Genesis 17:12 Besnijden

Betreft: Gen. 17: 12,14

Vraag:

Hoe moeten we dit voorschrift in deze tijd plaatsen?
Toen werd alleen de man besneden, was de vrouw dan onwaardig of minderwaardig? Of is ze in dit ‘offer’ van de man begrepen?
Is dat ‘uitroeien’ niet erg cru?

Antwoord:

Het gebod om kinderen te besnijden geldt wat de letterlijke zin betreft niet meer voor onze tijd. De besnijdenis uit de Oude Bedeling heeft echter ook een geestelijke betekenis en daarmee hebben wij wel te maken. Ze stelt namelijk voor het oordeel over het ‘vlees’ ofwel over onze ‘oude mens’. Nog begrijpelijker gezegd: over ons als zondaars.

Die betekenis komt uit in Ko. 2: 11. Paulus zegt daar van de gelovigen dat ze besneden zijn met een besnijdenis die geen werk is van mensenhanden. De gelovige is besneden in de besnijdenis van Christus. Die besnijdenis heeft op het kruis plaatsgevonden. Daar is Christus geoordeeld in onze plaats. Daar heeft God afgerekend met ons als zondige afstammelingen van Adam.

En als iemand zich bekeert dan past hij als het ware dat oordeel van God op zichzelf toe. Hij veroordeelt dan zichzelf en dat noemt de Bijbel de besnijdenis van het hart ( Rm. 2: 29).

De besnijdenis onder Israël betrof alleen mannen. Vrouwen werden niet overgeslagen omdat ze niet volwaardig zouden zijn, zij zijn in de man – om zo te zeggen – begrepen. De besnijdenis zoals die bij een man plaatsvond kon lichamelijk ook niet bij een vrouw uitgeoefend worden.

Het uitroeien van de niet besnedenen onder Israël was een heel ernstig gebod. Daarbij moeten we bedenken dat Abraham en dat geldt nog meer voor het volk Israël niet leefden in de tijd van de genade, die met de Pinksterdag is aangebroken. Ook dit heeft evenwel een geestelijke betekenis. Iemand die zich niet bekeerd, zal namelijk eenmaal door het oordeel van God getroffen worden

Jaapfijnvandraat.nl maakt gebruik van cookies