043 Flitsen uit het Mattheüsevangelie Mt 06:16-18

Mattheüs 6:16
Het vasten

Hongerstaking?

De Here Jezus geeft zijn discipelen nog een derde aanwijzing om het voorbeeld van de Farizeeën niet te volgen. Behalve het in het oog vallend geven van aalmoezen en het opzichtig bidden hadden deze leidslieden nog een hebbelijkheid, namelijk om zich bij het vasten toe te takelen, opdat iedereen goed zou zien hoe diep zij zich wel voor God verootmoedigden. Het was echter alleen maar utierlijke schijn, in hun hart waren ze stinkend hoogmoedig. De Here noemt ze dan ook huichelaars. Als de discipelen wilden vasten, dan moesten ze juist opgewekt eruit zien, zodat het niet bij de mensen opviel, maar bij God.

Het hoeft geen betoog dat de hongerstakingen, die tegenwoordig in gebruik komen – zonder dat we er verder iets voor of tegen zeggen willen – niets met dit bijbelse vasten te maken hebben. Men wil daardoor de aandacht indringend vestigen op een bepaalde misstand. Bijbels vasten heeft echter tot doel de behoeften van het lichamelijke onderdrukken om zich gedurende tijd geestelijk op God te concentreren.

Boetedoening?

Vasten kan gepaard gaan met boetedoening, dat wil zeggen met een zich verootmoedigen voor God wegens bedreven kwaad. Zo gebeurde het onder Israël vaak. Om uit de vele voorbeelden één te noemen: voor de veldslag bij Eben-Haëzer erkende het volk met vast gezondigd te hebben tegen God. Daarbij gaat vasten en bidden tesamen. Helaas is in het Christendom het vasten een ritueel gebruik geworden, waarbij men aan het vasten zelf een waarde van verdienste toekent. In feite is dat heidens. Daar meent men door lichamelijke folteringen en kwellingen de goden gunstig te stemmen. Een bepaalde dag vast te stellen als officiële kerkelijke vastendag, zonder dat er een bepaalde reden voor het vasten is, is niet de bedoeling van de Here geweest, zoals uit dit gedeelte blijkt. En vasten heeft alleen waarde als het gepaard gaat met verootmoediging voor God of met het zich bijzonder wijden aan het gebed voor een bepaalde zaak. Zo vastten de leraars te Antiochië en baden om de wil van de Here te kennen, zodat de Here hen duidelijk maakte dat Paulus en Barnabas zich klaar moest maken voor de eerste zendingsreis.

Vasten naar Gods wil

In de profeet Jesaja lezen we enkele belangrijke aanwijzingen over het vasten:
‘Zie, op uw vastendag doet gij zaken en drijft gij al uw arbeiders aan. Zie, tot twist en tot strijd vast gij om te slaan met snode vuist. Gij vast heden niet om uw stem in de hoge te doen horen’ (Jes. 58:4).

Daaruit zien we dat vasten het gebed moet steunen. En even verder vervolgt de profeet: ‘Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien van de goddeloosheid los te maken, de banden van het juk te ontbinden, verdrukten vrij te laten en elk juk te verbreken? Is het niet dat ge voor de hongerigen uw brood breekt en arme zwervelingen in uw huis brengt enz.’ (vs. 6 en 7).

Als wij vasten en bidden, als we ons bepaalde dingen ontzeggen om anderen ermee te helpen, dan heeft dat vasten waarde voor God. Laten we echter niet vergeten dat vasten gepaard moet gaan met verootmoediging. En een verbroken hart en verslagen geest zal de Here niet verachten. Het wordt misschien vervelend om het steeds weer te herhalen, maar ware verootmoediging begint voor een zondaar hiermee, dat hij zich bekeert, zijn schuld voor God belijdt en het offer van Christus aanvaardt. Is u al zover….?

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies