385 jrg 136, 09-1993 Valse profeten – hoe herkennen we die?

Jeremia – Vals – Bij het woord ‘vals‘ denken we aan: ‘gemeen‘ (‘een valse hond‘), ‘onbetrouwbaar‘ (‘een valse kerel‘), ‘onecht‘ (‘vals geld‘). De grondbetekenis is ‘niet in overeenstemming met de werkelijkheid‘, ‘onecht‘. Van daaruit heeft zich de betekenis ‘leugenachtig‘, ‘gemeen‘ ontwikkeld.

In de Bijbel is o.a. sprake van:

  • valse profeten (Matt.7:15; 24:11; Mark.13:22; Luk.6:26; Hand.13:6; 2Petr.2:1; 1Joh.4:1; vgl. Openb.16:13;19:20; 20:10),
  • valse leraars (2Petr.2:1),
  • valse broeders (2Kor.11:26; Gal.2:4),
  • valse apostelen (2Kor.11:13),
  • valse christussen (Matt.24:24; Mark.13:22).

In al deze uitdrukkingen gaat het om één woord, waarbij het woord ‘vals’ in het Grieks is weergegeven door het voorvoegsel ‘pseudo’. Wij zouden dat in het Nederlands kunnen aanduiden met het voorvoegsel ‘schijn – ’. Het gaat om schijnprofeten, schijnleraars, enz. Omdat ze geen echte profeten, geen echte leraars, enz. zijn, is dat wat ze brengen of dat wat ze pretenderen niet waar, leugenachtig. In dit artikel willen we ons bezighouden met valse profeten en een enkel woord wijden aan valse leraars.

Bileam

Bij een bijbelbespreking heb ik wel eens aan de aanwezigen gevraagd of ze een valse profeet kenden. Prompt kwam als antwoord: Bileam. Nu was deze man zeker een valse profeet, maar het merkwaardige is dat de profetieën die wij van hem kennen zo echt zijn als goud. Ze spreken zelfs van Christus als de ster die opgaat uit Jakob, en van de scepter die oprijst uit Israël (Num.24:17).

Vraag je om een valse profeet te noemen van wie we valse profetieën kennen, dan moet er diep in het geheugen gegraven worden. Dat laat zien, dat we ons op wat onbekend terrein bevinden, en dat is toch wel tekenend. We worden gewaarschuwd voor valse profeten, maar we weten van de praktijken van dit soort lieden blijkbaar weinig af. Hoe kunnen we ze dan ontmaskeren en onszelf tegen hen beschermen?

Hoe herken je valse profeten?

In het boek Deuteronomium lezen we tot tweemaal toe dat Israël een waarschuwing krijgt voor valse profeten die zouden kunnen optreden. Beide keren staat er bij hoe het volk deze mensen kon herkennen, maar de herkenningstekens verschillen. We kunnen haast spreken van een contrast.

In Deut.13:1-5 gaat het om iemand die een teken of een wonder aankondigt, waarbij dat teken of dat wonder inderdaad plaatsvindt. Toch is hij een valse profeet, want de woorden die hij spreekt verraden hem. Hij wil het volk van de Here aftrekken om andere goden te gaan dienen. De Here laat dit wonder geschieden om het volk op de proef te stellen om te zien of het volk Hem echt van harte liefheeft.

In Deut. 18: 20-22 wordt als kenmerk gegeven, dat de profeet iets voorzegt, maar dat het voorspelde niet plaatsvindt. Het woord van de profeet gaat niet in vervulling, hij is een valse profeet. Nu zou men kunnen zeggen, dat het woord ‘valse profeet‘ in dit geval toch wel erg zwaar geladen is. Waarom zouden we de man niet gewoon een ‘broodprofeet‘ noemen, of een ‘fantast‘. Er staat in vers 22 aan het slot toch ook alleen maar, dat de Israëlieten voor deze profeet niet zouden vrezen.

Ze moesten hem niet respecteren en dus niet met hem rekenen. Zo simpel is het echter niet, want in vers 20 wordt van zo’n profeet gzegd, dat hij ‘overmoedig‘ is door in de naam van de Here te spreken, want de Here had hem dat niet geboden. Dat het een ernstige zaak betreft, blijkt ook wel uit de straf die zo iemand ontvangt: hij moet, gedood worden net zo goed als iemand die in de naam van andere goden profeteert. Het gaat namelijk niet slechts om het feit,dat hij iets heeft aangekondigd wat niet niet gebeurt,nee, het gaat om het doel of de tendens van zijn profeteren. Het betreft een leugenprofeet die het volk door zijn leugens op een verkeerde weg wil voeren.

Voorbeelden uit de geschiedenis van het volk Israël

Bij het overdenken van beide bovenvermelde gevallen vraag je je onwillekeurig af of er ook voorbeelden uit de geschiedenis van het volk Israël zijn, die zowel het ene als het andere geval illustreren. Van het optreden van een profeet zoals aangeduid in Deut.13, vinden we niet een duidelijk voorbeeld in de Schrift. We zouden kunnen denken aan de tovenaars Jannes en Jambres in Egypte die de tekenen die Mozes verrichtte, nadeden om de macht van de goden van Egypte te laten zien. Dat is echter niet precies hetzelfde als wat in Deut.13 aangegeven wordt. Wel zijn er schriftplaatsen die naar het optreden van dit soor valse profeten verwijzen, zoals Jer.2:8,26,27.

De oude profeet uit Samaria (1Kon.13)

Met Deut.18 ligt het anders: we hebben daarvan diverse voorbeelden. Soms zijn niet alle elementen in het voorbeeld aanwezig, maar is de strekking wel dezelfde. Als eerste zou ik willen noemen de handelwijze van de oude profeet uit Samaria. Deze man kondigt geen teken aan, maar beroept zich op een woord dat een engel tot hem zou hebben gesproken. Maar, zo staat er:‘hij loog hem dat voor‘ (1 Kon13:18b). Op dat moment trad deze man op als een leugenprofeet en zette hij de profeet uit Juda aan tot ongehoorzaamheid aan God.

Waarschijnlijk werd deze oude profeet door jaloezie en een beschuldigend geweten gedreven. God had hem niet gebruikt om tegen Jerobeam te profeteren, ja, Hij kon hem niet gebruiken, omdat hij zich niet tegen de afgodendienst gekeerd had die in zijn woonplaats Bethel door de koning ingevoerd werd. De profeet voelt zich beschuldigd en nu moet de Godsman uit Juda tot zijn niveau neergehaald worden door hem te laten struikelen.

Even daarna kondigt de profeet een teken aan dat inderdaad plaatsvindt (vs.22b). God gebruikt hem op dat moment ter bestraffing van de man Gods uit Juda, die best had kunnen weten,dat hij naar de oude profeet niet had mogen luisteren.

We kunnen hier niet spreken van iemand die wat zijn hele optreden betreft een leugenprofeet is, wèl van iemand die een ontrouwe, onbuikbare profeet is en die in een bepaald geval als een leugenprofeet optreedt.

Hier zit een ernstige les voor ons in. Ook wij kunnen ontrouw en dus onbruikbaar worden in de dienst van God. Ook wij kunnen om ons geweten een beetje te sussen anderen door onze leringen verleiden tot een handelwijze die niet tot eer van God is. We kunnen het dan namelijk niet hebben, dat de ander heiliger wandelt en meer toegewijd is aan God dan wij.

We voelen ons veroordeeld en willen de ander naar ons niveau omlaag halen. Hoewel onschuldiger zit dit soort overweging ook achter de opmerking die vaak gemaakt wordt wanneer een ander eens iets vergeten heeft:‘Ik ben blij dat jij ook wat vergeet, dan ben ik het gelukkig niet alleen‘. Een juiste reactie zou geweest zijn:‘Wat jammer dat jij ook wat vergeet, ik had gehoop dat ik alleen vergeetachtig was‘.

De valse profeet Zedekia (2 Kron. 18)

Een treffend voorbeeld van een valse profeet is Zedekia, de zoon Kenaäna. Hij is één van de vierhonderd profeten van Achab, de koning van Israël. Op zichzelf is dat al kenmerkend: vierhonderd profeten! Achab zoekt het in de massa. De massa moet hem overtuigen, steunen, vertrouwen geven. Tegenover die vierhonderd staat zegge en schrijve één profeet van de Here: Micha, de zoon van Jimla. Voor God is één profeet voldoende en voor ons moet dat ook genoeg zijn. Het woord van God spreekt voor zichzelf en één man kan dat brengen.

Achab wil deze profeet echter niet horen. Hij heeft hem in de gevangenis gezet, omdat Micha enkel kwaad over hem profeteert. Zulke profeten moet Achab niet. Micha is een profeet des Heren. Je kunt hem herkennen aan zijn boodschap: hij spreekt precies datgene wat afgestemd is ,i>op de heiligheid van God en wat is toegesneden op de toestand van de koning. Tegenover een goddeloze koning ‘zoete’ woorden gebruiken, is het kenmerk van een valse profeet. Je kunt een profeet herkennen aan zijn boodschap. Een profeet van de Here spreekt in de lijn van de Here en zal het kwaad openlijk aan de kaak stellen. Micha doet dat. Zedekia daarentegen is een valse profeet, hij ,i>praat de koning naar de mond.

Nadat Micha de koning eerst als ‘een zot naar zijn dwaasheid’ geantwoord heeft, kondigt hij vervolgens de ondergang aan van Zedekia en van de koning zelf. De inhoud van zijn boodschap draagt het kenmerk van betrouwbaarheid en de vervulling laat niet op zich wachten.

De valse profeet Hananja (Jer.28)

Een ander duidelijk voorbeeld hebben we in Hananja die optreedt in de dagen van Jeremia. Jeremia heeft in de naam van God geprofeteerd dat het volk 70 jaar dienstbaar zal zijn aan de koning van Babel en in ballingschap zal worden weggevoerd (Jer.25). Niet alleen Juda maar ook de omringende volken zullen Nebukadnezar, zijn zoon en zijn kleinzoon onderworpen zijn (Jer.27).

Een groot gedeelte van Juda en een deel van het vaatwerk van de tempel is al weggevoerd naar Babel. Dat is al een waarmerk voor het optreden van Jeremia in de voorafgaande tijd.
Tegenover de onheilsprofetie van Jeremia zet Hananja nu zijn heilsboodschap. Die luidt: Binnen twee jaar zal het vaatwerk van het huis des Heren weer teruggebracht worden en zullen ook de ballingen terugkeren naar het land der vaderen.

Dat klonk mooi! Wat een eer voor de Here lag er in die boodschap. Hij zal het volk weer terugbrengen, de eredienst zal weer worden hersteld. Prachtig toch! Maar iedereen met een beetje geestelijk inzicht kon weten dat Hananja een valse profeet was. Terugkeer, zo had Mozes al gezegd, zou alleen plaatsvinden na bekering (Deut.30:2,3), en daarover sprak Hananja niet. Evenmin vinden wij bij hem een woord van vermaan over de afwijking van het volk.

Hoe anders is dat met de voorzegging van Jeremia. Die voorzegging is in overeenstemming met Gods beoordeling van de toestand van het volk. Iedereen die op de Heer is afgestemd, kan dat weten. Bovendien geeft Jeremia een teken, namelijk dat Hananja nog dat zelfde jaar zal sterven. En God bevestigt dat woord, want in de zevende maand van dat zelfde jaar sterft deze man inderdaad.

Bij Jeremia zien we dat de inhoud van de boodschap èn de vervulling van het teken samengaan. Daardoor wordt hij duidelijk als een profeet des Heren gekenmerkt. Zonder dit nader uit te werken verwijs ik nog naar Jer.29:15-23 waar sprake is van de leugenprofeten Achab en Zedekia, naar Jer. 29:24-32 waar gesproken wordt over Semaja, die het volk op een leugen wil doen vertrouwen en naar Jer.14:13-16 waar in het algemeen over de leugenboodschap van de valse profeten wodt gesproken die ze uit hun eigen, zondige hart laten voortkomen (vs.14b).

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies