Geloof uit, in, door

Betreft: Geloof (uit, in, door)

Vraag:

Hoe moeten we de verschillende uitdrukkingen betreffende het geloof, zoals in Rm 5:1; Gl 2:16; Jh 3:15 begrijpen?

Antwoord:

Bij het begrip ‘geloof’ worden diverse voorzetsels gebruikt. Dat gebeurt niet willekeurig, daarmee wordt iedere keer een iets ander accent gelegd. De vraag is dan natuurlijk wat dat verschil in accent is. Aan de hand van een aantal schriftplaatsen zullen we dit proberen na te gaan.

Rm 3: 30 a; 5: 1: ‘uit het geloof’, andere vertalingen hebben ‘op grond van het geloof’. Hiermee wordt aangegeven dat het geloof de grondslag ofwel de basis voor de rechtvaardiging is.

Rm 3:30 b:’door het geloof’. Deze uitdrukking geeft aan, dat het geloof het middel is
Jh 3:15: ‘geloven in Hem’. Met deze uitdrukking wordt gezegd in wie je gelooft. Geloven kun je in dit geval ook weergeven met ‘vertrouwen’ en dan gebruik je het voorzetsel ‘op’. Zo staat in de Nieuwe vertaling in Hd 16:31 ‘Stel uw vertrouwen op de Heer Jezus en gij zult behouden worden.

Gl 2:16: ‘het geloof van Jezus Christus’. Hier gaat het om een uitdrukking in het Grieks, die wij niet zo kennen in het Nederlands. Wij zouden hier denken aan het geloof dat Jezus Christus bezat. Maar dat kan de zin niet zijn, want dan zou het geloof van Jezus Christus onze grond van behoud zijn en dat is niet zo. Het geloof van Christus wordt ons niet toegerekend. Het gaat hier niet om een tweede naamval waardoor een bezit wordt aangeduid. Het woordje ‘van’ geeft hier richting aan. Het gaat dus om ons geloof dat zich richt op Jezus Christus. In het Nederlands moeten we dat – om de betekenis goed weer te geven – vertalen met ‘in’.

Rm 4:5 zegt hetzelfde. Het gaat in dat vers om ons geloof in Christus. Wij stellen ons vertrouwen in hem.

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies