c Onze doden, waar zijn ze?

1-Thessalonicenzen 4 – De ontslapenen zijn bij de Heer … straks zien we ze weer
Schriftplaatsen 1 Thessalonicenzen 4 en 5

Vragen

A Waar zijn de ontslapenen en hoe maken ze het?
B. Wat gebeurt er met hen in de toekomst?

ad A Waar zijn de gelovigen die gestorven zijn in de tijd tussen hun sterven en de wederkomst van de Heer?
Deze vraag gaat extra leven na het sterven van iemand die je liefhebt!

  • het lichaam wordt begraven
  • het “ik”( de ziel) gaat naar het dodenrijk (als tegenstelling tot het rijk van de levenden
    Er is geen ophouden van bestaan (contra Jeh. Getuigen)
    Er is geen zieleslaap (contra 7e dags adventisten)

Volgens de Schrift is het “ik” , de persoon van de gelovige, in een bewuste, gelukzalige toestand bij de Heer

(N.B. niet Jh 14:1-3 en 1 Th. 4:13-18 erop toepassen want die teksten zeggen wat er bij de wederkomst van de Heer gebeurt).

Bijbelse gegevens
1 Over de toestand van de doden licht ons o.a. in Lk 16:19-33 Dat dit gedeelte betrekking heeft op doden blijkt uit Lk 16:23 waar sprake is van “dodenrijk”, maar het volgt ook uit Lk 16:31 want daar is sprake van “opstaan uit de doden”.

2 Een andere uitspraak die ons hierover informeert treffen we aan in het kruiswoord van de Heiland gericht aan de ene misdadiger “Heden zult u met Mij in het paradijs zijn” Lk 23:43

N.B. De lezing van deze tekst als: ‘Ik zeg u heden, u zult met Mij in het paradijs zijn‘ is niet aanvaardbaar. Nadruk op de tijd van de uitspraak heeft:
(1) alleen zin als men nu iets zegt en dat ‘nu”’ in tegenstelling staat met het verleden of met de toekomst, bovendien Jh 13:19 en 14:29).
(2) vraagt de man om een plaats in het koninkrijk van de Heer. Het antwoord van de Heer slaat op een plaats in het paradijs en dat is er nu al 2 Ko 12:4

3 Een derde uitspraak luidt “Heen te gaan en met Christus te zijn is verreweg het beste”. Fp 1:22, 23
Hier wordt het leven op aarde afgewogen tegen weggaan en bij de Heer zijn. Sluit aan bij het antwoord aan de misdadiger op het kruis.

Ze zijn er wat hun “ik” betreft en we spreken dan over ziel of geest , vgl. Op 6:9-11; Hb 12:23

Toestand van de ongelovigen
zij zijn in het dodenrijk in de plaats van pijn. Het is als het ware “voorarrest” in het huis van bewaring. Voor hen is het de voorsmaak van de hel, vreselijk om te moeten zeggen!
Voor gelovigen is het paradijs de voorsmaak van eeuwige gelukzaligheid. De schrift vermeldt geen bijzonderheden dus niet speculeren.

ad B De gestorven gelovigen zullen als de Heer komt om hen in het Vaderhuis te brengen opgewekt worden. De dan levende gelovigen worden veranderd 1 Th. 4:15-18
Deze tekst is als het ware een nadere uitwerking van Jh 14: 1-3; vgl. 1 Ko 15

De gelovigen worden niet geoordeeld, maar wel geopenbaard voor de rechterstoel > Jh 5:24
Niet behoud, maar beloning > 1 Ko 3:12-15).
Over het lichaam dat de gelovigen krijgen is sprake in Fp 3:20,21; 1 Ko 15:35-50

Onze houding:
onze redding staat vast; onze opdracht is heiliging van ons leven 1 Th 5:8 ,9 – vs 23

Bemoediging:
De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u 1 Th 5:28

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies