1 Corinthiers 14:30 Heeft het ook te maken met 2 Tm 2:7?

Betreft: 1 Ko 14: 30

Vraag:

Kunt u een uitleg van dit vers geven. Heeft het ook te maken met 2 Tm 2: 7?

Antwoord:

De vraag is waar het ‘geopenbaard worden’ op slaat. Ziet dat (1) op het ontvangen van een profetische boodschap en slaat het terug op vers 29 of (2) gaat het om een bijzondere openbaring zoals in vers 6 bedoeld is?
Beide is mogelijk. In het eerste geval gaat het erom dat als iemand spreekt hij er open voor moet staan dat een ander ook van God een woord van vermaning en vertroosting kan ontvangen.

Bij uitleg 2 moeten we eraan denken dat men in het begin nog niet het hele Nieuwe Testament bezat. Het Woord van God was dus nog niet compleet. God kon nu een openbaring geven waarin Hij nieuwe gedachten bekend maakte. Zo’n openbaring moest dan voorrang hebben. In deze uitleg slaat vers 30 op de begintijd van de gemeente, want wij hebben het complete woord van God. Wel kan er dan in afgeleide zin deze les uitgetrokken worden, dat we ‘ruimte moeten laten voor een ander’ als we spreken.

Bij uitleg 1 hebben wij in onze tijd nog in direkte zin met deze vermaning te maken.
Beide uitleggingen zijn mogelijk, maar vers 31 lijkt het meest te pleiten voor uitleg 1, maar daar kan men verschillend over denken.

Een direct verband met 2 Tm 2: 7 zie ik niet. Wel kunnen we dat vers zo toepassen, dat God ons inzicht wil geven of een ander ook wat heeft om de gelovigen mee te dienen en we dus onze toespraak op tijd moeten beëindigen om hem gelegenheid te geven dat te zeggen wat God hem op hart gelegd heeft.

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies