c Eredienst

Wat is eredienst? Wie verrichten die?… Les van Ex. 15:1-21.
Is er alleen een gemeenschappelijke eredienst? Joh. 4:1-30. Rom. 15:16b Wat te denken van de uitspraak: ons hele leven moet eredienst zijn?
Behoort bidden ook tot ‘eredienst’? Vergelijk > Ps. 141:2; Openb. 5:8.
Ons priesterschap heeft twee aspecten. Welke? Wat is het verschil? 1 Petr. 2:5, 9.
Wat leren we ingaan in het heiligdom en uitgaan in de wereld.
Welke aanwijzingen geven Kor. 3:14-16; Ef. 5:18, 19 Kor. 3:17; Ef. 5:20.
Is er ook eredienst in gezinsverband – kunnen we wel over een gezinsaltaar spreken?

Eredienst in de samenkomst. Welke les kunnen we trekken uit Deut. 12:5 in verg. met vs. 13 – samenkomen rond het ‘altaar’ in tegenwoordigheid van de Heer – samen zijn Leiding van de H. Geest niet alleen in de samenkomst ook in de rest van de week.
Verschil: op zondagmorgen komen wij in de omstandigheden van de Heer. Door de week komt de Heer in onze omstandigheden. Voorbereiding hele week, maar vooral ondagmorgen beseffen wat we gaan doen – geen gekwek in de hal.

Hoe weet ik dat ik een (en welk) lied moet opgeven? Denk aan Joh. 4:19, 29; 9:38. Als het oog op de Heer gericht is dan komt er een lied (een lofzegging o.i.d.). Is het fout als iemand zich nooit laat horen? De Heer zal niemand dwingen maar (1) Wil ik mij laten gebruiken?
(2) Wil ik dienstbaar zijn aan het geheel. De eerste keer is altijd ‘zweten’ – je moet je schroom overwinnen. Zondagochtend is niet enkel een zangochtend – het mag wel eens even stil zijn’.
(3) Eenvoud van hart.

Instelling
(a) Er zijn primair en secundair reagerende broeders.
(b) Er zijn broeders die zich meer en anderen die zich minder laten gebruiken. Als de eersten iets langer wachten, laten de anderen zich eerder horen… Hoge drempel die jezelf opricht: Ik mag geen fouten maken. Ruimte die anderen geven om het eens een keer fout te zeggen. Niet erboven op springen met kritiek. Voorbeeld van broeder die lied 42:1 zondagsmorgens op gaf. Iemand wilde hem na de samenkomst erop aanspreken, maar hoorde dat een zuster zei: ‘Wat was ik blij met dat lied, want ik zat helemaal in de put en werd er door dat lied uitgetild’ en onze broeder slikte zijn kritiek wijselijk in. Denk aan de melaatse die terugkwam om de Heer te danken voor zijn genezing > Luk. 17 (lof om redding) en denk aan Simeon (lof in verband met ‘diepere’ kennis). Luk. 2. Beide aspecten mogen samengaan. Moet je de ‘mond zijn van de vergadering’ of moet de vergadering zich kunnen vinden in wat je naar voren brengt? Moet je vallen over het gebruik van ‘ik’ in plaats van ‘wij’ in een dankzegging?

(c) Er zijn verstandelijk en gevoelsmatig reagerende broeders. De eerste leggen in een gebed de weg van het heil uit en maken God daarvoor groot, de tweede zeggen alleen: ‘Wat een wonder’. Laat men beide naar voren brengen. Of een lied niet ‘past’ voelt de een soms anders aan dan de ander. Toch wel nadenken bij het opgeven van een lied, het uitspreken van een dankzegging, het voorlezen van een gedeelte. Toch is een strakke ‘lijn’ in de dienst niet het voornaamste: Het komt aan op echtheid.

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies