B1 LES 15 – Moeten we alles wat in de Bijbel staat letterlijk nemen?

Houdt de belijdenis, dat de Bijbel het onfeilbaar, volkomen betrouwbaar Woord van God is, automatisch in:
a. dat alles wat in de Bijbel staat waar is?
b. dat we elke uitspraak in de Bijbel letterlijk hebben op te vatten?
Het mag sommigen vreemd in de oren klinken, dat we beide vragen met ‘nee’ beantwoorden. Deze les zal duidelijk maken wat we daarmee bedoelen.

01) Schrik niet, in de Bijbel staan pertinente leugens! In Genesis 3:5 staat namelijk de leugen, dat als de mens van de boom at, hij…… zou zijn, kennende (het)…… en (het)…… Wie heeft die leugen uitgesproken?……

02) Welke twee onwaarheden staan er in 2 Koningen 5 vanaf vers 20 opgetekend? 1……. 2…….

03) Alles wat in de Bijbel staat, is dus niet door God uitgesproken en daarom waar. Het betekent wel dat de mededeling zelf onder de leiding van Gods Geest is verricht en daarom volkomen betrouwbaar is. We kunnen er dus van op aan dat de verleiding in de hof van Eden zó in zijn werk gegaan is als in Genesis staat en dat de knecht…… zijn meester…… en de krijgsoverste…… de in vraag 2 bedoelde leugens op de mouw wilde spelden. Het is wel belangrijk dit goed te onderscheiden.

04) Zo is het ook belangrijk na te gaan of iets in de Bijbel letterlijk bedoeld is of niet. Als voorbeeld de uitspraak van Jozua in Jozua 10 vers……: ‘Zon, sta stil te…… en gij, maan,……’. Toen Galilei ontdekte, dat niet de zon om de aarde draait, maar, net andersom, de aarde, wentelend om haar as, een baan om de zon beschrijft, werd hij door de Paus en de protestantse theologen voor ketter uitgekreten. Men nam namelijk deze uitspraak star letterlijk en meende dat de Bijbel leerde dat de zon om de aarde draaide.

05) Men had deze fout echter niet behoeven te maken. De Bijbel zelf maakt duidelijk dat de Bijbeltaal in zulke beschrijvingen niet wetenschappelijk, strikt letterlijk is bedoeld. We lezen namelijk in Handelingen 27: 27 dat het scheepsvolk vermoedde, dat…… Heeft men op grond van deze tekst erover getwist of een schip naar het land toegaat of het land naar het schip toetrekt? Nee, toch zeker!

06) De grote fout van de nieuwe theologie is echter dat ze niet-letterlijk opvat als niet-historisch, als niet-betrouwbaar. Dan zou er in het geval van Jozua niets wonderlijks zijn geschied. Jozua 10:14 zegt echter, dat er een dag als…… noch….. noch…… ooit is geweest.

07) Nu een paar voorbeelden uit de mond van de Heer Jezus zelf. Als Hij tegen Nicodemus spreekt over ‘wederom geboren worden’, meent deze dat dit sloeg op de…… geboorte, terwijl de Heer het geestelijk bedoelde. De Samaritaanse vrouw neemt het gezegde van de Heer: ‘maar wie gedronken heeft van het water dat Ik hem geven al, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid’ (Johannes 4) eveneens letterlijk, want ze zegt: ‘Heer, geef mij dit…… opdat ik geen…… en……’.

08) In een voorgaande les hebben we al eens stilgestaan bij Lukas 22: 36. De Heiland zegt, dat iemand die geen zwaard heeft, daarvoor zelfs zijn mantel moet verkopen om zich een zwaard aan te schaffen. De discipelen hebben daarbij letterlijk aan zo’n wapen gedacht, want ze zeggen: ‘……’. Petrus gebruikt later één van deze twee. Wat zegt de Heer dan echter? ‘……’ (Mattheüs 26 vers……).

Hieruit blijkt dat de Heer niet letterlijk een zwaard bedoeld heeft. Wat is de zin van Zijn woord dan? Wel, dit: bij de eerste uitzending waren de discipelen overal goed ontvangen. De haat tegen Christus was nog niet volkomen openbaar. Dat zou nu gebeuren. Hij zou onder de misdadigers gerekend worden. Na het kruis moesten ze dus rekenen op ontbering, vervolging en tegenstand. Daarop moesten ze zich ‘geestelijk wapenen’.

09) Toen de Heer het avondmaal instelde, zei Hij van het brood: ‘Neemt, eet, dit is……’ (Mattheüs 26: 26). In de Rooms-Katholieke kerk heeft men dit woord (zoals de discipelen in Lukas 22 met het zwaard) letterlijk opgenomen. Een dergelijke opvatting druist echter tegen de hele geest van de Schrift in. De Heer heeft b.v. ook gezegd: ‘Ik ben de ware……’ (Johannes 15). ‘Ik ben het…… des levens’ (Johannes 6). Al deze uitspraken zijn figuurlijk bedoeld. Zo spreken wij ook. Van een foto zeggen we: ‘Dit is mijn moeder’, terwijl we bedoelen: ‘Dit stelt mijn moeder voor’, of: ‘Dit is een afbeelding van mijn moeder’.

10) Dat het nodig is om te vragen naar de bedoeling van de Schrift blijkt ook uit Johannes 6: 27. Neem je dat woord letterlijk dan zou je kunnen lezen, dat we…… Maar dat kan nooit de bedoeling zijn. Dat blijkt ook uit het woord van Paulus in 2 Thessalonika 3 vers……: ‘Wil iemand niet…… dan zal hij ook niet……’. De Heer bedoelt dat het geestelijke de voorrang moet hebben boven het natuurlijke, dat het belang van de ziel boven het onderhoud van het…… gaat. Hebben we allen daarmee al rekening gehouden?

Hiermee is de B 1 cursus beëindigd. Ik hoop dat allen die deze cursus voor zichzelf gevolgd hebben er een zegen door ontvangen hebben. Op de B 1 cursus zijn destijds vele cursussen gevolgd over alle bijbelboeken van Romeinen af tot en met Openbaring. Of het wenselijk is deze ook op de website te plaatsen is me nog niet duidelijk en zal afhangen van de reacties die op deze B 1 cursus binnen komen.

Antwoorden

  1. als God; goed; kwaad; de slang
  2. Zie, zojuist zijn twee jonge mannen uit de profeten tot mij gekomen van het gebergte Efraïm. Geef hun toch een talent zilver en twee bovenklederen.; Uw knecht is nergens heen geweest.
  3. Gehazi; Elisa; Naäman
  4. 12; Gibeon; in het dal van Ajalon
  5. er land naderde
  6. deze; vroeger; later
  7. lichamelijke; water; dorst; niet hierheen behoef te gaan om te putten
  8. Here, zie, hier zijn twee zwaarden; Breng uw zwaard weder op zijn plaats, want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard opkomen; 52
  9. mijn lichaam; wijnstok; brood
  10. niet voor ons dagelijks brood hoeven te werken; 10; werken; eten; lichaam

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies