Bijbel – ‘Grote’ en ‘kleine’ profeten

Betreft: Splitsing van de profetische boeken in ‘grote’ en ‘kleine’ profeten.

Vraag:

Is de splitsing in

  • profeten van voor de ballingschap (Jona, Amos, Hosea, Obadja, Joël, Jesaja, Micha, Nahum, Zefanja en Habakuk)
  • profeten gedurende de tijd van de ballingschap (Jeremia, Ezechiël, Daniël)
  • profeten van na de ballingschap (Haggaï, Zacharia, Maleachi) niet beter (nauwkeuriger)?

Antwoord:

Een dergelijke indeling (met een vraagteken bij Jeremia omdat zijn profetie begint voor de tijd van de ballingschap) zou meer zin gehad hebben, maar men is nu eenmaal gewend aan de andere indeling, waarbij men let op de omvang van de geschriften. Het is echter erg moeilijk, ja haast onmogelijk, een eenmaal gevestigde traditie veranderd te krijgen.

Hierbij moet het volgende bedacht worden, dat in de joodse Thenach (het O.T.) de drie profeten Jesaja, Jeremia en Ezechiël te samen met de twaalf kleine profeten de afdeling van de profeten vormden. Daniël behoort bij de Joden tot de afdeling van de Geschriften. Het argument, dat Hosea minstens zo lang is als Daniël vervalt dus als het gaat om de oorsprong van de naam kleine profeten. Deze aanduiding was bij de Joden namelijk al bekend, hoewel zij meestal spraken van ‘de twaalf’.
Historisch gezien is de term kleine profeten dus wel verklaarbaar. Naast Jesaja, Jeremia en Ezechiël zijn de twaalf kleine profeten inderdaad maar klein. Het rangschikken van Daniël onder de grote profeten verbreekt die tegenstelling echter wat.

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies