niet zo?
11:21 - Kun je deze verzen behalve op het lichaam ook toepassen op de ziel van de gelovige?
11:25 - Volheid
11:25 - Kun je zeggen, dat het volk IsraŽl nu voor ons lijdt omdat de volheid der heidenen nog niet voltooid is?
11:26 - Wat wordt bedoeld met 'alle goddeloosheden van Jacob afwenden?
11:28 - Worden de IsraŽlieten op grond van de verkiezing behouden, iedereen moet toch op grond van geloof behouden worden?
11:32 - Slaat het 'allen' op IsraŽl en de heidenen samen?
11:36 - Betekent 'tot' Hem dat alle dingen Hem eer bewijzen?
12:1 - Wat betekent het woord 'redelijk' in deze verzen?
12:1 - Wat betekent het woord 'redelijk' in deze verzen?
12:3 - Wat houdt de vermaning in deze verzen in?
12:4 - Kunt u het specifieke karakter van deze vermeldingen van gaven aangeven?
12:8 - Wat is mededelen
12:14 - Hoe moeten we de inhoud van dit vers rijmen met
13:1 - Kun je als christen in militaire dienst gaan
13:1 - Gaat het hier ook om geestelijke machten?
13:8 - De enige schuld die we hebben en die we nooit mogen aflossen
13:11 - Wat betekent 'het heil is ons nu nader'
13:14 - Wat wordt bedoeld met geen zorg wijden aan het vlees?
14:1 - Hoe is iemand een zwakke of sterke in het geloof geworden?
14:2 - Was het een vrij algemeen verschijnsel dat men alleen moeskruiden wilde eten?
14:3 - Kunt u eens duidelijk uitleggen wat nu precies het gevaar voor een 'zwakke' en voor een 'sterke' broeder is in hun verhouding tot elkaar?
14:10 - Wat is het verschil tussen de rechterstoel van God en de rechterstoel van Christus?
14:14 - Bepalen wij dus zelf onze normen ?
14:15 - Moet ik me dan richten naar het kleinzielig gedoe van mijn broeder waar ik geen grond voor zie in Gods Woord?
14:23 - Slaat dit vers op twijfel voor mijzelf of ziet het erop dat ik twijfel of die ander er aanstoot aan neemt?
15:3 - Betekent dit vers dat de smaadwoorden die God smaden op Christus neerkwamen?
15:18 - Wat betekent het, dat Paulus het niet waagt iets anders te spreken dan hetgeen Christus door hem bewerkt heeft?
15:21 - Fundament
15:26 - Wat is de bedoeling (het doel) van de profetische schriften waarover Paulus hier schrijft?
16:1 - Hoe kan een zuster een dienares zijn. Volgens 1Tm 3 zijn dat toch alleen de broeders?
16:25 - Wie waren nieuwtestamentische profeten?