Dopen – maakt niet uit hoe?

Betreft: Dopen – maakt niet uit hoe?

Vraag:

Mag je uit 1 Ko 7: 17-24 afleiden, dat het er niet op aankomt hoe je gedoopt bent – als kind of als volwassene -als je maar doet wat God zegt?

Antwoord:

Wat zegt 1 Ko 7:17-24
De vraag gaat er kennelijk van uit dat de kinderdoop en de doop op grond van bekering gelijkwaardig zijn als je maar op de een of de andere wijze gedoopt bent.
Op zichzelf zou daar wel het een en ander over te zeggen zijn. maar ik ga eerst in op de vraag of je dit zou kunnen afleiden uit 1 Ko 7:17-24. De apostel zegt in dat gedeelte met zoveel woorden dat het niet uitmaakt of je nu besneden bent of niet. Op grond waarvan kan de apostel dat echter zeggen?

Hij kan dat alleen zeggen op grond van het feit dat de besnijdenis afgedaan heeft. Voor Israël onder de wet en al eerder voor Abraham en zijn nageslacht maakte het wel degelijk uit dat ze besneden waren. Niet omdat die besnijdenis op zichzelf zo waardevol was, maar omdat God die besnijdenis had ingesteld als teken van Zijn verbond met hen. Zich laten besnijden betekende dus God gehoorzamen, die dit bevolen had.

Voor de christen geldt deze letterlijke besnijdenis niet meer, wij kennen alleen een geestelijke besnijdenis, namelijk die van het hart ofwel de bekering.
De doop is echter niet afgeschaft en dan is het wel van belang na te gaan wat de Schrift over de doop zegt en of dat onderwijs inhoudt dat je als zuigeling gedoopt moet worden of als iemand die zich bekeerd heeft.

Hiermee is op de vraag zelf het antwoord al gegeven. Op de kwestie van de kinderdoop is al in andere beantwoordingen over vragen omtrent de doop ingegaan. We verwijzen dan ook daarnaar.
We willen nu nog even ingaan op de kwestie van wat men ten onrechte ‘de overdoop’ noemt.

De zogenaamde overdoop

Daar wordt door diverse geloofsgemeenschappen verschillend over gedacht en zelfs binnen diverse geloofsgemeenschappen bestaat daarover verschil van mening. Nu is dit in diepste wezen een kwestie van persoonlijke overtuiging. Daarbij doen zich echter problemen voor en wel de volgende:
a. iemand behoort tot een geloofsgemeenschap die de kinderdoop handhaaft, maar hij komt voor zichzelf tot de overtuiging, dat hij in feite niet gedoopt is. Hij wil lid blijven van ‘zijn’ geloofsgemeenschap (kerk). Als hij zich wil laten dopen, moet hij dat laten doen bij een groepering/door een prediker die de doop op belijdenis praktiseren/praktiseert. Als hij tot een ‘streng’ kerkverband behoort, kan het gebeuren dat hij als lid wordt geroyeerd en hij dus een ander geestelijk onderdak moet zoeken. Het kan ook zijn dat men hem niet als lid afschrijft, maar wel een kerkelijke funktie ontzegt. Dat zij zo; hij kan in dat geval toch in zijn kerk blijven.

b. Het kan zijn dat de betrokken persoon zich om gedoopt te worden meldt bij een gemeenschap waar men de doop op grond van belijdenis praktiseert en men hem wil dopen, maar dan alleen onder voorwaarde dat hij ook lid wordt van de betreffende (baptisten) gemeenschap. Hij is daar echter niet aan toe en zal zich dan dus tot anderen moeten wenden, die bereid zijn hem te dopen zonder dat ze daar voorwaarden aan verbinden wat kerk – of groepslidmaatschap betreft.

c. Er is nog een geval mogelijk, namelijk dat iemand wel van een baptistengemeente lid wil worden, maar zonder zich te laten dopen, omdat hij innerlijk ervan overtuigd is, dat hij gedoopt is. In veel baptistengemeenten zal men dit niet accepteren; hij kan daar dan geen lid worden. In dat geval kan de persoon naar een vrije groep gaan, waar men weliswaar de doop op belijdenis als juist ziet, maar die niet verplicht stelt als de betrokkene daar ‘niet aan toe is’.

Dit zijn wat overwegingen die in de praktijk een rol kunnen spelen. Uiteindelijk zal iedere gelovige in deze problematiek zijn weg moeten vinden. Ieder die met dit probleem te maken heeft of krijgt wensen we wijsheid van God toe hoe hij of zij te handelen heeft.

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies