077 Flitsen uit het Mattheüsevangelie Mt 11:28-30

Mattheüs 11:28
Komen…

God openbaart het heil niet aan wijzen en verstandigen, maar aan kinderen. Mensen die op hun verstand en inzicht steunen en daarmee menen geestelijke waarde te kunnen verwerven, begaan een grote misrekening. God openbaart, maar dat wil niet zeggen dat de mens daarbij niet betrokken is. De Heiland roept ons namelijk om te komen: ‘Komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijt’. De wijzen en intellectuelen bedanken echter voor die eer. Om te komen moet je als een kind worden. Er is echter nog iets. Wie worden hier geroepen? Mensen die vermoeid en belast zijn!

Als op een feestterrein geroepen wordt: ‘Willen alle kinderen die de voornaam Jan dragen, bij de omroep komen?’, dan zullen alle Jantjes reageren en de anderen niet. Zo geldt hier de oproep van de Heiland aan een bepaalde groep mensen, diegenen namelijk die vermoeid en belast zijn. Pas als iemand zich vermoeid weet van het “zwerven op aarde zonder God” en zich “belast voelt met zijn zonden”, zal hij aan de roep van Jezus Christus gehoor geven.
Ga dan ook voor u zelf na of deze oproep ook u geldt. Het wordt dan hoog tijd om er eens over na te denken of u in feite niet belast bent en of u niet een doelloze zwerver op aarde bent. Pas als uw oog darvoor opengaat, krijgt de oproep van Jezus Christus waarde voor u.

Rust

De belofte van de Heer die op het ‘Kom tot Mij’ volgt, luidt: ‘Ik zal u rust geven’. De enige voorwaarde om rust te krijgen voor uw geweten en om de zondelast van u afgewenteld te krijgen, is “komen”. Geen goede werken, geen geestelijke hoogtetoeren of prestaties, eenvoudig gehoorzaam komen! Maar daar blijft het niet bij. Op het “komen” volgt iets. De Heer vervolgt met: ‘Neen Mijn juk op u’. In het oosten droegen de ossen voor de ploeg een juk. Ieder die tot Jezus gaat als een verloren zondaar, vindt rust voor zijn geweten en mag nu met de Heiland onder het juk dienen. Dat gaat echter zo maar niet, want daarvoor moeten we wat leren. Als een jonge os voor het eerst met een ander onder het juk komt, dan moet hij leren regelmatig voort te stappen. Hij moet het werk leren. Zo moeten wij leren van Jezus Christus. Gelukkig is Hij een zachtmoedige en nederige leermeester. Hij heeft veel geduld met ons. Anderzijds houdt dit voor ons in dat we eveneens zachtmoedig en nederig leren zijn. We moeten namelijk met Hem gelijke tred houden, wil het juk niet gaan schuren.

Als het juk van de Heiland niet gemakkelijk zit, dan is dat niet de schuld van dat juk zelf. Dat juk is zacht en de last is licht. Nee, dan komt dat omdat we “onze les” nog niet hebben geleerd, omdat we ons niet naar “zijn pas” regelen. Doen we dat echter wel, dan hebben we een werkzaam en vreugdevol leven, dan vinden we niet alleen rust voor ons geweten, maar dan vinden we ook rust voor onze ziel. Wat er dan ook in het leven voor stormen mogen woeden, we zijn even gerust als Jezus zelf, toen Hij sliep te midden van de storm.

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies